De schrik van christelijk Europa

Doek uit de zestiende eeuw van de belegering van Wenen door de legers van Sÿleyman in 1529. (PLAAT UIT BESPROKEN BOEK ) Beeld
Doek uit de zestiende eeuw van de belegering van Wenen door de legers van Sÿleyman in 1529. (PLAAT UIT BESPROKEN BOEK )

De Turkse vorst Süleyman I heeft in Europa een slechte naam. Volgens Henk Boom is dat niet helemaal terecht. Behalve veroveraar was hij ook een kundig en rechtvaardig leider van het Turkse volk.

Wie de profeet Mohammed is, was de vraag. Het antwoord: een verderfelijk, misdadig individu. Nee, dit is geen uitspraak van Geert Wilders. Het zijn woorden van niemand minder dan Desiderius Erasmus, de beroemde vrijdenker en humanist uit de zestiende eeuw. De grondlegger van de islam was volgens hem de aanstichter van het kwaad dat de Turken in zijn tijd over Europa uitstortten. Was de term ’Eurabië’ al salonfähig geweest, dan had Erasmus die ongetwijfeld in de mond genomen. De christelijke Europese samenleving, zo geloofde hij, stond op het punt overgenomen te worden door vreemden, door moslims.

Er was één persoon die de angst voor Mohammed en zijn navolgers voor de vroegmoderne Europeanen heel dichtbij bracht. Dat was sultan Süleyman I – de Grote Turk werd hij ook genoemd. Die schrik was trouwens niet onbegrijpelijk. Tijdens zijn sultanaat, dat begon in 1520 en 46 jaar zou duren, strekte het Osmaanse Rijk zich liefst uit van de Donau tot de Eufraat, Tigris en Nijl. Terwijl Europa door interne godsdiensttwisten en dynastieke crises werd geteisterd, leek Süleyman onoverwinnelijk, schrijft buitenlandcorrespondent Henk Boom in ’De Grote Turk’, zijn boek over de vorst. De moslimheerser veroverde de Balkan en Hongarije, en stond tot tweemaal toe voor de poorten van Wenen.

Komt het beroerde imago van Süleyman overeen met de werkelijkheid? Met die vraag vertrok Boom – onder meer journalist voor Het Financieele Dagblad – naar de plaatsen in Turkije en Europa waar De Grote Turk huishield. Alle belangrijke gebeurtenissen komen voorbij in deze ’reisbiografie’. Drijfveer voor deze aanpak was wat Boom in de inleiding ’de factfinding missie’ noemt. Hij sprak met legio hoogleraren, historici, sociologen en andere specialisten.

Volgens Boom is het beeld dat Erasmus van Süleyman en zijn geloof neerzette een product van ’hardnekkige christelijke propaganda’. Süleyman was niet alleen een veroveraar, concludeert hij, hij was bovenal een vorst die streng en rechtvaardig leiding gaf aan een rijk dat in cultureel en staatkundig opzicht een gouden eeuw beleefde.

Boom schreef zijn boek voor een breed publiek en daarin is hij goed geslaagd. ’De Grote Turk’ is meer een journalistieke zoektocht dan het werkstuk van een historicus. Dat is niet erg. Zo stroef als menig geschiedkundige schrijft, zo bedreven met de pen is Boom. Hij is op zijn best als hij de lezer op reportage meeneemt naar de plaatsen waar het in de zestiende eeuw allemaal gebeurde.

Zo neemt hij een kijkje op de plaats waar Süleyman zijn tenten opsloeg tijdens de belegering van Wenen – tegenwoordig in de buurt van de laatste halte van metrolijn U3. Boom belandt in een wat treurige omgeving waar voorbereidingen worden getroffen voor een zomerbioscoop. „Een verlaten terrein, afgebrokkelde muren. Kaalslag alom”, schrijft hij, om vervolgens de praal van de tent van de Grote Turk in herinnering te roepen (’De tent van de Libische leider Gadaffi is daarbij vergeleken een armetierige bungalowtent’).

Boom blijft wat flets als hij de deskundigen aan het woord laat. Eigenlijk laat hij het vooral bij citeren van wat kenners zeggen. Waarom hij ze opzoekt in hun studeerkamers in Istanbul, Boedapest en Sarajevo is niet helemaal duidelijk. Boom laat ze zinnen zeggen die hij ook had kunnen overschrijven als hij er een literatuurstudie van had gemaakt. Daarmee lijkt zijn aanpak een beetje op hoe die andere journalist, Geert Mak, te werk gaat: op bezoek gaan bij deskundigen en hun opvattingen opschrijven. Een eigen historische visie blijft grotendeels achterwege.

Toch heeft Boom een boodschap in het boek gestopt. Reizend door Bosnië-Herzegovina roept hij de burgeroorlog van de jaren negentig in herinnering. De ultranationalistische Slobodan Milosovic was het om één ding te doen, schrijft Boom: ’de totale vernietiging van de door de Osmaanse sultans achtergelaten islamcultuur’. Het manipuleren van de geschiedenis maakte daar integraal deel van uit. De moslims werden verantwoordelijk gehouden voor vijf eeuwen ’slavernij’ op de Balkan.

Mensen hebben altijd weer een vreemde nodig, tekent Boom ergens halverwege het boek op uit de mond van een Hongaarse socioloog. De lezer kan het opvatten als een waarschuwing. Bijvoorbeeld voor politici die met het huidige regeerakkoord ’Nederland weer Nederlandser’ wil maken. Religie en verleden gebruiken voor politieke propaganda, houdt Boom de lezer voor, leidde in ieder geval op de Balkan tot de ondergang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden