Commentaar

De sis-wet verdient steun

Initiatiefnemer van het wetsvoorstel PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch.Beeld ANP

Als de 28-jarige Helena Henneveld gaat hardlopen neemt ze nog wel eens een omweg, vertelde ze gisteren in deze krant. Om te voorkomen dat ze weer langs zo’n groepje jongens moet die haar nafluiten. 

“Het is ongewenste aandacht waar ik niet om vraag. Vrouwen zijn natuurlijk knap en mooi, maar we hebben ook inhoud. Zo worden wij neergezet als lustobject.”

Veel vrouwen zullen het herkennen. Onderzoeken laten zien dat grote groepen vrouwen te maken krijgen met vormen van niet-fysieke seksuele intimidatie: ze worden nagesist, nageroepen, geconfronteerd met obscene gebaren, uitgescholden, hinderlijk achterna¬gelopen. Met als gevolg dat ze bepaalde straten of wijken uit de weg gaan, of hun kleding erop aanpassen.

Kan het strafrecht helpen om daar iets tegen te doen? De PvdA vindt van wel. Het wetsvoorstel dat PvdA-Kamerlid Marcouch heeft ingediend maakt iedereen strafbaar die ‘zich mondeling of door gebaren op seksuele wijze uit jegens een persoon en hierdoor die persoon in een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie brengt’.

Er zijn best wat argumenten in te brengen tegen zo’n nieuwe wet. Je zou het symboolpolitiek kunnen noemen. Trekken die jongens en mannen zich echt iets aan van zo’n wet? Je zou je kunnen afvragen of er niet andere en betere manieren zijn om iets aan dat verwerpelijke gedrag te doen. Zijn opvoeding en voorlichting dan niet veel nuttiger? Je zou vraagtekens kunnen plaatsen bij de handhaving van zo’n wet. Hoe gaat dat er in de praktijk uit zien?

Venijnig

Allemaal terechte vragen. En toch verdient het wetsvoorstel steun. Ahmed Marcouch heeft volkomen gelijk in zijn analyse: “Seksuele intimidatie is heel venijnig. Vrouwen voelen zich onvrij, homoseksuelen ook.

Een minirokje of een decolleté zijn geen vrijbrief om ¬iemand lastig te vallen. Moet je je voorstellen wat het met je doet als je als homo voortdurend wordt uitgescholden en geïntimideerd.”

Natuurlijk ligt daar in de eerste plaats een belangrijke taak voor opvoeders en onderwijzers. En Marcouch wijst erop dat er op allerlei plekken in het land al initiatieven zijn ontplooid om ‘mentale aanranding’ tegen te gaan. Maar hij wijst er ook op overtuigende wijze op dat dit niet afdoende is. Met dit wetsvoorstel wordt een norm gesteld en een heldere boodschap afgegeven. 

Daar gaat, zoals Marcouch terecht betoogt, een preventieve werking van uit. Niet alleen omdat potentiële daders weten dat ze gestraft kunnen worden, en slachtoffers zich gesteund voelen als er een forse boete op staat, maar ook omdat opvoeders en onderwijzers een heldere norm hebben waarnaar ze kunnen verwijzen.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden