De slag om de waterkant

Huizen aan het IJmeer, Markermeer of Gooimeer verkopen goed, beseffen Lelystad en Almere. De steden keren daarom hun gezicht naar het water. )milieuorganisaties schrikken, het rijk is terughoudens. Maar de splitlevel Eldfisk of de het penthouse Bernadette, met uitzicht op het meer staat al in de steigers.

Bezoekers van de begraafplaats te Almere-Haven nemen vaak even het extra loopje naar de dijk. Een pad langs de graven voert hen als vanzelf naar de groene helling, waarachter het glinsterende Gooimeer wacht. De rust van de begraafplaats zet zich bovenop de dijk voort, ook al schreeuwen daar de meeuwen en varen er regelmatig boten de dichtbijgelegen haven in en uit.

De planners van Almere-Haven, de eerste 'kern' van de alweer bijna vijfentwintig jaar oude stad, kozen voor dit kerkhof een uitgelezen plek. Vlak achter de dijk en toch goed bereikbaar vanuit de bebouwde kom, die pas verder landinwaarts echt begint. Hedendaagse planners zouden dezelfde plek vast en zeker voor woningbouw hebben gebruikt: de meest populaire huizen bevinden zich immers aan het water, terwijl grafzerken evengoed elders in het wijdse polderlandschap kunnen liggen. Het kerkhof alsnog verplaatsen voert te ver, maar er vlak naast verrijzen al wel 75 luxe appartementen waarvan de bewoners een prachtig uitzicht op het Gooimeer krijgen. Ook de naastliggende jachthaven gaat op de schop: Almere-Haven, zo is de bedoeling, moet haar 'gezicht' naar het water keren.

De 75 appartementen vormen nog maar het begin. Niet alleen Almere-Haven, maar ook andere stadsdelen moeten 'een relatie' met het water krijgen. Zelfs in het water - buiten de dijk - hoopt Almere 'wooneilanden' te gaan bouwen. ,,Het water is onze voortuin'', licht wethouder D. Halbesma toe, ,,Wie een huis bouwt, denkt tijdig over zijn tuin. Wij willen een voortuin die het visitekaartje vormt voor de stad.''

Ook Lelystad betreurt het ooit met de 'rug naar het water' te zijn ontworpen. Jaloers gaan de blikken naar historische zuiderzeesteden als Hoorn en Enkhuizen, waar de handel en visserij eeuwen geleden de opzet van de stad bepaalden. Huizen, haven en bedrijvigheid onstonden daar als het ware vanaf de dijk, terwijl Lelystad en Almere langs de kust, áchter de dijk, groeiden. ,,Hoewel er ooit plannen zijn geweest voor een stad aan het water, is er van dit idee niets anders overgebleven dan het verhoogde maaiveld langs het Oostvaardersdiep'', treurt Lelystad in de fraai vormgegeven nota 'De kust van Lelystad'. ,,Er is nauweljjks een relatie tussen de bebouwde kom en de kust.''

De analyse én de oplossingen van beide gemeenten vertonen opvallende overeenkomsten. De ruimte achter en op de dijk moet beter worden benut, de infrastructuur moet de fietser en automobilist vloeiender naar een kustboulevard geleiden en ook buiten de dijk kunnen huizen, bedrijven, kantoren, jachthavens en recreatievoorzieningen komen. Vooral de laatste plannen zijn omstreden: de ministeries van Vrom (Volkhuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer), LNV (Landbouw, natuurbeheer en visserij) en VenW (Verkeer en waterstaat) reageren terughoudend, de natuur- en milieubeweging is tegen.

,,Het is precies waar we bang voor waren toen drie jaar geleden de beslissing over IJburg (de grote wijk die bij Amsterdam op het water wordt aangelegd, red.) viel'', zegt Froukje-Anne Karsten van de milieufederatie Flevoland. ,,Onze waarschuwing dat IJburg een precedent zou scheppen, komt uit. Nu zijn het Almere en Lelystad, de volgende keer Urk en Emmeloord. Zowel het IJmeer, Markermeer als het Gooimeer behoren nota bene tot de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), natuurgebieden die wettelijke bescherming genieten. Als dit doorgaat, wat zijn die wetten dan nog waard?''

Almere en Lelystad benadrukken pas te zullen starten als de ministeriële goedkeuring er ligt. De vergelijking met IJburg (waar 18 000 woningen komen) vinden zij overdreven, daar zij hooguit met enkele honderden buitendijkse huizen willen beginnen. Toch zijn hun beschrijvingen, die al ver door de ambtelijke molens heen zijn, vaak opvallend gedetailleerd. Tot hun grote vreugde toont de provincie Flevoland zich in haar omgevingsplan gematigd positief. ,,Almere en Lelystad mogen van ons, zolang hun plannen goed op de stedelijke ontwikkeling aansluiten, beperkt buitendijks gaan bouwen'', licht Ed Knijff namens de provincie toe. ,,Wij hebben de indruk dat ook het rijk enthousiast te krijgen is, als de gemeenten maar écht met een goed verhaal komen.''

Almere heeft maar liefst drie buitendijkse locaties in gedachten. Te beginnen in Almere-Haven, waar, als alles meezit, vanaf 2003 op de plek van de oude jachthaven ,,zeer bijzondere drijvende woningen'' komen te liggen. De jachthaven wordt verplaatst, waarna, aansluitend op de drijvende woningen, zand voor een nieuw wooneiland wordt opgespoten.

Te Almere-Poort, een nieuwe stadskern waarvoor het bouwrijp maken vorige week is begonnen, hoopt de gemeente behalve woningen ook een hoog kantoor en vier 'watergoederen' buitendijks te realiseren. Net zoals op een landgoed, zou op een watergoed natuurontwikkeling en - bescherming hand in hand kunnen gaan met bebouwing. Wethouder Halbesma: ,,Op de watergoederen staat weliswaar een landhuis, maar het worden vooral wetlands die als compensatie voor natuur die elders verloren gaat, kunnen dienen.''

De meest verstrekkende gevolgen heeft echter de aanleg van Almere-Pampus-buiten, een groot stuk 'nieuw land' dat in het IJmeer moet gaan verrijzen. Hoewel het eerste zand niet eerder dan in 2015 wordt opgespoten, toont juist dit pretentieuze plan aan hoe ver de gedachten al gaan. Inherent aan zo'n eiland in het IJmeer is namelijk de aanleg van een nieuwe spoorverbinding van Almere naar Amsterdam - dwars door datzelfde meer. Alleen dan, voert Almere aan, loopt het verkeer tussen het oude en het nieuwe land niet vast. Het liefst zou er, parallel aan dit spoor, ook een nieuwe autoweg moeten komen.

Tot grote schrik van de milieubeweging vindt ook de provincie de aanleg van Pampus-Buiten ,,als antwoord op de ontwikkeling van IJburg inpasbaar.'' Hoewel de provincie erkent dat zo'n grote buitendijkse locatie ,,landschappelijk minder voor de hand ligt'', prijst zij de bijzondere bijdrage die zo'n eiland aan ,,de diversiteit van het woonmilieu van Almere'' kan leveren. ,,Ook dit bewijst dat wij terecht hebben gewaarschuwd'', hamert Karsten van de milieufederatie Flevoland opnieuw. ,,Het lag ook zó voor de hand: als Amsterdam IJburg mag ontwikkelen, wordt de verleiding voor andere steden met soortgelijke fantasieën groot. Amsterdam kon destijds nog aanvoeren dat de stad vol was, maar Almere en Lelystad kunnen met ruimte smijten. Onbegrijpelijk, dat ze dan ín de natuur gaan bouwen.''

Volgens Lelystad maken haar buitendijkse plannen juist onderdeel uit van een integrale visie op de kust. De gemeente heeft niet zo'n grootschalig plan als Pampus-buiten, maar de ontwerpen voor de zogeheten Houtribeilanden kunnen moeiteloos met die van Almere concurreren. Evenwijdig aan de Markerwaarddijk hoopt Lelystad in 2008 met de aanleg van vijf smalle, langgerekte eilanden te beginnen. Op deze eilanden komen huizen, veelal met een eigen ligplaats en - uiteraard - uitzicht op het ,,open water''.

Veel sneller nog, mits de vergunningen rondkomen, begint de bouw van het zogeheten Regatta Center. Bouwbedrijf Noordersluis tekende hiervoor het plan, dat 220 woningen en appartementen telt. Alle huizen liggen als een lus om een jachthaven heen, zodat ,,een buitendijks gelegen waterfront'' ontstaat. ,,De belangstelling is enorm'', weet directeur J. Arendshorst, ,,De 1000 verkoopmapjes die we bij het laatste watersportweekend hadden liggen, waren in een mum van een tijd weg.''

Voorbeelden uit deze verkoopmappen zijn de Eldfisk (een splitlevelwoning van 625.000 gulden), de Bernadette (een penthouse van 1.200.000) en de Gabbart (appartementen in een flat van 8 verdiepingen voor 275.000 gulden). De bewoners van de duurdere huizen krijgen een eigen ligplaats aan huis, die van de goedkopere hebben recht op de huur van een plaatsje in de haven. ,,Al deze plannen zijn vooral stedenbouwkundig van aard'', kritiseert Karsten van de milieufederatie Flevoland. ,,Lelystad moet waterstad worden, Lelystad moet meer huizen in het 'topsegment' krijgen, Lelystad moet groeien. De natuur wordt gewoon vergeten, het begrip Ecologische Hoofdstructuur komt in de plannen nagenoeg niet voor.''

Uit dezelfde nota blijkt dat Lelystad op de langere termijn zelfs een buitendijks bedrijventerrein ambieert. Het gebied ten oosten van de huidige jachthaven Flevo Marina zou zich goed lenen voor de komst van drijvende pontons, waarop vooral watersport- en scheepsgebonden bedrijven zich graag zouden vestigen. Ook een 'natuurlijke oever' met recreatiewoningen ligt in het verschiet, het liefst met woningen op palen, vergelijkbaar met die in Marken.

Het definitieve standpunt van de betrokken ministeries blijft nog steeds uit. Beide gemeenten hebben schriftelijk negatieve signalen van het rijk ontvangen, maar naar hun zeggen zijn er ook positieve, informele gesprekken gevoerd. Of het 'nee' wordt of 'ja, tenzij', moet blijken uit de nota 'Integrale Visie IJsselmeergebied 2030' waar de ministeries van LNV, Vrom, VenW en Economische Zaken (EZ) aan werken.

In een brief legde minister Netelenbos (VenW) half november aan Almere uit dat alle initiatieven voor het IJsselmeer, Markermeer en de Randmeren ,,in samenhang'' moeten worden beschouwd. Juist omdat er meer plannen voor buitendijks bouwen liggen, hield Netelenbos de gemeente voor, is het wenselijk dat eerst die visie voor het hele gebied er ligt. Netelenbos wijst ook op het gevaar voor overstromingen en verontreiniging van het water, bijvoorbeeld door de rioleringen van de huizen. Ook onderstreept zij dat het Gooimeer behoort tot de EHS, dat wil zeggen tot de gebieden die door het rijk zijn aangewezen om natuurlijke verbindingszones te vormen. Rust, ruimte en openheid moeten hier worden gewaarborgd; bebouwing is alleen toegestaan als eerst de maatschappelijke noodzaak is bewezen. Wethouder Halbesma ziet deze discussie met vertrouwen tegemoet. ,,Almere moet kunnen groeien'', argumenteert hij. ,,Wij zijn gebouwd om het Groene Hart te ontlasten. Om díe natuur zijn gang te laten gaan, zijn de mensen hier gebracht.''

De wethouder weet dat ook de vogelrichtlijn voor vertraging of zelfs afblazen van de plannen kan zorgen. Vorige week heeft staatssecretaris Geke Faber (LNV), daartoe gedwongen door de Europese Unie, het Markermeer en IJmeer aangewezen als gebieden waar vogels moeten worden beschermd. Toch vindt Halbesma dat de ontwikkeling van een grote groeikern als Almere hierdoor niet mag worden gefrustreerd. ,,Ineens ligt er dan zo'n richtlijn. Het kan niet zo zijn dat er wél aan de vogels, maar niet aan de mensen wordt gedacht.''

Alleen als Almere ook buiten de dijken kan groeien, beklemtoont Halbesma, kan zij voldoen aan de opdracht van het rijk om de druk op de Randstad op te vangen. Daar Almere naar schatting van 150.000 (eind 2000) tot 185.000 (2005) en 210.000 (2010) inwoners groeit, is volgens Halbesma een locatie als Almere-Pampus op de langere termijn ,,noodzakelijk'' om aantrekkelijke huizen te kunnen blijven bouwen. Belangrijker nog vindt hij dat Almere een stad wordt met allure, een stad die ook vanaf het water én vanaf ,,het oude land'' lonkt en lokt. ,,Als je over de Hollandse brug naar Almere rijdt, moet het oog niet als eerste vallen op een flat. Watergoederen en villa's aan het strand: zó willen wij ons met de voortuin presenteren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden