De schoolklas maakt geen onderscheid naar afkomst

Er zouden banen komen, het leefklimaat zou verbeteren, het aantal berovingen teruggedrongen. Aan beloften was vorig jaar bij de oprichting van de deelgemeente Feijenoord geen gebrek. Maar is de werkloosheid aangepakt, de criminaliteit bestreden en de zorg over racisme afgenomen? Trouw keerde terug naar de Rotterdamse wijken Feijenoord-Noordereiland, Bloemhof, Vreewijk, Hillesluis, Afrikaanderwijk en Katendrecht, die de 70 000 inwoners tellende deelgemeente Feijenoord vormen. Vandaag: 'Spreiden, wij allochtonen'.

Axel Ramdharie, mede-scholier van Breijten op het ruim 2 000 leerlingen tellende Olympus College: “Er wordt in de oude buurten veel op de buitenlanders gescholden, omdat ze overal rondhangen. Maar de buitenlander past zich beter aan dan iedereen denkt. Hij krijgt alleen te weinig kansen. Daarom zoeken negers elkaar op en doen Turken en Marokkanen precies hetzelfde. De wijk Beverwaard wordt niet voor niets 'Negerwaard' genoemd, in de Oranjeboomstraat zitten niet voor niets alleen maar Turken en in de Peperklip-flats Marokkanen.”

De leerlingen van de MAVO-4-examenklas weten wat met integratie van allochtonen wordt bedoeld. Hun school telt 33 nationaliteiten, hun klas maar één Nederlands meisje. Wat maakt het uit, zeggen ze, je leert wat van anderen en of je nu Vlado Bujakovic uit ex-Joegoslavië bent, Latifa Omansour uit Marokko of Momina Jlahibaks uit Suriname, ze hebben elkaar nodig. Allen zeggen: “We zitten hier om ons diploma te halen, logisch dat we elkaar daarbij helpen en dat we, de één wat meer dan de ander, met elkaar optrekken. Niks onderscheid.”

In de deelgemeente Feijenoord, waar de meesten van hen wonen, missen ze van alles. Bioscopen en discotheken ontbreken, terwijl door de bezuinigingen op het welzijnswerk buurt- en clubhuizen op de nominatie staan te sluiten.

Ayse Bas: “Alles wordt minder, zelfs in de oude wijken waar dat eigenlijk niet kan. Steeds meer raken we aangewezen op het centrum van Rotterdam. Voor een VWO- of HBO-opleiding kunnen we in Feijenoord niet terecht. De centrale bibliotheek is ook in het centrum en voor het sporten zijn we aangewezen op de buitenwijken. Nu ook nog op de studiefinanciering wordt beknibbeld, wordt het voor ons steeds moeilijker iets te bereiken.”

Streng islamitisch opgevoede meisjes worden in de westerse wereld in verwarring gebracht. Een isolement dreigt. Sommigen zijn, hoewel ze al jaren in Zuid wonen, nooit per metro naar het centrum geweest, simpelweg omdat hun ouders dat verbieden. Zo weten zij niet hoe de Lijnbaan eruit ziet, of de skyline van Rotterdam en welk vertier de stad biedt. Waar voor een enkeling de verleiding soms te groot wordt, blijven de meesten, zonder erover te praten, hun ouders trouw.

De leerlingen met van-huis-uit ruimere privileges hebben het eenvoudiger. Zoals Jamal Aissati, die later een koffieshop wil beginnen. “Ik woon in Hillesluis, maar daar vind ik het niet leuk. Ik ga liever naar het Afrikaanderplein of Katendrecht. Alleen de smerissen vind ik hier vervelend. Ze zijn gefrustreerd en treden tegen de buitenlanders hardhandiger op dan tegen de Nederlanders. Soms word ik er zo gefrustreerd van, dat ik de criminaliteit niet uit de weg ga.”

Hij krijgt bijval uit z'n klas. “Als wij in een groepje staan, krijgen we van de politie op ons flikker”, zegt Breijten Muskiet. “Dat is belachelijk, ouderen slaan ze toch ook niet in elkaar? De politie denkt dat de jeugd alles doet, overal verantwoordelijk voor is. Zelf voetbal ik en de helft van mijn elftal zit nu in de gevangenis. Maar dat wil niet zeggen, dat ik ook een crimineel ben. Ik kijk wel uit, maar toch word je soms zo behandeld.”

En Esmeralda Langeweg, de Rotterdamse: “Pas nog werd ik met een paar Joegoslavische meisjes een winkel uitgezet. Zomaar. Dat is niet leuk. In het winkelcentrum Zuidplein mag je van de bewakers zelfs niet even stilstaan.” Breijten Muskiet weer: “Dat is zo gek, in een supermarkt worden buitenlanders toch ook niet geweerd?”

De meesten van de 17 MAVO-4 leerlingen, die voor Trouw zijn nagebleven, bestempelen de wijken waar ze wonen als 'saai'. Een uitgesproken spreidingsbeleid voor allochtonen zou het leefklimaat aanzienlijk verbeteren, zeggen ze. Axel Ramdharie: “Woningstichtingen zeggen heel makkelijk 'Laat de Turken maar bij de Turken en de Marokkanen bij de Marokkanen'. Gevolg is dat ze natuurlijk nooit Nederlands leren. Er zijn in deze wijken straten waar niet één buitenlander woont, maar er zijn er ook zonder één Rotterdammer. Het zou beter moeten worden verdeeld; ongeacht de herkomst is dat voor iedereen beter.”

Nuri Batbay: “In de zomer is er niets aan de hand, dan zijn de mensen lekker buiten. Als het warm is hoor je niets over criminaliteit en zijn de speeltuinen vol. Maar 's winters is alles minder leuk. Dan kunnen de mensen minder van elkaar verdragen en wordt er meer geklaagd.”

Toch is er vrijwel niemand die ervan droomt Oud Zuid de rug toe te keren. Want, zeggen ze, de wijk waar je woont heeft 'toch een plekje in je hart'. En al zijn de echt-Hollandse namen hen vreemd, vergeet toch niet, dat de meesten hier, in Hillesluis, Bloemhof of Feijenoord, zijn geboren. Dus is het er, als het erop aankomt, maar één die het wonen in deze deelgemeente met een onvoldoende, 5, beloont. De cijfers van anderen variëren van een magere 6 ('er wonen te veel buitenlanders', het zijn 'kleurloze' wijken, er is 'teveel lawaai') tot zelfs een heuse 9 ('die ene punt gaat eraf omdat er zo weinig te beleven valt').

Over werk maken ze zich nog niet druk. Als het examen achter de rug is en het diploma op zak, willen ze zonder uitzondering verder studeren. Angst om langdurig werkloos te raken is er amper of niet. Als je wilt, vind je altijd een baan, menen ze. Nu al extra zakgeld verdienen, is er echter niet bij. Axel Ramdharie: “Je wilt tv kijken, je wilt slapen en je moet naar school. Dan heb je geen zin om 's ochtends vroeg in regen en sneeuw kranten te bezorgen. Maar als we over een paar jaar niet voor onszelf moeten zorgen, zullen we hier best een baan vinden.”

Conrector A. Beem van het Olympus College spreekt dat niet graag tegen, maar wijst toch op de slechte situatie van de arbeidsmarkt. “Feijenoord telt jaarlijks 1 800 uitstromers, maar heeft, waar er al 10 000 werklozen zijn, geen 1 800 banen. Dat is vervelend, maar we kunnen er niet omheen. Niet lang geleden werd het bedrijfsleven ver van de school gehouden. Dat is veranderd, via het project 'Werk en Scholing' zeggen we nu tegen de bedrijven 'Kom maar op, laat zien wat jullie te bieden hebben, wat de mogelijkheden zijn'. Dat scenario, waarbij ook het stadhuis en de deelgemeente zijn betrokken, loopt goed. We laten de schoolopleiding aansluiten op de praktijk, waardoor het risico van gemiste kansen voor de leerlingen zoveel mogelijk wordt beperkt.”

Voor Larbi, Reshma, Ali, Asüde, Rahila, Safioen, Lafita, Axel en de anderen geldt dat ze er geen rekening mee houden ooit naar het land van hun ouders terug te keren. Breijten Muskiet: “Het is hier tof. Het vervelende is alleen dat blanken bij blanken solliciteren en dat anderen daarmee kansloos worden. Hoe moet het met de mensen uit Pakistan, Zaïre, Afghanistan of Angola die hier zijn? Die mensen voelen zich net als wij Rotterdammer en hebben toch ook recht op een kans er wat van te maken?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden