’De sjamaan was een paar uur met mij bezig’

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Bertus Haverkort.

Wat heeft u meegemaakt?

„Als ik ’s morgens vroeg naar het land ging om de koeien te melken, boezemden de ochtendnevelen die in de lager gelegen velden hingen me ontzag in.

Ze riepen de vraag op wat daar 's nachts gebeurd was. Ook de machtig grote eiken die voor de boerderij stonden, spraken me aan.

Ik heb de tijd nog meegemaakt dat in mei Maria werd vereerd en bij onweer tot de heilige Donatus werd gebeden. Dat waren vanzelfsprekendheden waar ik tot aan mijn puberteit niet over nadacht. In de dorpskerk hoorde ik bijbelverhalen over de voor mij onbekende woestijn, niets over de mistige velden en de grote eik, waar ik iets heiligs bij proefde. De bijbelse wereld en mijn eigen beleving sloten niet bij elkaar aan.

Toen ik zag hoe de moderne techniek de rol van het katholicisme in het boerenbedrijf overnam, vond ik dat uiterst interessant. De bliksemafleider maakte het bidden tot Sint Donatus overbodig en de kunstmest had een krachtiger uitwerking op de bodemvruchtbaarheid dan het bidden van de rozenkrans. Mannen met grote auto’s en mooie pakken bezochten de boerderij en we gingen over op machines en chemicaliën. Dat maakte zwaar werk licht en de opbrengst nam spectaculair toe. Dat trok me zo, dat ik besloot naar de landbouwhogeschool in Wageningen te gaan, het Mekka van de landbouwvernieuwing.

Nadat ik was afgestudeerd, wilde ik de opgedane kennis over de wereld verspreiden door in het ontwikkelingswerk te gaan. Ik woonde in landen als Colombia en Ghana, landen waar de mensen nog wel dicht bij de natuur leven en daar iets religieus aan beleven. Zo werden mijn jeugdervaringen van de mistige velden en de grote eiken die heiligheid uitstraalden toch weer actueel.”

Wat leerde u daar?

„Ik vertegenwoordigde daar de westerse, superieur geachte kennis, maar ik merkte al gauw dat de tradities er nog sterk leefden. Ik zag een zekere dubbelheid – met de mond beleed men de superioriteit van westerse kennis, maar tegelijkertijd brachten ze in bijvoorbeeld Ghana heimelijk offers aan de voorouders en dat bleven ze dat het aller waardevolst te vinden.

Ik kreeg het inzicht dat moderne kennis niet zonder meer kan worden overgedragen, dat zonder de integratie in de traditionele kijk op de wereld de nieuwe landbouwmethoden moeilijk ingang zouden kunnen vinden.

Ik ben nooit een aanhanger van een of andere godsdienst geworden. Ik zou dat, nadat ik het katholicisme heb losgelaten, ook niet meer kunnen. Maar ik zie religies wel als leveranciers van interessante opties. En in allerlei opties mag ik me graag inleven.

In Sri Lanka bijvoorbeeld was ik bij een bijna clandestien ritueel waarbij een sjamaan het rijstgewas kwam zegenen. Hij sprak mantra’s uit om te zorgen dat er geen plaag van bladluizen zou uitbreken. Dat kon hij, vertelde men mij, doordat hij in zuiverheid leefde – hij bleef ver weg van alles wat dood was, en at geen vlees. Hij sprak zijn mantra op precies het juiste astrologisch bepaalde moment. Hij riep de mensen op niet meer dan hun rechtmatige deel te nemen van het rijstveld, en ook iets achter te laten voor de rest van de natuur, zoals voor de bladluizen, die hij daarmee aanmoedigde ook niet meer te nemen dan hun rechtmatige deel.

Ik ben ook wel verder gegaan dan toeschouwen. Ik heb eens sjamaan zich laten afstemmen op wie ik in wezen ben. Hij zei 108 maal een mantra, was een paar uur bezig. Ik ervoer dat hij op een of ander spiritueel niveau met me bezig was, er gebeurde iets, ik kreeg het gevoel dat er een verbinding tot stand kwam tussen mij en de rest van de zichtbare en onzichtbare wereld.”

Geloofde u dan in het religieuze wereldbeeld van die sjamaan?

„Ik denk niet meer in de categorieën gelovig of ongelovig. Ik zie alle religieuze beelden als opties die, afhankelijk van de wereld waarin je leeft, werkelijkheid kunnen worden. Wat de status is van die werkelijkheid, laat ik open. Vooruit, ik ben een agnost.

In Ghana zie je oude mannen voor hun hut zitten. Zij staan in contact met hun voorouders die hun raad geven over landbouwmethoden en het oplossen van conflicten.

Als zo’n oude man sterft, gaat hij niet binnen een uur de grond in terwijl de nabestaanden nog een plakje cake eten. Nee, er wordt een drie dagen durend ritueel gedaan, om zijn geest te laten overgaan tot de wereld van de voorouders en de verbinding met de levenden in stand te houden. Afrikanen steken veel energie in het levend houden van hun band met de voorouders. Doe je dat niet, dan desintegreert een voorouder in het grotere geheel, heet het.

Hier in Nederland zou het niet werken als ik mijn voorouders eens even ging vereren. In onze cultuur zijn ze niet reëel. Maar daar zeker wel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden