Reportage

De slag die voor Drenthe van wezenlijk belang is geweest

Dagjesmensen maken een foto van het monument van de Slag bij Ane.Beeld Herman Engbers

Voor de vijftigste keer staat vandaag een groep mensen stil bij een slag van bijna acht eeuwen geleden. 'Voor het eerst nam de gewone man het op tegen feodale heersers.'

Het mag misschien wat lang geleden zijn dat de Slag bij Ane zich in het noorden van Overijssel afspeelde, 790 jaar om precies te zijn, maar het blijft een buitengewoon spectaculair verhaal. In het dorp Ane komt vandaag, voor de vijftigste keer, een flinke groep mensen bij het monument bij elkaar om even bij dat moment stil te staan. "En niet onterecht", zegt Wim Visscher, "want voor Drenthe is deze slag van wezenlijk belang geweest".

In het kort gaat het erom dat een door kruistochten gelouterd ridderleger van de bisschop van Utrecht in 1227 naar het noorden trekt om een stelletje Drentse opstandige boeren eens flink mores te leren. De bewoners van deze schrale en arme streek vertikten het om de hoge belastingen te betalen die bisschop Otto van Lippe opeiste, die hij nodig had voor zijn dure expedities naar vergelegen oorden.

Knotsen en dorsvlegels

Ter hoogte van waar nu Ane is, stuitte het zwaarbewapende leger op de minimaal bewapende Drenten. Althans, hij dacht daarop te gaan stuiten, want voor de ridders het in de gaten hadden zakten zij met hun paarden en zware harnassen weg in het zompige hoogveen. Zij konden in het moeras geen kant op en werden genadeloos afgemaakt door boeren die niets meer hadden dan pijlen, speren, knotsen en dorsvlegels. Er vielen vierhonderd slachtoffers, onder wie 150 ridders.

"Het was zonder meer een vrijheidsstrijd", zegt Visscher (69), secretaris van de vereniging die de herdenking organiseert. "Het was voor het eerst dat de 'gewone man' het opnam tegen feodale heersers. Drenthe had weinig adel, en die woonde bovendien eerder op een boerderij dan op een kasteel. Het heeft volgens mij het vrije karakter van de boeren in een groot deel van het noorden en het noordoosten van Nederland voor eeuwen bepaald."

Omdat dit verhaal zo weinig bekend is, besloten lokale historici in de jaren zestig over de Slag bij Ane lezingen te organiseren. Vijftig jaar geleden, in 1967, kwam het zelfs tot een monument. "Ja, zo groot als in Warns of in Heiligerlee is dat van ons niet", zegt voorzitter Henk Jan Krikke (74) enigszins verontschuldigend. Met een bezem maakt hij de omgeving van het monument, met een paar bescheiden zwerfkeien, alvast een beetje schoon voor vandaag.

Waar precies de slag was, is volgens Krikke niet meer te achterhalen. Er is in de eeuwen daarna te veel aan ruilverkaveling gedaan die de grond heeft verstoord. "Natuurlijk worden er nog pijlpunten en riddersporen gevonden, maar je kunt ervan uitgaan dat het daar juist niet is geweest. Op het slagveld zelf hebben de boeren alles gepakt wat ze nog gebruiken konden. Dat waren dus niet alleen de wapens en harnassen, maar ook stoffen en metalen zoals de hoefijzers van de paarden."

'Drentse onmensen'

Dat we bijna acht eeuwen later nog weten wat er is gebeurd, is te danken aan een middeleeuwse kroniek, kortweg Narracio genoemd, die een paar jaar na de slag is gemaakt. Het is overduidelijk geschreven door een aanhanger van de bisschop, 'maar daar lezen we wel doorheen', zegt Krikke met enige ironie. Ane wordt beschreven als die 'vervloekte en noodlottige plaats' waar de ridders door de 'Drentse onmensen werden afgeslacht als vee'.

De woede wordt nog duidelijker als de katholieke schrijver de dood van bisschop Otto beschrijft die het ongeluk had levend in handen van de onmensen te vallen. Hij werd gescalpeerd, want zijn hoofdhuid moest als bewijs dienen dat hij echt dood was. "Hij schrijft dat aan de slag ook de vrouwen van de boeren meededen", zegt Visscher. "Net hyena's, volgens de schrijver. Het was duidelijk dat het voortbestaan van het gezin op het spel stond."

Het is volgens hem de vraag of de boeren de ridders, met grote namen als Gijsbrecht van Aemstel en Bernhard Horstmar, bewust in het moeras hebben gelokt. "Het maakt het verhaal wel sappig natuurlijk, maar het hoogveen lag op de weg naar Coevorden. Daar kon je vaak overheen rijden, maar niet als het heel veel geregend had, dan werd de grond net een spons. Oude weerboeken wijzen uit dat het in juni en juli 1227 veel regende. Ik sluit niet uit dat het de Drenten heeft verrast dat de ridders vast kwamen te zitten en zij de kans van hun leven kregen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden