De schrijver als pak havermout

'Ik Jan Cremer' was het juiste boek op het juiste moment. Ook de Nederlandse tieners waren klaar voor rock-'n-roll. In de serie iconische beelden vandaag een fameuze omslagfoto.

Even uitzoomen en Jan Cremer wordt meteen een stuk minder man van de wereld. Wim van der Linden, vriend en generatiegenoot van de schrijver/schilder, maakte de fameuze foto voor het omslag van 'Ik Jan Cremer' gewoon in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Tussen twee regenpijpen werd een lijntje gespannen waaraan met wasknijpers een wit laken werd bevestigd. De Harley Davidson Liberator werd geleend van iemand uit de buurt.

Zonder bakstenen muur, regenpijpen en wasknijpers en met de juiste belettering werd het een iconisch beeld. Dit soort ruige jongens met pet op slagschepen van motorschepen waaide over uit de Verenigde Staten. Marlon Brando en Elvis Presley poseerden met zo'n overdaad aan paardenkrachten voor de camera.

Rock-'n-roll kreeg maar in beperkte mate vat op Nederland. Tieners kregen vooralsnog vaak een brave vorm van de wilde jongerencultuur uit het buitenland voorgeschoteld. In het jaar van verschijning van 'Ik Jan Cremer' stonden de keurige zangeressen Karin Kent en Ciska Peters in het voorprogramma van The Beatles in Blokker en werden de Fouryo's ('Zeg niet nee-hee-hee-hee') als opwarmer voor The Rolling Stones het podium van het Scheveningse Kurhaus opgestuurd.

De uitzinnige reactie op het voortijdig afgebroken optreden van Mick Jagger en zijn kompanen maakte wel duidelijk dat Nederland aan het veranderen was. 'Ik Jan Cremer' was het juiste boek op het juiste moment.

Maar dan nog: zo'n foto van de auteur en ook nog eens voorop. Dat was nog nooit vertoond. Schrijvers waren nette mannen. In 2010 werd de tv-serie 'Literaire ontmoetingen', gemaakt in de periode dat Cremers boek verscheen, op dvd uitgebracht. Wie de uitzendingen terugkijkt, ziet alleen maar keurig geklede heren (Hugo Claus draagt zelfs een driedelig kostuum), die er niet over peinzen om tegenover interviewer H.A. Gomperts straattaal te bezigen.

Cremer had lak aan de literaire conventies. Hij wist precies wat hij wilde: het soort auteursfoto, een belettering als die op opsporingsposters in westerns en de aanprijzing: 'n onverbiddelijke bestseller. Met dat woord 'bestseller' in kapitalen. De auteur keek niet op een superlatief meer of minder. Je kon uitgroeien tot een mythe. Je kon jezelf ook meteen al als mythe in de markt zetten. Pr was voor hem geen besmette term. Want: "Waarom mag men de havermout op televisie aanprijzen als het Beste Pak Havermout ter Wereld en waarom mag dat niet in de nog steeds voor velen heilige kunst, zoals literatuur?"

Van der Linden, die al enige naam had gemaakt met foto's van kinderen in Amsterdamse achterstandsbuurten, verkeerde vaker in schrijverskringen. Hij was bevriend met Remco Campert. Simon Vinkenoog en Van der Lindens zus vormden een echtpaar. Cremer en de fotograaf hadden een zelfde soort bravoure.

De schrijver leverde zijn manuscript al eind 1962 in. 'Ik Jan Cremer' kwam pas in februari 1964 uit. Binnen de uitgeverij had de expliciete inhoud van het boek voor de nodige discussie gezorgd. Paste dit wel in het fonds? Dat Cremer met zijn schildersachtergrond zulke vastomlijnde ideeën over de vormgeving had, vormde eveneens een probleem. De schrijver daarover: "Dat ik mijn eigen omslag wilde ontwerpen was een extra reden voor vertraging. Karel Beunis maakte in die tijd de meeste omslagen, met van die rare kots- en braakvlekken zoals ik het noemde. Ik wilde absoluut niet dat mijn boek ook zo'n knoeiomslag zou krijgen, dus heb ik zelf zowel de cover als de achterflap ontworpen, wat op enorme tegenstand stuitte en waarbij het zelfs zover ging dat ik moest roepen: 'Als jullie vasthouden aan Beunis gaat het hele boek niet door'. Op zijn beurt riep Beunis: 'Als schrijvers zich gaan bemoeien met omslagen, dan stap ik op'. Die kreet had hij ook uitvergroot op zijn deur gehangen." Cremer hield voet bij stuk.

De literaire kritiek was verdeeld. Recensent J. van Doorne had in Trouw bijvoorbeeld geen goed woord over voor het boek. "Dat een uitgeverij deze smeerlapperij laat zetten, drukken en in de handel brengen, is het erge", schreef hij vol afschuw. "Jan Cremer hoort in een kliniek thuis of een tuchthuis. Dat moeten beter bevoegden maar uitmaken. Maar hij hoort zeker niet in staat gesteld te worden zijn smerigheden en zijn smerige dagdromen in druk te geven."

De Leidse hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap J.G. Bomhoff waarschuwde in de Haagse Post voor de 'levensstijl' die centraal stond in Cremers boek, want hierin "wordt de seksualiteit, los van de liefde, als waarde in zichzelf gepropageerd. Dit gaat rechtstreeks in tegen de christelijke ethiek en, in ruimere zin, tegen het Nederlandse cultuurpatroon". De KVP'er Jo Cals - even Tweede Kamerlid tussen zijn ministerschap op onderwijs, kunsten en wetenschappen en zijn latere premierschap - werd door Vrij Nederland-interviewster Bibeb Lampe naar het boek gevraagd. "'Ik Jan Cremer' vind ik van een afschuwelijke wreedheid. Dat men dat boek pousseert, vind ik ongezond. Het is tegenwoordig mode om dat allemaal mooi te vinden."

Ook in minder religieuze kringen was men geschokt. Bij de Vara kwam Cremer, toch opgegroeid in een rood nest, op een zwarte lijst te staan. De man die met zijn scabreuze boek zijn familie te schande had gemaakt, mocht niet worden geïnterviewd.

Desondanks of mede daardoor werd 'Ik Jan Cremer' het grote verkoopsucces uit de geschiedenis van De Bezige Bij. In oktober 1964 waren er honderdduizend exemplaren over de toonbank gegaan, tegen de zomer van het daaropvolgende jaar al het dubbele aantal.

Cremer zou met nog meer schrijverswetten spotten. In november 1964 bracht hij een eigen singletje uit. In steenkolen-Engels zong Cremer zijn versie van 'Boom boom' van bluesgrootheid John Lee Hooker. Blanke jonge Europeanen hadden de ruige zwarte muziek uit de VS ontdekt. The Rolling Stones putten uit dezelfde bron. Had op Cremers boek nog ''n onverbiddelijke bestseller' gestaan, in de linkerbovenhoek van het hoesje van het grammofoonplaatje stond 'de onverbiddelijke hit'.

Fotograaf Van der Linden zou als programmamaker nog één keer voor een kleine revolutie in Nederland zorgen. Met onder anderen Wim T. Schippers maakte hij in 1967 het ontregelende 'Hoepla'. De tweede aflevering schreef geschiedenis: Phil Bloom zat naakt het dagblad Trouw te lezen, het eerste bloot op de buis.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden