De schoonheid van slijk en leem

De Mortelen is een nog vrij onbekend gebied in het Groene Hart van Brabant. De wandelaar kan er zijn hart ophalen.

De naam roept het niet meteen op – want die betekent ’slijk’ of ’leem’– maar de Mortelen is een enorm aantrekkelijk wandelgebied. Ruim, groen, rustig en erg afwisselend. Waar het ligt? Ja, dat is nu net een punt waar de streek tegenaan hikt. Als je het niet verder vertelt: de Mortelen ligt in het Groene Hart van Brabant, in de stedendriehoek Den Bosch-Tilburg-Eindhoven, ten zuiden van de Kampina.

En waarom weten ’wij’ dat niet? Omdat de Kampina al zoveel aantrekkingskracht heeft als een van de topgebieden van Natuurmonumenten en omdat Oirschot aan de zuidkant als een monument in het groen ook nog eens als een magneet op de toeristen werkt. De gemeente met de ’grootste monumentdichtheid’ van Nederland is voorzien van het predikaat beschermd dorpsgezicht, beschikt daarnaast over een hoge culinaire attractiewaarde en wordt inderdaad aan bijna alle kanten omringd door het groen.

Het ligt dus aan een soort overdaad dat de naam de Mortelen nog niet op ieders lippen ligt, al doet het Nationaal Landschap het Groene Woud er veel aan om het natuurgebied in beeld te brengen. Dankzij vrij forse aankopen in het recente verleden is de Mortelen uitgegroeid van een proefproject tot het grootste landschapsreservaat van Noord-Brabant met inmiddels 1704 hectare. Daarbinnen zijn eindeloos veel wandel- en fietsvoorzieningen, zoals de – zomaar een greep uit het kaartenrekje van de VVV Oirschot – Woekensroute. De Woekens is weer een natuurgebied binnen de Mortelen en maakt deel uit van dat fraaie mozaïek van bossen en houtwallen, akkers en grasland, en veel natte prut. Daartussen lopen slootjes en greppels en kun je je eigen wandelpad kiezen, zoals de Woekensroute.

Dat kun je je nog niet voorstellen als je op de Markt van Oirschot je wandelschoenen aansnoert en je kousen optrekt. Overal zie je (en ruik je) restaurantjes en cafeetjes. Overal passeer je prachtige panden waarvan je denkt: ’Die zouden ze me wel cadeau mogen doen.’ En voordat je dan in het buitengebied bent, heb je nog wel wat tijd nodig.

Bovendien staat de Sint-Pieter voortdurend open, die megakerk (na de Bossche Sint-Jan de grootste van het hele bisdom) die sinds een jaartje zwaar onder handen wordt genomen. De haan en het kruis staan weer fier op de toren. Maar dat stoere bouwwerk is een eeuw geleden uit vrees voor instorten zo volgestouwd met ijzerwerk – dat vervolgens is gaan roesten en uitzetten – dat herstel daarvan enorme inspanningen vereist. En daarna moeten er nog meer plekken van de indrukwekkende basiliek onder het mes.

Bij het verlaten van Oirschot vergapen we ons aan de Grote Stoel, de grootste houten stoel van Europa, gemaakt van merbauhout, 3 meter hoog en het symbool van de meubelindustrie die Oirschot bekend gemaakt heeft. Vlakbij, op het Vrijthof, staat het Maria- of Boterkerkje van de Protestantse Gemeente. Van oorsprong een katholieke tempel uit de elfde eeuw, met muren van tufsteen. Tijdens de Reformatie betrokken de protestanten de Sint-Pieter en deed deze kapel dienst als boterwaag.

Dan vouwt het landschap zich open en presenteert Straten zich, een gehucht met op het plein een Antoniuskapel waar je even stil moet staan. De oorspronkelijke houten versie (deze kapel is gebouwd in 1853) dateert uit de 14de eeuw en werd opgericht na een mysterieuze verschijning van een wit paard dat de bevolking van Straten hielp tijdens een verderfelijke pestepidemie. Net als elders op de route liggen er monumentale boerderijen naast het pad, van het zogenoemde langgeveltype.

Dan is het echt tijd voor de Mortelen, het cultuurlandschap waar in vroeger tijd leem of mortel werd gewonnen. Dankzij de stevige grondlaag zakte het regenwater niet zo gemakkelijk weg als op het zand. Hierdoor heeft het gebied zijn eigen weg kunnen volgen en spreekt men nu van een ’natte natuurparel’. Omdat niemand ernaar omkeek, bleef het gespaard voor grootschalige ontginningen en ruilverkavelingen. Het gevolg was dat mozaïekachtige landschap dat je het liefst zou willen inlijsten. ’Een stukje Brabant zoals het vroeger was.’ En dus ’nu is’.

Hier wandelen is zeker geen taakstraf. Het pad kronkelt, steekt over, stijgt soms bijna on-Hollands met een ’steeg’ – zoals sommige zandwegen hier heten – en maakt zelfs gebruik van Limburgse draaihekjes (’stegelkes’). Hier en daar glooit het landschap wat op, een verschijnsel dat ’donk’ (of ’dekzandkopjes’) genoemd wordt en waarop nog vaak oude boerderijen te vinden zijn.

Vroeger was het hier een wildernis. Wat er in het moeras werd ontgonnen, raakte op den duur bij vererving versnipperd. Bomen verwijzen naar de houtindustrie in deze streek. Iepen werden gebruikt voor stoelzittingen, van populieren werden klompen gemaakt. Ook de zwarte els en andere bomen werden gebruikt in het dagelijks leven.

Om het verdrogen te voorkomen, zijn her en der in de Mortelen stuwen, natuurstenen drempels en andere kunstwerken in de beekjes en riviertjes aangebracht. Die zorgen ervoor dat het peil van het grondwater en het oppervlaktewater stijgt. Het kan dus wat soppen onderweg, zeker in de winter, maar het maakt wandelen in de Mortelen meer dan de moeite waard.

We keren terug naar de geboorteplaats van het KVP-kanon, en tevens hoofdredacteur van de roomse Volkskrant, Carl Romme (1896-1980). Maar in Oirschot zul je weinig van hem terugvinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden