De school is niet meer van de leraar

(Trouw)

Bijna niemand is nog blij met de schaalvergroting in het onderwijs. De politiek wil er een rem op, de Onderwijsraad ook. Betrokkenen verschillen van mening: veel leraren denken met heimwee terug aan ’vroeger’, terwijl bestuurders zich verbazen over de ’sentimenten’ die de discussie beheersen.

’De individuele school wordt er geen spat beter van’, zegt lerares wiskunde Marian Kollenveld over de schaalvergroting in het onderwijs. „Achteraf gezien was het ook nergens voor nodig”, voegt Albert van der Meer, leraar geschiedenis, eraan toe.

Kollenveld werkt al zo’n dertig jaar als lerares en denkt me weemoed terug aan ’vroeger’. „Toen ik begon, heerste op scholen een soort arbeiderszelfbestuur. Je had een rector die een aantal zaken in goede banen leidde, maar de leraren waren ervan overtuigd dat de school van hen was. En dat wás ook zo.”

Maar die tijd is voorbij. De school waar Kollenveld werkt, De Populier in Den Haag, valt onder een bestuur met nog ruim vijftig andere scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs onder zich. Wie daar precies de baas is – de leraren hebben er nauwelijks zicht op. Maar zijzelf zijn het in elk geval niet.

De betrokkenheid van leraren bij wat er op school gebeurt, is er daardoor niet groter op geworden. Maar de invloed van schaalvergroting doet zich ook op andere manieren gelden. Kollenveld: „De hogere machten noemen zich tegenwoordig ’college van bestuur’ en hebben zich een navenant salaris toebedeeld. Zij romen per school een flink bedrag af voor hun bestuursbureau. Daardoor is er minder geld voor het onderwijs, moeten dus minder leraren hetzelfde werk doen met vollere klassen. Dus neemt de werkdruk toe.”

„Die nieuwe managementslagen kicken op cijfers, dus daarover wordt heel veel heen en weer gesteggeld. Zo creëren die managers een eigen bureaucratische werkelijkheid die de scholen veel werk oplevert en afhoudt van het echte werk.”

Ook Van der Meer, leraar sinds 1981, herinnert zich de tijd dat de plenaire lerarenvergadering bij handopsteken besliste wat er gebeurde op school. „Wat je daar ook van denkt, het schiep wel betrokkenheid.” Tegenwoordig werkt hij aan het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam, dat met vier andere middelbare scholen in Amsterdam, Amstelveen en Mijdrecht onderdeel is van de Cedergroep.

„De scholen kregen meer te zeggen over hun eigen financiën en waren bang voor de risico’s die dat met zich meebracht”, zegt Van der Meer, die de fusie tussen de vijf schoolbesturen als lid van de medezeggenschapsraad van nabij meemaakte. „Achteraf lijkt dat koudwatervrees; die risico’s blijken best mee te vallen. Maar een fusie terugdraaien, dat kan bijna niet.”

Veel last heeft Van der Meer trouwens niet van de fusie. „De fusiepartners zijn destijds zo gekozen dat ze niet in elkaars vaarwater zaten. Maar daardoor hebben ze ook weinig met elkaar te maken. Veel leraren voelen zich daarom ook niet zozeer verbonden met de Cedergroep, maar alleen met hun eigen school. En met alle respect: wat moet je ook met collega’s in Mijdrecht!?”

Wel zijn de verhoudingen tussen leraren en directie veranderd, zakelijker geworden, zegt Van der Meer. „Dat is op zich ook niet erg. De rector is meer een manager geworden. Als er vroeger gestaakt werd, deed de rector bij wijze van spreken mee. Nu staak je tegen je eigen directie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden