De school gaat voor de winst

In de Amerikaanse grote steden geven besturen van ten dode opgeschreven scholen hun leerlingen en onderwijzers in handen van een zakenman, die daarvoor dezelfde vergoeding krijgt als het openbaar onderwijs. Door het onderwijs efficiënter te organiseren, en het geld beter te investeren, moeten de scholen uiteindelijk zelfs winst gaan maken. Niet iedereen is enthousiast.

Geen elektronisch beveiligings poortje dat verraadt of je een wapen bij je hebt bij de deur van de Woodridge-school in het noordoosten van Washington DC. De man achter het tafeltje voor in de gang vraagt ook niet om het rugzakje te openen voor inspectie. Alleen intekenen is voldoende. Hij wijst de weg naar het secretariaat van schoolhoofd Clara Whitley-Canty.

Kinderen tussen vijf en twaalf jaar druppelen in de vroege morgen binnen om een presentiekaartje voor de leeslessen te halen. Ze hebben allemaal witte bloesjes op donkerblauwe broeken of rokjes. Het enige speelse element is hun rugzakje: er zijn nogal wat Tweety's te zien. De gangen van Woodridge zijn vrolijk gekleurd. En aan de wanden prijken teksten als 'Houding is een klein ding met grote verschillen' en 'Wij bouwen aan een betere wereld, met één kind tegelijk'.

'Woodridge' heet eigenlijk 'Edison-Friendship Public Charter School Woodridge Campus'. Het is een van de vier scholen in Washington die tot het Edison Project behoren, net als nog 110 scholen in 45 Amerikaanse steden. Het Edison Project is negen jaar geleden begonnen door de New Yorkse zakenman Chris Whittle volgens dit principe: schoolraden in grote steden 'leasen' slecht draaiende of op te doeken scholen aan Edison en geven het project autonomie over het beheer van en het onderwijs op die scholen. Edison krijgt van de schoolraden eenzelfde bedrag per leerling dat ook aan de gewone openbare scholen wordt verstrekt, maar gaat dat geld zo investeren dat het een resultaat hoopt te bereiken dat voor de gewone scholen verboden is: winst. Komt Edison/Whittle zijn educatieve verplichtingen niet na dan kan de schoolraad het contract verbreken.

Het is een meer geprivatiseerde vorm van het zogeheten charterschool-systeem, waarmee het Amerikaanse onderwijs ook sinds het begin van de jaren negentig experimenteert. Toen kregen de Amerikaanse deelstaten de mogelijkheid om 'handvesten' te sluiten met openbare scholen die eigen educatieve wegen wilden gaan. De overheid ontsloeg hen van de plicht om aan allerlei bureaucratische regels te voldoen en gaf hun autonomie. Maar ook hier geldt: presteren. Blijven de charterscholen onder de maat dan wordt de speciale status afgenomen. Minnesota is in 1992 met de eerste charterschool begonnen en nu zijn er zo'n 2150 in 32 staten van de VS. In het onderwijsplan van George W. Bush is het charterschool-systeem een van de manieren om tot verbetering te komen van het Amerikaanse onderwijs.

Woodridge was een kleine drie jaar geleden de eerste van de Washingtonse deelnemers aan het Edison Project. Clara Whitley-Canty: ,,Er zat een montessorischool in het gebouw, maar die ging verhuizen, omdat er te veel onderhoudskosten kwamen. Een jaar lang stond het gebouw leeg en toen kocht Friendship House het, een organisatie voor stads- en wijkopbouw in DC. Friendship sloot een chartercontract met de schoolraad van de stad en ging in zee met Edison. Ikzelf had tot dan bij de montessorischool gewerkt en kreeg de post van schoolhoofd bij de nieuwe school aangeboden. Het plezierige was dat ik zonder enige ballast aan de slag kon. Alle medewerkers kon ik zelf in dienst nemen, een zeer plezierige uitgangspositie.''

De ruim veertig leden van haar staf - onder wie 23 leerkrachten - vormen een jong en enthousiast team, dat samen de beslissingen neemt. ,,Dat heeft voordelen: wat je dinsdag besluit kun je de maandag erop al gaan uitvoeren.'' De 386 leerlingen komen uit al de vier kwadranten van de hoofdstad. ,,Het is geen wijkschool, de ouders kíezen echt voor deze school. Om tal van redenen: hun kinderen deden het op de vorige school niet goed en dit was een laatste poging daarin verbetering aan te brengen. Anderen vinden het schoolplan een uitdaging. En weer anderen komen op de technologie af.'' Ter illustratie zal ze later het computerlokaal laten zien, waar zo'n 25 beeldschermen staan. Er is een kleine wachtlijst, maar in principe kan iedere ouder zijn kind aanmelden, ,,want we blijven een public school''.

Drie jaar lang heeft het Edison Project vanaf 1992 onderzoek gedaan om met een vernieuwende schoolstructuur en een dito schoolplan te komen. Nadruk ligt op een grote individuele begeleiding van de leerling, een meerjarige koppeling tussen leerling en leerkracht - die 'gaat mee' naar de volgende groepen - langere schooldagen en kortere vakanties en het beschikbaar stellen van computers aan de leerlingen. In ruil daarvoor wordt een strenge discipline gevraagd van die leerlingen en grote inzet en begeleiding van de ouders.

Het idee is aangeslagen bij tal van schoolraden. Ruim vijf jaar geleden zijn de eerste vier Edisonscholen geopend, in het middenwesten van Amerika, en er komen nog steeds nieuwe contracten met schoolraden bij. Vorige week werden zeven scholen in Las Vegas geleast en enkele dagen daarvoor werd een contract gesloten met zes met de ondergang bedreigde scholen in een voorstad van Philadelphia. Een kleine zestigduizend scholieren tussen de vier en achttien jaar worden nu opgeleid onder het Edisonsysteem.

Van de ouders wordt een sterke betrokkenheid bij de school verlangd. Dat wordt op Woodridge, meent Canty, al in de hand gewerkt doordat de meeste ouders hun kinderen naar school brengen en ook weer ophalen. ,,Maandelijks vergaderen we met de adviesraad van de ouders en iedere drie maanden worden de vorderingen van de kinderen in hun bijzijn met de ouders besproken.''

De kinderen krijgen, maakt het hoofd van Woodridge duidelijk, niet alleen de bekende vakken, maar er worden hen naast een pakket van normen en waarden ook etiquette en gedragsregels bijgebracht. Hoe dat werkt laat een rondgang door het gebouw zien. Als Canty met haar gast de diverse klassen betreedt staat een van de kinderen zachtjes op uit de groep en loopt naar de verslaggever toe. Een meisje van een jaar of vijf steekt een piepklein handje toe en zegt zachtjes: ,,Ik ben Sarah en wij zijn hier bezig met voorleesles.'' Het hoofdje wat gebogen gaat ze terug naar de groep. Zo gaat het overal. Een maar iets ouder jongetje: ,,Ik ben Jerry en we zijn aan het lezen over dinosaurussen. Wilt u met ons meedoen?'' Hij lacht breed als het antwoord ja is. En zo wordt een gast in elk lokaal welkom geheten.

Het winstbeginsel van Edison staat het schoolhoofd niet tegen. ,,Ik vind het niet erg als iemand er een grijpstuiver aan verdient. Als er niet aan mijn budget wordt geknabbeld en ik niet op de kwaliteit hoef in te leveren mag het. Maar ik wil wel een openbare school blijven. Ik moet dan ook niets hebben van het vouchersysteem''. Bush is daar een groot voorstander van. Onder het vouchersysteem kunnen ouders hun ouders van een openbare school halen en met een financieel tegoed van de overheid op een particuliere school plaatsen.

Niet overal wordt de filosofie van het Edison Project geaccepteerd. Ten eerste zijn er tegenstrijdige rapporten over de vraag of Edisonscholen het beter doen dan gewone openbare scholen. Zorgelijker is dat het project jaarlijks 125 miljoen gulden verliest lijdt. Het aantal moet tot zeker 300 groeien wil het winst gaan maken, meent Wall Street. En daar houden de onderwijsbonden, die van de Edisonscholen worden geweerd, de onderneming nauwlettend in de gaten. Nancy van Meter van de onderwijsbond AFT: ,,We zullen kijken of de druk om de aandeelhouders aan winst te helpen niet ten koste gaat van de diensten aan de scholieren.''

De bonden hebben in San Francisco hun tanden al laten zien. Jill Wynns, de voorzitter van de schoolraad, is onlangs met hulp van de bonden op die post gekomen. Zij is het fundamenteel oneens met de gedachten van Edison. ,,Het is niet juist dat onderwijskundige beslissingen worden genomen door mensen die er een persoonlijk financieel belang bij hebben'', stelt ze in het blad US News. Als representant van de bonden was ze destijds al tegen het besluit van de schoolraad om met het project in zee te gaan en die aversie is alleen maar toegenomen nadat leerkrachten bij Edisonscholen zijn vertrokken na conflicten over salarissen en betaling van overuren. De schoolraad in San Francisco, die nu in meerderheid pro-bonden is heeft voorgesteld het contract met het Edison Project op te zeggen.

Een nog zwaardere tegenvaller is dat het in de New Yorkse wijk Brooklyn niet eens tot een contract is gekomen. Met steun van burgemeester Rudy Giuliani wilde Chris Whittle met zijn bestuur vijf ten dode opgeschreven scholen inlijven. Er was geen meerderheid te vinden onder de vijfduizend ouders, de meesten kwamen niet eens stemmen. De schoolraad was niet enthousiast en Acorn, een organisatie die sociaal werk doet in Brooklyn, vreesde dat de scholen aan het winstprincipe zouden worden opgeofferd. Aan beide kanten vierde de stemmingmakerij hoogtij.

Whittle wijt het verlies aan een verkeerde voorbereiding en meent dat New York tezijnertijd wel op zijn schreden zal terugkeren. Maar Arthur Greenberg, hoogleraar onderwijskunde in New York en de afgelopen jaren betrokken bij het afsluiten van chartercontracten in de stad, meent dat er nu de koppeling met het kapitalisme is afgewezen vooral kansen liggen voor alternatieve afspraken met organisaties die niet uit zijn op winst. Charterscholen kunnen, zegt hij, een handreiking zijn naar scholieren die onder hun kunnen blijven, die als net aangekomen immigranten nauwelijks Engels spreken of die thuisloos zijn. Ze kunnen misschien niet alle problemen oplossen waarmee het onderwijs in de binnensteden te kampen heeft. Maar ze kunnen ouders er wel van overtuigen dat er betere onderwijsmogelijkheden bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden