Opinie

De seculiere meerderheid blijft haar normen opleggen aan minderheid

Voorbereidingen voor een SGP-jongerenbijeenkomst in de Veluwe-hal. Dat er orthodoxe groepen zijn die andere principes huldigen, roept verbazing en soms ook wrevel op.© Maarten Hartman Beeld
Voorbereidingen voor een SGP-jongerenbijeenkomst in de Veluwe-hal. Dat er orthodoxe groepen zijn die andere principes huldigen, roept verbazing en soms ook wrevel op.© Maarten Hartman

De trend dat de niet-religieuze meerderheid haar normen oplegt aan een orthodoxe minderheid zet door. Seculiere standpunten worden 'kernwaarden van de rechtsstaat'.

Dat het wetsvoorstel over de 'rituele slacht' het deze week in de Eerste Kamer niet heeft gered, is een tijdelijk oponthoud. De trend dat de seculiere meerderheid haar normen oplegt aan een orthodoxe minderheid zet door.

Het is verheugend dat de Eerste Kamer ruimte heeft gegeven aan religieuze overtuigingen van minderheden. Zij mogen ritueel blijven slachten en daarmee is de godsdienstvrijheid gehandhaafd. De vraag is of de inperking van vrijheden van orthodoxe groepen nu een halt is toegeroepen. Dat is helaas allerminst het geval. Dit wordt onder meer aangetoond in een artikel van Boris van der Ham van D66 van 25 november in deze krant, een verkorte versie van de bijdrage die hij uitsprak tijdens de Nacht voor de Rechtspraak in Amsterdam.

Het is algemeen bekend dat Boris van der Ham een grote betrokkenheid heeft bij het orthodox-christelijke volksdeel. Het artikel van zijn hand getuigt daarvan en bestaat uit twee stellingen. De eerste luidt dat er geen seculiere meerderheid is die haar wil oplegt aan een orthodoxe minderheid. En de tweede stelling is dat de wetgever individuen binnen orthodoxe groepen met een afwijkende mening moet beschermen.

Dat de seculiere meerderheid haar wil oplegt aan een orthodoxe minderheid wordt niet erkend door Van der Ham. Het is verklaarbaar dat hij dat niet ziet. Dat komt doordat de seculiere meerderheid de neiging heeft haar standpunten te zien als funderend voor de samenleving, anders gezegd: waar niemand redelijkerwijze van af kan wijken. Ze worden daarom vaak gedefinieerd als 'kernwaarden van de rechtsstaat'.

Dat er orthodoxe groepen zijn die andere principes huldigen, roept verbazing en soms ook wrevel op. Een actueel voorbeeld van die denkwijze is de burgerlijke staat van personeelsleden in het bijzonder onderwijs. De Algemene Wet Gelijke Behandeling stelt dat mensen die ongehuwd samenwonen niet mogen worden geweerd als personeel op die scholen. Dit wordt door Van der Ham en de zijnen natuurlijk niet gezien als de inperking van de vrijheden van orthodoxen, maar als het handhaven van een wet die door de meerderheid van de bevolking is vastgesteld. Maar er is wel degelijk sprake van inperking van vrijheid ten opzichte van de situatie vóór de Algemene Wet Gewetens Bezwaren uit 1993. De seculiere meerderheid ziet dit echter niet zo, het is in haar beeld tenslotte een kernwaarde van de democratische rechtsstaat.

Overigens blijkt een beroep op de 'kernwaarden' van de democratische rechtstaat nog wel eens problematisch. De meerderheidsopvatting die niet gefundeerd is in een vaststaande moraal, kan behoorlijk veranderen zo laat de recente historie zien. Een voorbeeld daarvan is het homohuwelijk, dat twintig jaar geleden ondenkbaar was, tien jaar geleden werd ingevoerd en inmiddels is uitgegroeid tot kernwaarde en toetssteen van de rechtsstaat.

De interessante vraag is dan waar het eindigt. Als die seculiere meerderheid over enkele jaren bij wet zou vaststellen dat het scheppingsverhaal niet meer als historische waarheid op christelijke scholen mag worden verkondigd, is er in hun denkwijze geen redelijk argument te bedenken waarom dit niet gehandhaafd moet worden. Als het tegen die tijd is vastgelegd in een wet dan geldt dat als nieuwe 'kernwaarde van de rechtsstaat', waar ook orthodoxen zich vanzelfsprekend aan moeten houden.

Vervolgens stelt Van der Ham dat individuen met een afwijkende mening binnen een orthodoxe minderheidsgroep moeten worden beschermd tegen die groepsdruk. Het Kamerlid geeft als voorbeeld het bijzonder onderwijs, omdat dat door de overheid wordt bekostigd. Maar laten we ons concentreren op andere organisaties, bijvoorbeeld een orthodoxe krant. Heeft de overheid daar ook een taak minderheidsopvattingen te beschermen? De overheidsbemoeienis dreigt zo eindeloos te worden en het eigen karakter van een orthodoxe groep verdwijnt volledig. En dat is het kardinale punt; met de redenering van D66 houdt een orthodoxe groep op te bestaan. Zij bestaat nu juist bij de gratie van een zekere eenvormigheid, zeker op de kernpunten, die overigens door de groep zelf worden gedefinieerd en niet door de overheid.

Uit het artikel van Van der Ham blijkt duidelijk dat orthodox-religieuze organisaties leven van een gunst. Een citaat van hem: "Hij (een orthodox religieuze persoon, gpv) mag in Nederland zelfs scholen stichten, (...) nota bene betaald door de belastingbetaler." Als je uitgaat van een seculiere norm waar niemand redelijkerwijze van af kan wijken, is het verklaarbaar dat aan orthodoxe groeperingen uitsluitend gunsten worden verleend. Voor orthodox-religieuze organisaties bieden dan zelfs de grondrechten weinig zekerheid meer, omdat ze zijn overgeleverd aan de snel verschuivende opinies van een seculiere meerderheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden