De schrijver leeft in zijn boeken

Schrijvers zijn in de media gedegradeerd tot 'de man achter het boek'. Maar wie zich in 'het echte leven' - het thema van de maand van de filosofie - van een schrijver wil verdiepen, kan het beste diens boeken lezen.

De in november overleden Harry Mulisch werd dit jaar op het Boekenbal geëerd met een levensgrote afbeelding boven zijn eigen beroemde trap. De boekenbalbezoeker die dat niet genoeg vond, kon bovendien een iPhone-app installeren. Die applicatie toonde Harry Mulisch als gebruikelijk zittend op de trap. Het kost ons blijkbaar moeite om de bekende schrijver na zijn dood los te laten.

Maar kennen we Harry Mulisch eigenlijk wel? Zoals zoveel schrijvers ontwikkelde Mulisch een zorgvuldig gestileerde publieke persoonlijkheid. Daarmee verkocht hij het publiek de illusie van het echte leven. In de romans en verhalen die hij schreef, komen we echter een heel andere Mulisch tegen. Dat is een schrijver die zijn eigen publieke persoonlijkheid ironisch bekritiseert. Maar het is ook een schrijver die zijn persoonlijkheid inzet om historische en morele vraagstukken te onderzoeken. Het gaat bij Mulisch uiteindelijk altijd om zijn boeken, in tegenstelling tot de loutere belangstelling voor de 'man achter het boek' - waar het in het huidige mediatijdperk, hongerend naar emotie en human interest, om draait.

Het publiek gelooft graag in de illusie van authenticiteit. Het ene na het andere boek verschijnt waarin een onbekende schrijver zich in zijn familiegeschiedenis verdiept en aande hand van dit 'persoonlijke' verhaal 'een stukje geschiedenis' vertelt. Als het op televisie al eens gaat over een fictiewerk, dan steevast over de man achter het boek. Hoe mooi Hafid Bouazza's novelle 'Spotvogel' ook mag zijn, talkshow-presentatoren Pauw en Witteman ondervragen hem een kwartier lang over de alcoholverslaving die slechts een bijrol speelt in het boek. Thomas Rosenboom vertelt de kijkers een 'aangrijpend' verhaal over het aanschaffen van een konijn. Hij weet ook wel dat geen televisie-interviewer hem zal vragen naar de betekenis van zijn roman 'Zoete mond'.

Onze schrijvers hebben geleerd hoe ze intrigerende autobiografische waarheden moeten verzinnen en verkopen. Wie geeft ze ongelijk? Ze hebben goed gekeken naar hun voorganger Gerard Reve: om boeken te verkopen moet je de lezer doen geloven dat je 'het echt hebt meegemaakt'. Onze zucht naar 'het echte leven' zorgt ervoor dat ons overal de illusie van echtheid verkocht wordt. De schrijvers van vandaag maken hun eigen biografie en trekken daarmee een rookgordijn op dat hen helpt hun boeken te verkopen.

Begrijpelijk, maar gevaarlijk voor de literatuur. Als de hype voorbij is, en de schrijver dood, dan begint het grote vergeten. We waren immers geïnteresseerd in de man achter het boek en niet in de boeken die hij schreef. We waren geïnteresseerd in de homoseksualiteit van Reve, zijn mediagevoelige bekering tot het katholicisme - en dat herkenden we in zijn boeken. Nu horen we regelmatig dat Reve 'nooit meer gelezen' wordt; na zijn dood lijkt zijn werk voor veel lezers niet meer te bestaan. Sinds Reve dood is, is de media-aandacht voor zijn werk dan ook aanzienlijk teruggelopen. Dat is het gevaar wanneer authenticiteit een verkoopproductwordt: zo lang we alleen nog maar praten over de man achter het boek, zien we niet langer dat het 'ware leven' eigenlijk wordt geleefd door de man of vrouw in het boek.

Als er één auteur was die zichzelf wist te verkopen, dan was het Harry Mulisch. Elk jaar waren er minstens drie grote mediamomenten: zijn verjaardag, de Boekenweek en de uitreiking van de Nobelprijs. Toch zou ik er niet al te veel op vertrouwen dat we hem dus kennen. Wie de talloze interviews leest, ziet dat Mulisch wel heel vaak exact dezelfde antwoorden formuleerde. In die interviews speelde hij vooral wat het publiek graag wilde zien: de zelfbewuste, geliefde en gehate Grote Eén.

Door dat maskerspel slaagde hij erin zijn 'ware zelf' te verstoppen. In 1956 kondigde hij in het essay 'Voer voor psychologen' al aan waar het hem om te doen was: hij wilde veranderen in een 'groot oog, dat kijkt. Dat schrijft.' Achter de talloze maskers die Mulisch in de loop der jaren opzette, verborg hij de 'echte Harry Mulisch' zorgvuldig.

De Mulisch die wij allemaal denken te kennen is een zorgvuldig gestileerde mythe. Voor de toekomstige biograaf is het een moeilijke klus om achter dit masker te geraken. Maarmisschien moeten we het niet zoeken in eventueel nog op te duiken brieven en dagboeken.

Er is een andere manier om Mulisch te leren kennen: door het lezen van zijn boeken. Ooit zei hij dat het dagelijks leven van de lezer en de schrijver 'maar wat voortdwarrelt', terwijl het leven van de man in het boek 'scherp, helder, onveranderbaar' is, 'als een klap op tafel'. De man in het boek leeft 'het volstrekte leven'. Het leven van het personage is onderdeel van een afgerond verhaal en heeft daarmee een zin gekregen die ons dagelijks leven niet heeft. Mulisch stelde destijds dat hij zich het meest echt voelde wanneer hij schreef.

Rudolf Herter, de hoofdpersoon van Mulisch' laatste roman 'Siegfried' (2001), is er om het te bewijzen. Hij is een beroemde Nederlandse schrijver die naar Oostenrijk gaat voor een televisie-interview. In het begin van de roman beschrijft Mulisch hoe hij wordt onthaald als een ster. 'Herter liet het zich minzaam aanleunen; maar omdat hij voor zichzelf nooit was geworden wat hij nu al sinds tientallen jaren voor anderen was, dacht hij: Dit is allemaal bedoeld voor een jongen van achttien, die, vlak na de Tweede Wereldoorlog, straatarm en onbekend probeert een verhaal op papier te krijgen.'

Via Herter parodieert Mulisch zijn publieke persoonlijkheid. Maar het personage heeft ook een andere functie: Herter neemt zich voor om Adolf Hitler te begrijpen door een roman over de dictator te schrijven. Niet veel later verandert Herter van schrijver in personage. Hij ontmoet een bejaard echtpaar dat beweert Hitler gekend te hebben. De oudjes vertellen hem dat Hitler ooit een zoon heeft gehad. Ineens maakt Herter deel uit van de wereld die hij eigenlijk zelf had willen verzinnen.

Aan het einde van de roman ontwikkelt hij een theorie over Hitler als het monsterlijke Niets. Zijn echtgenote vraagt hem om tot bezinning te komen. Het antwoord is: 'Ik doe niet anders, ik doe niet anders. Maar niet om de zaak terug te brengen tot iets alledaags, zoals toeval, en dan mijn schouders op te halen en mij af te wenden; maar om verder te komen, want het gaat hier niet om iets alledaags, verdomme. Begrijp je wel waar we het over hebben? We hebben het over het ergste van het ergste.'

Herter begon als een parodie van de mediafiguur Harry Mulisch. Hij eindigt als een schrijver die het raadsel Hitler ontsluiert, maar hij moet dat met zijn leven bekopen. Mulisch schrijft niet autobiografisch, maar speelt met het beeld dat van hem bestaat. In Siegfried voert hij niet één Mulisch op, maar verschillende. Als Rudolf Herter dood is, is er een stem die ons vertelt wat zijn laatste woorden waren: '...hij...hij...hij is hier'. Die stem is op zijn beurt weer een constructie van iemand die we niet zien: de auteur die Siegfried heeft bedacht en geschreven. In dat schrijven is Mulisch definitief geworden tot een 'groot oog, dat kijkt. Dat schrijft.'

Ook als de schrijver dood is, spreekt zijn stem nog. Het lezen is het voeren van een gesprek met een afwezige. De publieke mediafiguur Mulisch mag dan als standbeeld nog na zijn dood aanwezig zijn, hij blijft voor ons een vreemde. Om hem op een veel intiemere manier te ontmoeten, moeten we hem zoeken in de pagina's van zijn boeken. We vinden het ware leven van de schrijver daar waar hij het meest afwezig is.

Sander Bax werkt als cultuurhistoricus en literatuurwetenschapper aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft een boek over 'De Mulisch Mythe'.

De Universiteit van Tilburg organiseert op zaterdag 23 april de Dag van de Filosofie. www.dagvandefilosofie.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden