De schop in het veen

Ondanks dertig jaar steunbeleid voor het noorden des lands staan de Drents-Groningse Veenk'loniën er in sociaal-economisch opzicht nog steeds slecht voor. Bezorgde bestuurders presenteerden gisteren een reddingsplan voor de eens zo welvarende aardappelstreek.

Elke bestuurder en ambtenaar die zich bezighoudt met de toekomst van de Drents-Groningse Veenkoloniën kent ondernemer Peter van der Giessen uit Nieuw-Buinen. Bij gebrek aan andere succesverhalen geldt hij als hét voorbeeld van een nieuwkomer die met plezier woont en werkt in dit probleemgebied - eens bekend om de turfstekerij en nu al twee eeuwen een streek van telers van fabrieksaardappelen.

Vanuit zijn kantoor in een grote boerderij bemiddelt Van der Giessen in het contracteren van grote zeeschepen voor het vervoer van ladingen uit Zuid-Amerika. Eerder zat zijn bedrijf in Rotterdam. Hij is samen met zijn vrouw de drukte en de files ontvlucht. In oostelijk Drenthe kwamen ze op adem. ,,Hier leven we zoals mensen vroeger leefden, zonder stress. Hier heeft men nog tijd voor elkaar, hier is veel ruimte en het onderwijs is kleinschaliger', somt mevrouw Van der Giessen de pluspunten op.

Ook bestuurders hechten aan de ruimte en rust die hier in tegenstelling tot grote delen van het land nog overvloedig aanwezig zijn. Maar tegelijk snak ken zij naar meer dynamiek in deze 200 000 inwoners tellende landbouwstreek tussen het Groningse Hoogezand-Sappemeer en het Drentse Emmen. Bijna dertig jaar steunbeleid van de rijksoverheid voor het noorden des lands heeft niet kunnen verhinderen dat de Veenkoloniën in sociaal-economisch opzicht zwak en kwetsbaar zijn gebleven.

Toen vorig jaar bovendien bekend werd dat de Europese subsidies voor de zetmeelaardappelteelt na 2006 mogelijk wegvallen, alarmeerden de noordelijke provincies de regering. Die liet vervolgens een Commissie Structuurversterking Veenkoloniën onder leiding van Raad van State-lid R. Hoekstra de precieze omvang van de problemen onderzoeken.

De uitkomsten, in mei 2001 gepresenteerd, bevestigden het sombere beeld. De bevolking is flink vergrijsd. Het aantal inwoners groeit niet. Het inkomensniveau ligt bijzonder laag. Het aantal banen stijgt minder snel dan in de rest van het noorden. Mensen zijn er veel minder goed opgeleid dan elders. De werkloosheid is relatief hoog en het aantal werkende vrouwen gering.

Mede door een gebrek aan bestuurlijke samenwerking, aldus de commissie-Hoekstra, is het tij nog niet gekeerd. Vandaar dat gisteren in Stadskanaal de betrokken provincies, drie Drentse en zes Groningse gemeenten plus twee waterschappen, met elkaar een reddingsplan presenteerden, in bijzijn van staatssecretaris Remkes van Vrom.

De Veenkoloniën ontstonden vanaf de zeventiende eeuw door grote, systematische ontginningen om aan de vraag naar turf te voldoen. Voor het afvoeren van water en turf werden kanalen, diepen en zogeheten wijken - inhammen - aangelegd. Later verschenen langs de kanalen scheepswerven en op het afgegraven vruchtbare land vestigden zich boerenbedrijven.

Begin 1900 stortte het veenbedrijf in. Intussen floreerde de teelt van zetmeelaardappelen, evenals de aardappelmeel- en de strokartonindustrie. Dat had echter weinig effect op de sterk gedaalde werkgelegenheid. Aangemoedigd door de rijksoverheid vestigden zich na de Tweede Wereldoorlog ook textielfabrieken en filialen van onder meer Philips in de regio, maar na 1970 gingen veel banen weer verloren. Ook van allerlei andere stimuleringsmaatregelen voor Noord-Nederland zijn de Veenkoloniën weinig wijzer geworden.

De teelt en verwerking van zetmeelaardappelen ging wel onverminderd verder. Maar de positieve bijklank die deze activiteiten vroeger hadden is verdwenen. De fabrieksaardappel lijkt eerder het symbool geworden van de stagnerende ontwikkeling van de streek. Terwijl zetmeelproducent Avebe tegenwoordig toch een heuse multinational is met vestigingen in het Verre Oosten.

Een kleine 3000 zetmeelaardappelboeren in Groningen en Drenthe zijn lid van de coöperatieve onderneming. Per jaar vallen er zo'n driehonderd af. De vrijkomende grond wordt meestal door collega's opgekocht. Met 1600 mensen in dienst, verspreid over fabrieken op vier locaties in de Veenkoloniën, is Avebe een belangrijke werkgever in de regio. Het kwam hier eerder deze maand dan ook hard aan dat de directie 350 banen wil schrappen. Doel daarvan is om de marktprestaties, de organisatie en het rendement te verbeteren, maar de verwachte afbouw van de EU-zetmeelsteun speelt ook mee, aldus woordvoerder H. Jasken van Avebe.

Volgens Jasken worden het gebied en het bedrijf ten onrechte vaak vereenzelvigd. Alsof de situatie in de streek een weerspiegeling is van de stand van zaken binnen de organisatie en andersom. ,,Dat is erg overdreven. Wel is de regio gebaat bij een sterker renderend Avebe', stelt hij. De analyse van de commissie-Hoek stra is op dit punt genuanceerd. Het feit dat de Veenkoloniën zwaar leunen op een sector die sterk afhankelijk is van prijs- en quoteringsmaatregelen is niet de énige oorzaak van de malaise, aldus het onderzoeksrapport.

Eigenlijk zijn er twee hoofdproblemen, constateerde de commissie: eenzijdigheid en een uitgesproken negatief imago. Die eenzijdigheid betreft niet alleen de economische structuur. Ook het uitgestrekte landschap met zijn grote percelen, kaarsrechte vaarten, bomenrijen en langgerekte dorpen vertoont weinig afwisseling. De doorsnee buitenstaander is daar op zijn zachtst gezegd niet weg van, hoewel de dorpen over het algemeen een tamelijk verzorgde aanblik bieden en bewoners zelf vrij positief zijn over het leven in bijvoorbeeld Oude Pekela, Wildervank of Valthermond.

De opstellers van het reddingsplan, de 'Agenda voor de Veenkoloniën', zien de oplossing voor een deel in het benutten van de bijzondere kenmerken van het gebied, zoals rust, ruimte en hechte sociale verbanden. Maar ook het 'unieke' feit dat agrarische producten in de streek zelf worden verwerkt.

Verder willen de betrokken overheden de cultuurhistorische waarde van vooral het oudste, noordelijke deel van de Veenkoloniën onder de aandacht brengen. Dat zal de beeldvorming verbeteren en levert banen op in recreatie en toerisme, denken de bestuurders die zich hierin onder andere laten adviseren door rijksbouwmeester Jo Coenen.

Een tweede uitgangspunt van de nota is dat bedrijvigheid, woningbouw en landschap gevarieerder moeten worden. Dat houdt in: méér natuur scheppen, de tot nu toe bescheiden groei van de zakelijke dienstverlening stevig aanwakkeren en bijzondere 'woonmilieus' uit de grond stampen. Zoals woon-zorgcombinaties in de grotere plaatsen, woon-werkcombinaties in de linten en landschappelijk wonen in de buurt van ecologische zones. ,,Nieuwkomers verwachten we vooral vanuit de nabije omgeving van de Veenkoloniën", aldus projectleiders J. Dijksterhuis en E. Koole. ,,Al zullen er vast ook een paar gepensioneerden uit het westen van het land hierheen komen.'

Volgens Koole is alleen al voor extra natuur zo'n 5000 hectare grond nodig. Tegelijk kan de landbouw door opbrengstverhoging met minder ruimte toe dan de huidige 70 000 hectare. Niettemin blijven grootschalige akkerbouw, lintdorpen en water de voornaamste karakteristieken. Wel moet de landbouw worden verbreed.

De boerenorganisatie NLTO kwam twee jaar geleden al met een rapport getiteld 'Het roer moet om'. NLTO gaat ervanuit dat de teelt van zetmeelaardappelen hoofdactiviteit blijft van de boeren. Die moeten alleen marktgerichter en milieubewuster gaan werken. Naast glastuinbouw, waarvoor met name bij Emmen veel plaats is, en naast bollenteelt wordt de gewenste verbreding gezocht in het toelaten van melkveehouderijen die elders in het land moeten wijken. Maar daarvoor zijn wel allerlei aanpassingen in de infrastructuur nodig. Het wachten is op geld uit Den Haag.

Overigens is het niet de eerste keer dat voor de Veenkoloniën een ambitieuze toekomstvisie is bedacht. Eind jaren zeventig werd een herinrichtingsplan gelanceerd waarvan een deel nog in uitvoering is. Hoewel ook dat plan uit een breed pakket maatregelen bestond, kregen ruilverkaveling en optimalisatie van de akkerbouw de meeste aandacht. Volgens de commissie-Hoekstra was de herinrichting van wezenlijk belang maar is nu echt een integrale aanpak nodig.

In het Drentse Borger-Odoorn en het aangrenzende Groningse Stadskanaal zijn ze daarmee al een stap verder dan in de rest van de Veenkoloniën. Beide partijen zochten een paar jaar geleden samenwerking, nadat ze lange tijd met de rug naar elkaar toe hadden gestaan.

Stadskanaal drong in het verleden herhaaldelijk aan op een grenscorrectie om een nieuwbouwwijk en een rondweg aan te kunnen leggen. Maar burgemeester Slagman-Bootsma van Borger-Odoorn wilde liever een aantal lastige zaken samen te lijf. Niet alleen ruimtelijke kwesties, ook maatschappelijke problemen die zich in het veenkoloniale deel van haar gemeente afspelen. Zo zijn de cijfers van de wijkagent in Nieuw-Buinen over kindermishandeling en alcoholmisbruik hoger dan in de oude brinkdorpen aan de westkant, vertelt ze.

De twee gemeenten trokken elk één miljoen gulden uit voor een deskundig advies van bureau BVR van stedenbouwkundige Riek Bakker. De bevolking mocht meepraten, via internet en op speciale bijeenkomsten. Eind april verschijnt het eindadvies van BVR.

,,We hebben ervoor gekozen de grootschaligheid van het landschap te behouden', zegt Slagman-Bootsma. ,,Ook al was het economisch gezien waarschijnlijk gunstiger geweest om nieuwe ontwikkelingen verspreid over het grondgebied toe te staan. Maar dan zou alles verrommelen.'

Stadskanaal en het daaraan vastgegroeide Nieuw-Buinen moeten uitgroeien tot een bruisend centrum, door alle voorzieningen daar te concentreren. Langs het riviertje de Hunze zou beekdalnatuur moeten komen. En agrarische activiteiten in de lintdorpen zullen als het ware naar achteren verschuiven, weg uit de bebouwde kom. Zowel voor de lintbewoners als de boeren heeft dat voordelen, terwijl tevens boerderijen vrijkomen waarin zich nieuwe kleine bedrijven kunnen vestigen.

,,Er hebben hier altijd stapels plannen gelegen', zegt de burgemeester. ,,Maar de schop werd meestal niet in de grond gezet.' Met het jongste plan zal het anders gaan, gelooft ze. ,,Omdat het aansluit bij de sterke kanten van deze streek.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden