De shorttrackers tellen plotseling mee

Van onze redactie sport

amsterdam – Het shorttrackschaatsen is niet langer het stiefkindje binnen de KNSB. Deze zomer definieerde de schaatsbond bij monde van sportdirecteur Arie Koops de toekomstige doelen helder en duidelijk: „Er moeten podiumplaatsen komen op WK's en Olympische Spelen.” Voorwaar een opgave in een land waar de focus bijna een eeuw lang niet verder reikte dan het langebaanschaatsen. De cultuuromslag krijgt in weerwil van alle schaatstraditie in dit land inmiddels vaste vorm. In de voorbije weken vielen de eerste medailles te vieren.

Na het brons van de aflossingsploeg bij de vrouwen, veertien dagen geleden in Changchun (China), baarden de mannen vorige week in Shanghai opzien. Hoogtepunt was de zilveren plak van Sjinkie Knegt op de 1000 meter. Nooit eerder veroverde een Nederlander bij een wereldbekerwedstrijd, opgetuigd sinds het seizoen 1998-1999, op een individuele afstand zilver.

De laatste podiumplaats op het hoogste niveau dateert van bijna tien jaar terug. Cees Juffermans haalde in januari 2001 in Trnava, Slowakije, brons op de 1500 meter. Daarna droogde de vaderlandse oogst razendsnel op. Het schaatsonderdeel, razend populair in Noord-Amerika en het Verre Oosten, lukte het maar niet om wortel te schieten op Nederlandse bodem. De shorttrackers reden hun rondjes, maar konden niet verhinderen dat de turbulente sport soms denigrerend met een op hol geslagen draaimolen werd vergeleken.

Knegt moest het in de finale vorige week opnemen tegen drie Zuid-Koreanen. De jonge Fries hield twee van hen achter zich: regerend wereldkampioen Lee Ho-Suk en Sung Si-Bak. Het duo ging halverwege in de fout, maar dat gebeurde allemaal achter de rug van het talent uit Friesland. „Heel apart dat je ineens zilver pakt”, zei de 21-jarige schaatser, die op de voorbije Spelen in Vancouver strandde in de kwartfinale op de kilometer.

Een dag later, in de finale van de relay, bleek dat de prestatie van Knegt geen uitschieter was. Het kwartet met Knegt, Niels Kerstholt, tFreek van der Wart en Daan Breeuwsma, eindigde verrassend als derde. Knegt stelde in de laatste meters het brons veilig door China één honderdste van een seconde achter zich te houden. „Het wordt steeds leuker met de ploeg”, oordeelde Kerstholt, de meest ervaren man.

De mannen- en vrouwenselectie scoorden tijdens de eerste wereldbekerwedstrijden dit seizoen al meer toptienklasseringen dan in de twee voorgaande seizoenen bij elkaar. Wat is er veranderd dat de shorttrackers nu ineens aansluiting vinden met de mondiale top?

De man naar wie iedereen wijst, is Jeroen Otter. De Heerenvener werd in april dit jaar aangesteld als bondscoach van de shorttrackers. Otter, zelf ooit shorttracker, dirigeerde als trainer de Amerikanen en Belgen naar de winterspelen. Hij volgde bij de KNSB de Canadees John Monroe op onder wiens leiding het aanmodderen was. Otter tekende voor twee jaar.

Er is geen toverformule nodig om succesvol te zijn, claimt Otter. Hard werken en geloof in eigen kunnen, meer is er niet nodig om deze talentvolle lichting schaatsers aansluiting te laten maken met de top. Otter: „Er is wat in gang gezet. De schaatsers stralen kracht uit op het ijs.” De aanpak van Otter – veel en lange dagen op het ijs, inclusief langebaantrainingen – lijken resultaat te hebben. „We hebben veel klasseringen in de toptien en dat zegt misschien nog meer dan de medailles. Het is duidelijk dat we in de lift zitten. Het harde werken het laatste half jaar betaalt zich uit.”

Otter constateert tevreden dat zijn selecties dagelijks progressie maken. „Het zelfvertrouwen is zienderogen toegenomen. Ze rijden mee, worden niet meer gelost in de finale van een race. Ze kunnen de inspanning langer volhouden. De ervaringen die ze opdoen in de trainingen, moeten ze zien te vertalen naar de wedstrijden. Dat gaat steeds beter, maar het zal de komende twee jaar verder moeten groeien.”. Want de sprong vooruit vraagt om volledige toewijding. „Eén keer de verkeerde kant opkijken en je doet niet mee in de top. Het is nog niet zo dat we structureel finales schaatsen, maar de schaatsers krijgen wel in de gaten dat ze tot meer in staat zijn.”

De schaatsers zijn nog een beetje onwennig wat betreft hun nieuwe status. Knegt kon zijn zilveren medaille niet helemaal bevatten. „Het voelt nog een beetje vreemd.” Kerstholt ziet de ploeg beetje bij beetje groeien: „We kunnen op topniveau mee.” De volgende proefmeting is volgende maand, het EK in Heerenveen. Knegt zegt klaar te zijn om het eigen publiek wat te laten zien. „Deze plak geeft vertrouwen voor de toekomst.” Otter wil dat zijn jonge ploeg er vooral ervaring opdoet. „De schaatsers die voorheen in de buurt van het podium kwamen, komen dit seizoen wat los. Ze schrikken steeds minder als ze in een kansrijke positie komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden