De 'Sjandelles' dachten alleen aan zichzelf

Ook al kwam de zege in de bergrit die Theo Middelkamp in de Tour de France van 1936 boekte voor iedereen, niet in de laatste plaats de betrokkene, uit de lucht vallen, bij nader inzien stond dat hoogstandje niet op zichzelf. De eigenzinnige smokkelaar-wielrenner, die zijn erelijst klein hield door koersen als handelswaar te beschouwen, leidde een hausse van het vaderlandse cyclisme in.

Als generatiegenoot van de Zeeuw stond de flamboyante Gerrit Schulte op. Uit Limburg kwam de introverte Jan Lambrichs, de eerste echte klassementsrenner van nationale bodem, die in de Ronde van Frankrijk van 1939 sensationeel als achtste eindigde, maar naar eigen zeggen de eerste Nederlandse Tourwinnaar had kunnen worden.

De geestelijke vaders van die periode van opbloei waren de broers Antoon en Albert van Schendel. In Nederland had niemand ooit van de Brabanders van origine gehoord, omdat ze in Toulouse woonden en door hun huwelijk met een Française helemaal waren verfranst. Daar in de Midi hadden de fietsenmakers aardige uitslagen bij elkaar gereden. Vandaar dat Tourdirecteur Henri Desgrange hen uitnodigde deel te nemen aan La grande boucle van 1936. Ploegleider Joris van den Bergh, die thuis vanachter zijn bureau instructies gaf, mocht er nog twee landgenoten bijzoeken. Hij koos in eerste instantie voor Middelkamp en Kees Pellenaars. De laatste, net prof geworden, bedankte. Albert Gijsen nam zijn plaats in.

Het smaakte meteen naar meer. Het jaar erop mocht Nederland zes renners afvaardigen. Die bakten er door pech weinig van - alleen Antoon haalde in '37 Parijs - maar lieten de kans op een klinkende revanche niet onbenut. Met Van den Bergh achter het stuur van de ploegleiderswagen wonnen Schulte, Middelkamp en Antoon in 1938 ieder een etappe. Dat mocht op zich al een mirakel worden genoemd. Want het was een bijeengeraapt zooitje renners waarvan enkelen elkaar het licht in de ogen niet gunden, dat Nederland als wielernatie op de wereldkaart zette. Met een zadel en stuur reisden ze naar Parijs, waar iemand van de organisatie de hulpstukken op een fietsframe moest monteren. Voor een mecanicien en een verzorger was geen geld. In noodgevallen kon de ploeg een beroep doen op de tweede soigneur van de Belgische formatie, Oscar Daemens.

Met name de Van Schendels speelden een kwalijke rol. In de ploeg opgenomen vanwege, enerzijds hun talent, maar bovenal hun kennis van de Franse taal en het land, negeerden ze het ploegbelang volledig. Het stak de Sjandelles dat debutant Schulte zoveel beter reed dan hen. Toen le fou pédalant, de fietsende gek, wilde weten welke versnelling hij in de bergen moest rijden, weigerden ze hem die nuttige informatie te geven.

Een jaar later, in 1939, doemde uit het ogenschijnlijke niets ene Jan Lambrichs op. Net als Schulte was deze bijna 24-jarige coureur uit Bunde verzot op lange solo's en smeet hij overvloedig met zijn krachten. Hoewel in tegenspraak met die karaktereigenschap, was hij bovenal de meester van de regelmaat en een begenadigd tijdrijder. De ideale ronderenner dus, die op zeker ogenblik op de vierde plaats in het algemeen klassement stond. Dat was nadat hij door de Van Schendels met een verkeerd verzet over de Tourmalet was gestuurd.

Het uitzicht op een mooie eindklassering dreigde in de laatste week vertroebeld te worden door een val. Albert en Antoon waren in de buurt, maar in plaats van hun diensten aan te bieden, ging Albert met een Luxemburger in de aanval. Hij wilde niet overvleugeld worden door zo'n jonge snotaap, biechtte hij later op. Lambrichs was zo kwaad dat hij de volgende dag als een toerist de individuele tijdrit van Bonneval naar Bourg Saint-Maurice reed. Met de handen op het stuur liet hij zich door iedere kruk inhalen.

Dat zinde de nieuwe Tourbaas Jacques Goddet niet. Hij stuurde zijn auto langs Lambrichs en sprak vaderlijk op hem in. De Limburger gehoorzaamde, maar was te ver achterop geraakt om nog een goede tijd neer te zetten. De achtste plaats was derhalve een magere afspiegeling van zijn mogelijkheden. Goddet zag in hem een 'hele grote'. Zelf vond Lambrichs dat hij zonder de tegenwerking van de muitende broers Van Schendel de Tour had kunnen winnen. De oorlog brak zijn carrière zo abrupt af, dat hij, rondrijdend in Catalonië, op de terugweg een paar jaar in Frankrijk werd 'opgehouden'. Daar verdiende hij de kost door mitrailleurkogels voor het Franse leger te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden