De Sint Maartenschool hikt tegen een ontslaggolf aan

extra zorg | Het vergt veel extra mankracht en medische apparatuur om alle leerlingen van het speciaal onderwijs vooruit te helpen. De zorg komt nu onder druk te staan, want het geld wordt anders verdeeld.

De dertien leerlingen van klas Oranje-5 van de Sint Maartenschool in Ubbergen oefenen vandaag met zelfstandig werken, als voorbereiding op de Citotoets. Juf Jojanneke Hendriks legt uit wat er gaat gebeuren. Als de kinderen iets niet begrijpen, wat kunnen ze dan het beste doen? Een woordenboek pakken, oppert een van de kinderen. Nog even verder lezen, zegt een ander. En wie in paniek dreigt te raken mag het blokje op zijn tafel naar rood draaien, stelt juf Jojanneke een leerling gerust.

De Sint Maartenschool is een speciale school voor kinderen met een lichamelijke of meervoudige beperking en voor kinderen die chronisch ziek zijn. Leerlingen krijgen les in kleine groepjes. De fysiotherapie, ergotherapie of logopedie die ze nodig hebben wordt gegeven in hetzelfde gebouw. Het ziekenhuis waar leerlingen soms naartoe moeten, ligt naast de school.

Het is ook een school waar de komende twee jaar een derde van de 130 medewerkers ontslagen moet worden. Niet alleen meesters en juffen raken hun baan kwijt. Ook fysiotherapeuten, orthopedagogen of logopedisten die vanuit het ziekenhuis gedetacheerd worden, kunnen hun baan kwijtraken.

Reguliere school

Directeur Gilles Geschiere krijgt simpelweg te weinig geld om iedereen in dienst te houden. Dat komt volgens hem door de invoering van de Wet passend onderwijs in 2014. Die moet ervoor zorgen dat kinderen met een beperking vaker naar een reguliere school kunnen, en heeft er ook toe geleid dat de manier waarop speciale scholen hun geld krijgen flink is veranderd.

Vóór 2014 was er een pot geld voor een leerling op een speciale school. Daaruit betaalde het Rijk zowel de benodigde zorg als het onderwijs. Die pot is nu verdeeld: het onderwijsgeld gaat naar de school, het geld dat nodig is voor zorg moeten ouders elders aanvragen.

De gedachte daarachter is dat het daardoor makkelijker is voor een kind met een beperking om naar een reguliere school te gaan. Ouders kunnen immers zelf het geld besteden dat hij nodig heeft voor begeleiding of zorg.

Verder is de portemonnee niet langer van het Rijk. Het geld voor al het onderwijs, regulier en speciaal, gaat sinds de invoering van passend onderwijs naar samenwerkingsverbanden van reguliere en speciale scholen in de regio. De hoop was dat de scholen daardoor meer gezamenlijk zouden gaan kijken wat het beste is voor een leerling.

De samenwerkingsverbanden besluiten hoeveel ondersteuning een kind nodig heeft om zo goed mogelijk te kunnen leren, en dus hoeveel geld er voor de leerling is.

Verder geven ze de zogeheten 'toelaatbaarheidsverklaringen' af. Daarmee kunnen kinderen naar het speciaal onderwijs.

Volgens Geschiere is zijn grootste probleem dat het samenwerkingsverband veel van zijn leerlingen in een te lichte categorie plaatst. "Van de honderd leerlingen die een nieuwe indicatie hebben gekregen, zijn er zestig in een lichtere categorie geplaatst", zegt hij. "Niet omdat het ineens veel beter met ze gaat. Een lichtere indicatie is minder duur. Zo plat is het. Voor het individuele kind kunnen we dat nog wel oplossen, maar ondertussen heb ik op de begroting van de school een gat van 1,5 miljoen op jaarbasis."

De Sint Maartenschool heeft inderdaad veel minder te besteden dan vóór de invoering van passend onderwijs, bevestigt directeur Ria van der Heijden van Stromenland, het samenwerkingsverband waar de school onder valt.

Kinderen worden volgens haar vaker in 'laag' of 'middel' geplaatst doordat het geld voor aanvullende zorg nu ergens anders vandaan gehaald moet worden. "Wij denken nu enkel vanuit de onderwijsbehoefte van een kind."

Dat de school daardoor een probleem heeft kan ze zich heel goed voorstellen. Maar veel bewegingsruimte heeft ze niet. Van der Heijden: "Dit is niet anders dan vanuit het wettelijk kader verwacht kan worden."

Bijkomend probleem voor een deel van de samenwerkingsverbanden is dat zij de komende jaren moeten bezuinigen. Ook Stromenland is er zo een.

Het Rijk wil namelijk dat elke regio over een paar jaar een pot met dezelfde hoeveelheid geld heeft. Daardoor krijgen sommige regio's extra te besteden en andere minder.

De PO-raad, de koepelorganisatie voor basisscholen én voor speciale basis- en middelbare scholen, herkent het probleem. Geschiere is niet de enige bestuurder van een speciale school die worstelt met zijn begroting.

Omdat het geld verdeeld moet worden binnen de samenwerkingsverbanden, kan de koepelorganisatie niet zomaar pleiten voor extra geld: al het extra geld dat naar speciale scholen gaat, kan niet meer naar de reguliere scholen in de regio.

Badkamer

In klas Oranje-5 zijn de leerlingen aan de slag gegaan. Sommige kinderen werken achter de computer, andere lezen de teksten van papier. Lerarenondersteuner Femke Smetsers komt de klas binnen met een elfjarige leerling die nog even naar het toilet moest. Daar heeft de jongen hulp bij nodig. Juf Jojanneke praat hem bij, terwijl Smetsers in een snelle beweging het opgekropen T-shirt van een ander kind rechttrekt.

"Als er straks minder mensen zijn op deze school, ben ik bang dat leerlingen moeten wachten tot er tijd is om met ze mee te gaan naar de badkamer", zegt ze. "Dat we moeten zeggen, ik kan je nu niet helpen dus wacht maar even." Ze maakt zich zorgen. "Sommige kinderen komen hier nadat ze al naar een reguliere school zijn geweest. Die zijn soms echt beschadigd. Onze kinderen redden het daar niet, in ieder geval niet zoals het nu geregeld is."

De klassen Oranje lijken het meeste op reguliere klassen. Dan zijn er nog de klassen Groen, voor leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen, en de klassen Paars. Leerlingen uit de paarse klassen kunnen aan het einde van de basisschool de lesstof aan die op een reguliere basisschool in groep vier wordt behandeld.

De elfjarige Kwint zit in Paars-6, zijn laatste jaar. Hij geeft een rondleiding door de school. Eerst de aula, waar hij straks zal zingen tijdens het kerstconcert. Dan gaat het naar de fysiotherapie, die hij zelf ooit ook heeft gehad. Hij moet even nadenken waarom ook alweer, maar dan weet Kwint het weer. "Omdat ik vroeger bang was om te fietsen."

Dan gaat het door 'de stille gang', waar je stil moet zijn, langs de logopedisten naar 'De pleister'. "Daar gaan kinderen heen die iets met hun lichaam hebben", legt Kwint uit. "Vorig jaar was er een jongen in mijn klas die daar elke dag moest ademen."

Een leerling met de spierziekte Duchenne, legt zijn meester Clemens Thonen uit. De jongen kreeg een behandeling die ontstekingen in de longen moet voorkomen. Verpleegpost De pleister is er ook voor de kinderen die een katheter hebben, om medicijngebruik van leerlingen in de gaten te houden en voor allerlei andere medische handelingen.

Ook meester Clemens maakt zich zorgen over de ontslagen die zullen vallen. "Het gaat mij niet alleen om alle voorzieningen die we hier op school hebben. Wij hebben nu nog tijd voor alle kinderen. Neem bijvoorbeeld leerlingen die ernstig ziek zijn of steeds minder kunnen. Dat is eng, kinderen hebben verdriet of zijn boos. Als dat opkomt kan ik daar met ze over praten, er zijn andere mensen die de klas kunnen opvangen. Ik wil niet zeggen: we gaan verder, want ja; rekenles."

En dan moet Kwint weer door, hij heeft therapie in het zwembad in het ziekenhuis naast de school. Op zijn driewieler komt hij nog even langs om gedag te zeggen.

Aan de overkant van de gang zijn de leerlingen van team Groen aan het lunchen. In die klassen zitten de leerlingen met een meervoudige beperking. Zij hebben de meeste zorg nodig. Bijna alle leerlingen zitten in een rolstoel, sommige zullen nooit leren praten, lezen of rekenen.

Persoonlijke begeleiders helpen kinderen met eten, vegen hun gezicht schoon en zwaaien even naar het bezoek. "Ouders betalen hen uit het persoonsgebonden budget van hun kind", zegt directeur Geschiere.

Dat is een van de potjes waaruit ouders nu de aanvullende zorg betalen die hun kind op school nodig heeft. Het zorggeld is met de invoering van passend onderwijs verdeeld over rijk, gemeenten, scholen en zorgverzekeraars.

Vijf verschillende wetten

Een schema van het ministerie van VWS laat zien dat er nu vijf verschillende wetten zijn waar ouders van kinderen met een beperking uit kunnen kiezen om alles goed te regelen op school. Van de Wet langdurige zorg voor kinderen die 24 uur per dag zorg nodig hebben, tot de Jeugdwet voor leerlingen die begeleiding nodig hebben tijdens de lessen.

"Je moet een rechtenopleiding en een medische opleiding gevolgd hebben om er nog iets van te snappen", zegt Mariëlle Hacken. Haar zoon Sydney (8) zit in Groen-5. Hij had altijd een indicatie 'hoog', die onlangs door het samenwerkingsverband werd bijgesteld naar 'midden'. "Daar wist ik helemaal niets van", zegt ze boos. "Het ging net lekker. Hij begon dankzij deze school een beetje te praten. En dan gebeurt er dit."

Mark Martens is al maanden bezig om begeleiding te regelen in het busje waarmee zijn vierjarige zoon Floris naar school wordt gebracht. Die heeft het jongetje nodig vanwege zijn epileptische aanvallen. "De gemeente zegt dat werk geen excuus is om je kind niet zelf naar school te brengen", zegt hij. De familie woont in Oss, zo'n drie kwartier rijden van Ubbergen.

Nu een derde van de medewerkers van de school weg moet, vreest Hacken dat haar zoon straks geen onderwijs meer krijgt.

"Ik ben heel erg bang dat hij straks naar de dagbesteding moet", vertelt ze. En dan: "Maar dat gaat dus echt niet gebeuren. Dat is echt verschrikkelijk. Dit is mijn kind. Mijn kind. Hij heeft ook recht op onderwijs."

Pietengym

Directeur Geschiere wil de badkamers van de school nog laten zien. Hij wijst naar het systeem dat zorgverleners helpt om leerlingen in en uit hun rolstoel te tillen. "Kijk. Voor zo'n badkamer krijgen we geen geld meer. Door de invoering van passend onderwijs wordt er alleen gekeken wat een specifiek kind nodig heeft om onderwijs te volgen. Dat er ook geld nodig is om de zorg te geven waardoor kinderen überhaupt tot onderwijs kunnen komen, daar wordt geen rekening mee gehouden."

Ook in de gymzaal maakt hij een weids gebaar. De leerlingen van Groen hebben hier net pietengym gehad: er is een schoorsteen waar de kinderen pakjes doorheen hebben gegooid en een grote mat die heen en weer schommelt. Oftewel: de stoomboot van Sinterklaas.

"We hebben hier veel materialen voor de kinderen. Daarvan zou je kunnen zeggen: dat kan minder luxe. Goedkoper. Maar de vraag is of we dan nog het onderwijs kunnen geven waarbinnen de kindjes zich optimaal kunnen ontplooien."

Hij vreest van niet. "Als een derde van de medewerkers weg moet, zullen leerlingen dat merken. Ik wil er alles aan doen om te voorkomen dat we tevreden zijn als de kinderen droog en warm binnen zitten. Dagbesteding is iets heel anders dan hoogwaardig onderwijs."

Passend onderwijs

Nederland kent scholen voor kinderen met een handicap, chronische ziekte, stoornis of beperking: het speciaal onderwijs. Met de invoering van de Wet passend onderwijs in 2014 moesten meer leerlingen uit het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs overstappen. Om dat te bewerkstelligen zitten speciale scholen nu in samenwerkingsverbanden met reguliere scholen. Die krijgen geld van de overheid voor onderwijs en extra ondersteuning. Dat geld wordt verdeeld over de scholen in de regio. De persoonlijke rugzakjes voor kinderen bestaan niet meer. Tussen 2015 en 2020 past de overheid het budget aan dat de samenwerkingsverbanden krijgen. Passend onderwijs geldt voor basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden