'De school voelt als 'mijn' school'

Monique Hulshof (57) geeft les aan kleuters. Ze geniet er zo van, dat ze haar vrije dagen niet eens op krijgt.

Minder voor de klas staan naarmate ze ouder wordt? Monique Hulshof (moet er niet aan denken. Ze geeft les op basisschool De Hoeve in Hoevelaken, en geniet daar nog net zo van als toen ze op haar tweeëntwintigste begon. „Ik ben het onderwijs nog lang niet moe. Het vak is zo belonend.”

Wat lesgeven zo leuk maakt? „Ouders vertrouwen hun kinderen toe aan de docent. Het is onze taak ze een veilige omgeving te bieden waarin ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dat is heel uitdagend.”

Fysiek kan dat wel eens zwaar zijn. „Ik kom dagelijks om kwart voor acht op school en ga niet voor zessen naar huis. In de tussentijd ben ik constant aan het rennen, plannen en met de kinderen in de weer.”

Maar té zwaar? Dat zeker niet. „Ik geef les aan leerlingen van vier tot en met zeven jaar en die kunnen zo ontwapenend zijn. Soms vergeten ze dat ze in de klas zijn. Dan zeggen ze ineens ’mama’ of ’oma’ tegen me. Of ze merken op ’juf, wat heeft u mooie schoenen’. Laatst zei een van de jongere kinderen dat ik ’veel rimpeltjes’ had. Door die interactie met de kinderen blijft ik gemotiveerd.” Lachend: „Zo gemotiveerd dat ik mijn 55-plusdagen niet eens opneem.”

Dat collega’s die dagen wel nodig hebben begrijpt Hulshof. „Leraar zijn is meer dan voor de klas staan. Als de kinderen naar huis gaan, gaat onze werkdag gewoon door: leertrajecten, leerlingen bespreken en in het weekeinde de lessen voor de week erna voorbereiden. Al met al maak je behoorlijk wat lange dagen.”

Daar komt bij dat het onderwijs soms een vergadercultuur is. „Basisscholen hebben vaak een samenwerkingsverband met andere scholen. Het kan dat er wel vijfentwintig scholen onder één bestuur vallen. Besluiten nemen kan lang duren. Dat maakt het onderwijs niet aantrekkelijker.”

Zelf heeft ze daar geen last van. „De Hoeve is een jenaplanschool en heeft een eigen bestuur. Besluiten zijn dus alleen op onze school van toepassing en komen daardoor veel soepeler tot stand. Ik zou niet graag ergens werken waar het anders was.”

Dat werkt ook door in het contact met haar collega’s. „Je werkt nauwer samen. Iets wat voor mij onmisbaar is, wil ik plezier in het werk houden. Ook ben je vrijer en krijg je meer hart voor de zaak. De verantwoordelijkheid ligt namelijk bij ons, bij mij, als leraar.

De school voelt ook als ’mijn’ school. Dat werkt ontzettend motiverend en je ziet dat docenten het werk zo langer volhouden: het ziekteverzuim bij ons op school is praktisch nul. Is er toch iemand ziek, dan springen wij als collega’s bij.

Met z’n allen denken wij na over een hoe we de lesstof kunnen overbrengen. Dat vatten we samen in een thema. Die thema’s zijn ieder jaar anders en het onderwijs dus ook.

Nu zijn we bezig met het thema ’kijk mij nou’. ’s Morgens beginnen we met een kring waar één leerling in het midden staat. Iedereen mag dan iets aan diegene benoemen.

Dat is zeker voor de jongsten echt een ontdekkingsreis. Zo merkte iemand vanmorgen op: ’Hé, daar boven je ogen zitten ook nog haartjes!’ Als je ze daarna aan het tekenen zet, zie je dat de poppetjes ineens allemaal wimpers krijgen. Terwijl dat daarvoor nog niet zo was. Van dat soort kleine situaties zal ik nooit genoeg krijgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden