'De sfeer is goed in Veldhuizen'

Wat is er aan de hand in de Edese wijk Veldhuizen, waar Marokkaanse jongeren auto's in brand steken? Vandaag: twee Marokkaanse jongens vertellen over hun wijk en over hun dromen.

'De erediisie is moeilijk maar je moet blijven strijden'

Mohammed - 17 jaar:

"De wijk is veranderd. Ik ben in een van de grote flats geboren, echt een zwarte flat. Maar al die galerijflats zijn gesloopt. De wijk is opgeknapt, de sfeer is veranderd. Rustiger. Sommigen vinden dat jammer, het was vroeger gezelliger. Mijn vrienden uit de gesloopte flats moesten verhuizen naar andere gemeentes. In Ede is het moeilijk om een huis te vinden, of je moet er vijftien jaar ingeschreven staan.

"Ik wil niet weg hier, ik woon hier al mijn hele leven. De sfeer is goed. En alle familie van mijn moeder woont hier. Zij vindt het gezelliger met alles bij elkaar. Mijn vaders familie woont in Marokko. Die bezoeken we in de vakanties. Komende zomer weer.

"Maar eerst mijn mavo-examen. Ik hoop dat ik het haal. Je weet waarschijnlijk wel dat Marokkanen moeite hebben met Engels. Daarom krijg ik examentraining, hier in het wijkcentrum. Als ik het gehaald heb, dan wil ik iets met sport doen. Fysiotherapeut, sportleider, of fitnessinstructeur. Maar mijn droom is voetballer worden. Bij een grote club in de eredivisie, of in de Jupiler League, misschien. Je moet gescout worden. Dat is moeilijk, maar je moet blijven strijden.

"Ik voetbal nu in de vierde divisie, bij de A1. Dat is best hoog. Ik ben een nummer 10. Als we winnen verdien ik wat geld met premies, naast mijn bijbaantje. Wat dat is, zeg ik niet. Dat is privé.

"In mijn team zitten Marokkanen en Nederlanders, het is een combi-mix. Het is voor mij geen probleem, ik ga gewoon met Nederlanders om, niet alleen met Marokkanen.

"Johan Derksen weet niet waar hij het over heeft als hij zegt dat het fout gaat als er meer dan vier Marokkanen in een team zitten. Dat slaat echt nergens op. Kijk naar Magreb'90. Die club is met negen Marokkanen naar de topklasse gepromoveerd. In Ede zitten we met zes Marokkanen in het team. Er is nooit wat gebeurd. Derksen houdt praatjes.

"Mijn moeder vindt het jammer hoe er in Nederland gepraat wordt over Marokkanen. Ze scheren alles over één kam. Zij maakt zich zorgen over de afgelopen weken. Ze denkt: straks vliegt ook mijn auto in de brand.

"Ik praat Arabisch met mijn ouders, ze spreken niet goed Nederlands. Zij kwamen hier alleen om te werken. Als ik in de opvoeding van mijn kinderen iets anders zou moeten doen dan zou ik thuis Nederlands spreken. Mijn leven in Nederland gaat makkelijker worden dan het voor hen was."

Twee Marokkaanse jongens schetsen hun beeld van de wijk in Ede

'Ik hoef geen groot huis, gewoon redelijk groot'

Ali - 18 jaar:

"Dinsdag beginnen mijn examens voor de havo. Economie vind ik het leukst, daar leer je berekeningen maken, en je krijgt er een leuk verhaal omheen. Als ik slaag, ga ik op rijles. Mijn ouders hebben ervoor gespaard. Als beloning dat ik het gehaald heb. Daarna ga ik naar het hbo. Waarschijnlijk in Utrecht. Bedrijfskunde. Ik ga niet op kamers, ik blijf liever bij mijn ouders wonen. Ja, uitgaan in Utrecht is wel veel leuker, maar mij boeit het niet. En de meisjes, dat komt vanzelf wel.

"In mijn klas zitten nog drie Marokkaanse jongens uit de buurt. We fietsen samen naar school. Weet je, het zijn de mensen van buiten die een slecht beeld van de wijk hebben. Ze noemen dit een achterstandswijk, ik snap dat niet. Hier zitten best mensen die veel verstand hebben. We rijden normale auto's en dragen normale kleren. Als ik op het journaal beelden zie van de Schilderswijk of zo - daar lijkt mijn wijk helemaal niet op. De jongens die auto's in brand steken, die moeten ze meteen het land uitzetten. Dat zijn geen échte Marokkanen.

"Veldhuizen is voor mij: het voetbalveldje tussen de twee flats tegenover mijn huis. Om vijf uur, dan was iedereen er. Het mooiste moment van de dag. Later is dat veldje verdwenen, toen gingen we naar de kooi bij basisschool De Dillenburg. Na school ga je erheen. De hele kooi zit vol, wel twintig man. Als we uitgespeeld zijn, helemaal bezweet, gaan we naar de Jumbo. Of naar de moskee, daar kun je ook drinken halen, dat is goedkoper. Maar die is niet altijd open.

"Mijn ouders komen uit Nador. Ze hebben zich snel aangepast, spreken goed Nederlands. Mijn vader, tuurlijk, het is een strenge man. Kwam bij het voetbalveld kijken, of ik daar wel was. Als ik een onvoldoende had werd hij kwaad. Hij liet je wel schrikken. Ging schreeuwen. Dat je dacht: dat wil ik niet meer. Mijn broers waren vaker buiten dan mijn vader en hielden daar toezicht op me.

Mijn droom is bedrijfsmanager worden. Handel in auto's. Dat je complimenten krijgt: hé, je bedrijf loopt goed. En dat ik dan als Marokkaan de baas ben over Hollanders. Ik hoef geen groot huis. Gewoon redelijk groot. Geen villa, dat is uitsloverij. Maar wel dat je ziet: die heeft het ver geschopt. En dan schrijf ik op de muur: hier woont een Marokkaanse jongen."

De namen van de twee jongens zijn bij de redactie bekend.

Pop-upredactie

De balans na een week pop-up: 66 mails van lezers met vragen, tips en kritische noten, tientallen tweets en 14 bezoekjes op ons tijdelijke 'kantoor' in wijkcentrum het Kernhuis. Van buurtbewoners én lezers, eentje reed er zelfs 45 minuten voor. De betrokkenheid was groot.

We maakten wandelingen door de wijk en lieten we ons rondleiden door (oud-)bewoners. Toch was het ook moeilijk om het aanwezige wantrouwen te doorbreken. Pogingen om bij een Marokkaans gezin achter de voordeur te komen, strandden. Uiteindelijk kwamen we wel iets dichterbij. Hebben we nu het verhaal van de wijk te pakken? Een week voelt nog steeds veel te kort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden