De senior cities van Nederland

Ooit woonden er vooral jonge gezinnen. Maar veel van hun kinderen zijn vertrokken en de ouders zijn oud geworden. Die vergrijzing biedt kansen, zeggen sommigen. Waar elders is er meer ruimte voor rollators?

Het was een jaar of dertig, veertig geleden al met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te voorspellen en ja hoor, nu gebeurt het ook echt. Steden als Zoetermeer, Capelle aan den IJssel en Houten, die vanaf de jaren zeventig in korte tijd soms wel vertienvoudigden in inwonertal, staan nu aan de vooravond van een vergrijzingsgolf.

Wie wil weten hoe dat eruit gaat zien, moet op een doordeweekse namiddag eens naar Purmerend gaan, bijvoorbeeld naar de wijk Wheermolen. Hier verrezen in de jaren zeventig rijtjeshuizen precies zoals iedereen zich rijtjeshuizen voorstelt, afgewisseld met al evenmin heel bijzondere flats van tien à twaalf verdiepingen.

Middenin de wijk staat overdekt winkelcentrum Makado en wie daar rondloopt, krijgt al snel de indruk dat de vergrijzing hier geen voorspelling meer is, maar de werkelijkheid van nu. Rollators en scootmobielen bepalen het beeld.

In een hoekje zit mevrouw Moerkens (85) even uit te puffen op haar rollator, ze heeft last van tintelende voeten. Al een half leven woont ze in Purmerend, eerst in zo'n rijtjeshuis, na het overlijden van haar man in een flat. "Dat vonden de kinderen beter. 'Als je van de trap valt...', zeiden ze. Ik zei: 'Regel het maar, dan vind ik het goed.'"

Is Purmerend een goede plek om oud te worden? Mevrouw Moerkens weet het niet zo goed. Ze mist haar tuintje, op haar balkon waait het vaak zo. Ja, de kinderen en kleinkinderen komen soms langs, al wonen de meesten niet meer in Purmerend. Eén keer in de week gym in een ouderencentrum in de buurt, één keer in de week sjoelen. Gezellig, ja, al lopen er nogal veel mensen rond die zich overal mee bemoeien. "Het Zou fijn zijn als die hun mond eens hielden."

De luiers voorbij

Purmerend is een stad zoals er in Nederland wel meer zijn. In de jaren zeventig werden Purmerend en nog zeventien andere, toen nog kleine of middelgrote steden officieel aangewezen als 'groeikern'. Vanwege de naoorlogse geboortegolf was er destijds een enorme behoefte aan woningen en het Rijk wilde die groei in goede banen leiden. De groeikernen moesten vooral plek bieden aan al die mensen voor wie in de stad geen woning was te vinden.

Zo groeide Zoetermeer van 10.000 tot 124.000 inwoners, Spijkenisse van 20.000 tot 72.000 en Purmerend van 10.000 tot bijna 80.000. Die groei bestond voor het overgrote deel uit jonge gezinnen. De kinderen van deze gezinnen zijn inmiddels volwassen en een groot deel van hen is vertrokken voor studie of werk. De ouders zijn er blijven wonen en zijn nu vaak de 65 al voorbij.

Groeien doen deze steden al zo'n tien jaar niet meer en sommige hebben zelfs te maken met krimp. Tegelijkertijd verandert de bevolking ook in andere opzichten van samenstelling. Het aantal allochtonen is de laatste vijftien jaar sterk gegroeid en in bijna alle groeikernen neemt ook het aantal mensen met een laag inkomen toe - dat ouderen er in inkomen op achteruit gaan als ze stoppen met werken, is daarvan een van de oorzaken.

De groeikernen zijn 'op zoek naar een nieuwe identiteit', signaleerde het Planbureau voor de Leefomgeving eerder dit voorjaar in een rapport over de Nederlandse steden. "Voor een al te grote somberheid moet worden gewaakt", aldus het planbureau, maar 'een uitdaging' is het wel. Hoe ziet de toekomst van deze vergrijzende steden eruit?

Aanpakkers

"Vergrijzing is niet per se problematisch", zegt ook Arnold Reijndorp, bijzonder hoogleraar nieuwe stedelijke gebieden aan de Universiteit van Amsterdam. "Maar het is wel iets waarover goed moet worden nagedacht." Dat nadenken ziet hij nu her en der op gang komen, en als dat goed gebeurt, liggen er volgens hem 'enorme kansen'.

Kijk, zegt Reijndorp, "er is niets verontrustends en schokkends aan de vergrijzing in deze steden, die kon je tenslotte al jaren zien aankomen. En als vergrijzing érgens moet neerslaan, dan kan dat het beste in de groeikernen gebeuren. Waar anders vind je zoveel ruimte voor de elektrische fiets, de rollator, de scootmobiel?"

Veel van wat er nodig is om de gevolgen van vergrijzing het hoofd te kunnen bieden, is er al in de groeikernen. Elk van deze steden heeft een ziekenhuis en de zorgvoorzieningen liggen misschien niet meteen om de hoek, maar ze zijn wel goed bereikbaar - met auto óf scootmobiel. "Als het aantal ouderen stijgt, komen er meer bij elkaar te wonen en wordt het dus eenvoudiger om zorg in de buurt te organiseren", zegt Reijndorp. "En je hebt ook mensen nodig die in de zorg willen werken, mensen met een lage of middelbare opleiding, en daar zijn er ruimschoots genoeg van in de groeikernen."

Zijn al die woningen in de groeikernen wel geschikt voor ouderen? Niet per se, zegt Reijndorp, maar daar valt iets aan te doen. "Veel woningen zijn sowieso aan renovatie toe, logisch na veertig of vijftig jaar. Ze zullen ook aangepast moeten worden aan de behoeften van ouderen, en niet elke oudere zal dat kunnen betalen. Gemeenten zullen misschien moeten bijspringen."

Maar het belangrijkste advies van Reijndorp aan bestuurders in de groeikernen is: maak gebruik van wat de oudere bewoners zelf kunnen. En dat is veel, denkt hij. De vergrijzing is nog niet heel ver voortgeschreden, veel oudere bewoners van de groeikernen zijn nu nog vitaal. Daarom is dit bij uitstek de tijd voor bestuurders hier om oudere bewoners te vragen wat ze kunnen en willen. "Vraag het hen als ze 55, 60 jaar oud zijn, dan boor je veel creativiteit aan. Wat hebben ze nodig als ze de zorg onderling willen regelen in een coöperatie of als ze plannen hebben om lang thuis te kunnen blijven wonen?"

Deze steden zijn planmatig gebouwd en de bewoners zijn er daardoor misschien aan gewend dat de overheid alles voor hen regelt, vervolgt Reijndorp. "Maar het zijn ook mensen die van aanpakken weten, mensen op mbo-niveau, de aannemers, de facility managers, de politiemensen. Die kunnen dat. Maar dan moet je ze er wel naar vragen. Als je hen vraagt wat ze van de overheid vinden, zeggen ze niet: allemaal zakkenvullers, maar: ze pakken het zo dom aan. Stel hen dus in staat het zelf beter te doen."

Geen vereenzaming

Met zulke gesprekken is Purmerend al begonnen. Voor de zomer waren er twee avonden waar iedereen die dat wilde, kon komen praten over ouder worden en wonen in de stad; na de zomer volgen er nog twee. "Wij zijn geneigd voor ouderen te denken, om voor hen te bepalen: zo en zo is het goed", zegt wethouder wonen Hans Krieger (VVD). "Daar willen we echt van af."

Wat Krieger meteen al opviel: veel meer ouderen dan hij verwacht had, willen gewoon blijven zitten waar ze zitten. Ze wonen vaak vrij goedkoop, hun hypotheek is afbetaald, ze hebben een dakkapelletje hier en een serre daar aangebouwd, ze hebben leuke buren - waarom zouden ze verhuizen?

En dus wordt de opgave voor de gemeente: zorgen dat dat kan, bijvoorbeeld door het aanpassen van woningen mogelijk te maken. Tegelijkertijd wordt er ook nagedacht over de nieuwbouw van seniorenwoningen, want ook daar is vraag naar. Woningcorporatie Intermaris heeft twee jarenzeventigflats volledig gereserveerd voor ouderen, en ook die liepen snel vol.

"De bewoners daar zullen niet snel vereenzamen", zegt Krieger over het laatste, "en dat scheelt waarschijnlijk ook in de kosten voor de zorg." Want behalve wonen is ook in Purmerend de zorg voor ouderen een belangrijke kwestie. De ouderenzorg is sinds begin dit jaar niet langer een zaak van het Rijk, maar van de gemeente, en voor Purmerend was de eerste vraag: redden we dat met het geld dat we van het Rijk krijgen? "Het lijkt erop dat het lukt", zegt Krieger. Maar of dat zo blijft, ook als de vergrijzing doorzet? "Dat wordt een opgave voor de komende decennia."

Van de hel in de hemel

Krieger woont al veertig jaar in Purmerend, dus heeft hij de groei zich zien voltrekken. "Neem de wijk Wheermolen. Die is in de jaren zeventig gebouwd, en de Amsterdammers die daarnaartoe trokken, kwamen van de hel in de hemel: van een klein huisje zonder bad of douche in een woning met alle gemakken."

Maar, heeft Krieger ook gezien, die eerste Amsterdammers voelden zich nog lang geen Purmerenders. "Ze kwamen hier om te wonen. Punt. Voor hun voetbalclub bleven ze op en neer gaan naar Amsterdam." Het duurde jaren voor Purmerend zelf een stad met sociale cohesie was. "En veel Purmerenders mopperen nog steeds als echte Amsterdammers. Maar ze willen hier nooit meer weg."

Tevredenheid

Het is precies die tevredenheid die voor vergrijzing zorgt. Want nieuwe, jonge aanwas van buitenaf trekt Purmerend tegenwoordig maar nauwelijks. Van de Amsterdammers die nu nog naar Purmerend verhuizen, is een fors deel zelfs 75-plus - die zoeken hun kinderen op die in de loop van de jaren negentig de stad verlieten. "We hadden altijd het imago van stad voor jonge gezinnen", zegt Krieger. "Dat raken we kwijt."

En ja, daardoor zal de stad veranderen. Schoolgebouwen komen leeg te staan, theaters passen hun programmering aan, winkels veranderen van aanbod. "Maar veel oudere Purmerenders hebben lage woonlasten, dus die hebben best nog wat te besteden", zegt Krieger. "Ze winkelen vaak, met rollator en al, en ze blijven er lang hangen. Ik hoor de middenstand niet klagen." Purmerend dan maar aanprijzen als 'senior city', met borden langs de snelweg, zoals je in Florida wel ziet? "Nee, dat zie ik ons toch ook niet snel doen."

Groeikern en Vinex

'Gebundelde deconcentratie', zo werd in de jaren zestig in ambtenarenjargon het uitgangspunt aangeduid van het groeikernenbeleid. Dat kwam in de jaren zeventig goed op gang. De achttien kleine en middelgrote steden die officieel aangewezen waren als groeikern, kregen subsidie om woningen te bouwen en te werken aan voor voorzieningen die uiteindelijk moesten zorgen voor het ontstaan van een 'complete stad', op enige afstand van de stad waar ze het leeuwendeel van hun inwoners vandaan haalden.

Sinds een jaar of tien groeien deze nieuwe steden niet meer. Jonge stedelijke gezinnen op zoek naar ruimte hoefden vanaf halverwege de jaren negentig niet langer de stad uit, maar konden terecht in nieuwbouwwijken aan de rand van de stad, zoals Leidsche Rijn bij Utrecht, Wateringse Veld bij Den Haag en IJburg bij Amsterdam.

Dat heeft deels te maken met een koerswending in het beleid. Nu was 'de compacte stad' de leidende gedachte. De uitgangspunten voor dat beleid staan beschreven in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (afgekort tot Vinex) uit 1991, en de wijken die op basis daarvan verrezen, worden daarom Vinex-wijken genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden