De school als idylle

Ex-psychiatrisch patiënt Wim Olijve beschrijft in 'De woelige schooljaren' zijn lagere schooltijd, de mooiste periode van zijn leven. Samen met andere ex-psychiatrische patiënten verkoopt hij het boekje van deur tot deur. ,,Als de verkoop even tegenvalt, nemen we een serestaatje.''

Als je jong bent, lijkt alles te blijven.

Wim Olijve (38) trekt aan zijn shaggie, fronst zijn wenkbrauwen en verduidelijkt wat hij met deze woorden bedoelt. ,,Vergankelijkheid bestaat niet in je jeugd'', zegt hij, ,,De lagere schooltijd was één van de mooiste perioden in mijn leven.''

In het boekje 'De woelige schooljaren' beschrijft Olijve zijn herinneringen aan deze onbezorgde tijd. Het is een bundeling van columns die eerder in de regionale krant van Katwijk -Olijves woonplaats- en omgeving verschenen. In een vlaag van nostalgie, zegt Olijve, besloot hij deze herinneringen te gaan beschrijven. ,,Ik voelde me eenzaam, ik miste mijn vrienden uit die tijd.''

Op zijn zesde jaar verhuisde Olijve van Amsterdam naar Purmerend. Van 1970 tot 1976 bezocht hij daar de Pampusschool, waar hij in de eerste jaren les kreeg van juffrouw Bonen, later van meester Koene. Juffrouw Bonen ving het Amsterdamse jongetje goed op. Zijn klasgenootjes Pino, Michel en Karel ook: al snel behoorden zij tot zijn beste vriendjes, zowel binnen de school als daarbuiten.

Het is al 26 jaar geleden dat Olijve de deuren van de Pampusschool voor het laatst achter zich dicht hoorde vallen, maar de onderwerpen die hij beschrijft, zijn nog steeds voor elke school herkenbaar. En voor de ouders en kinderen natuurlijk: pesten, toetsen maken, de casting voor de musical, stelen, verliefd zijn en kattekwaad uithalen. Olijve portretteert zichzelf als één van de grootste belhamels van de klas, een lastige jongen die het zijn docenten bepaald niet makkelijk heeft gemaakt.

Vooral Pino komt in het boekje vaak voor. De grote jongen, die zichzelf als het sterkste jongetje uit de klas voorstelt, maakt duidelijk indruk op de kleinere Wim. Michel is het kleinste jongetje ('ik kan overal inkruipen'), Maarten het slimste. En zo blinkt elk kind ergens in uit. Wim zelf groeit al snel uit tot de beste knikkeraar van de school, totdat de Chinese jongens Ping en Pong (,,hun echte namen weet ik niet meer'') de school betreden. ,,Ze kwamen bij ons in de klas, maar waren drie jaar ouder'', blikt Olijve terug. ,,Ineens waren zij de sterkste, handigste en slimste.''

Ook na de lagere school bleef een hecht vriendenclubje bestaan. Met zijn vieren, vijven gingen ze op hun achttiende naar de disco of kroeg. Helaas verloor Olijve hen na die tijd uit het oog, een nare periode brak aan. ,,Op mijn zeventiende had ik mijn eerste psychose, pas jaren later bleek dat ik schizofrenie had. Ik werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en voelde me, voor het eerst, van alles en iedereen verlaten. Waar waren mijn vrienden van vroeger? Ik miste hen.''

Dankzij de diagnose braken betere tijden aan. Olijve kreeg pillen die goed aansloegen en vond een huis in een beschermd wonen-project, waar hij werd 'klaargestoomd voor een terugkeer naar de maatschappij'. Vanuit dat huis stuurde hij een artikel naar een regionale krant waarin hij zijn wedervaren in de psychiatrie beschreef. Tot zijn vreugde bleek de hoofdredacteur zo gecharmeerd dat hij hem vroeg of hij geen columns over zijn leven in het psychiatrisch ziekenhuis wilde schrijven.

,,En zo kwam van het één het ander'', vertelt Olijve. ,,Na de columns over de psychiatrie begon ik een serie over de Pampusschool in Purmerend. Die zijn gebundeld in 'De woelige jaren', maar helaas heb ik er geen uitgever voor kunnen vinden.''

Toch liet hij het er niet bij zitten. Zijn drang om meer lezers te trekken is groot. ,,Het idee dat mensen je lezen, dat je ze kunt pakken ....'', droomt Olijve. ,,Ik wil graag mensen ontroeren, hen een glimlach op het gezicht ontlokken.''

Dus gaf hij het in eigen beheer uit, 1500 exemplaren, geïllustreerd door de echtgenoot van één van de meisjes met wie hij op de Pampusschool in de klas zat. Boekwinkels in Katwijk, Noordwijk en Purmerend bleken bereid het te verkopen. ,,Maar het verkocht niet'', vertelt Olijve. ,,Het boekje ging verloren in de grote berg van boeken die prijzen winnen, gepromoot worden. Toen zat ik met een schuld.''

Zodra dit echt tot hem doordrong, bedacht hij een plan om uit de rode cijfers te komen. Hij richtte een kleine vereniging op voor werkloze, ex-psychiatrische patiënten en benaderde vijftig gemeenten met de vraag of hij, samen met dit clubje, zijn boek van deur tot deur mocht verkopen.

,,Tien gemeenten reageerden al positief'', vertelt Olijve enthousiast. ,,We verzamelen ons nu drie keer per week bij mijn huis en rijden dan in een busje naar onze bestemming. Twee aan twee gaan we de deuren langs. We stellen ons netjes voor: dat we werkloos zijn, uit de psychiatrie komen, en vinden dat de politiek ons in de steek laat.''

Per persoon verkopen ze, gemiddeld, twaalf tot vijftien boekjes per dag. De vraagprijs bepaalde Olijve op 6 euro. Drie euro is voor hem, tweeënhalve euro voor 'de lopers' en een halve euro voor de chauffeur. De schrijver geeft het eerlijk toe: hij doet het voor zichzelf (,,ik ben geen moeder Theresa''), maar intussen geniet hij als hij ziet hoe zijn lopers aan het eind van de dag hun centjes tellen. ,,Vaak komt het neer op zo'n dertig euro per dag. Voor hen -ook voor mij- is dat veel. Je ziet die gezichten glunderen.''

Bovendien, glundert op zijn beurt Olijve, hebben ze veel lol. Alleen al hun psychiatrische achtergrond schept een band, die door deze profijtelijke tochtjes wordt versterkt. En als de verkoop eens tegenzit, lacht Olijve, nemen ze een serestaatje, op een moment dat anderen een snoepje zouden nemen. Alleen één keer ging het bijna fout, toen zijn chauffeur 'minder genezen' bleek dan hij dacht. ,,Hij dacht dat hij door de Russische maffia achtervolgd werd. Daar reden we, met 200 kilometer over de snelweg, met 'De woelige schooljaren' in de bak.''

Olijve verwacht van meer gemeenten toestemming voor zijn verkoop van-deur-tot-deur te krijgen. Binnenkort laat hij nog eens 2000 exemplaren drukken, zodat hij in oktober, november schuldenvrij kan zijn. Pas dan komt er weer ruimte in zijn hoofd om te schrijven. ,,Dat is het liefste dat ik doe. Thuis achter mijn typemachine kruipen.''

Al vóór 'De woelige schooljaren' in de winkel lag, zocht Olijve contact met zijn oude schoolmaatjes van vroeger. Zij hadden hem net zo gemist als hij hen. Ze zochten elkaar weer op, wisselden adressen uit en organiseerden een reünie. ,,Naar aanleiding van mijn boekje kreeg ik ook weer contact met meester Koene'', zegt Olijve. ,,Ik belde hem op en tot mijn verbazing wist hij onmiddellijk wie ik was. 'Wim Olijve', zei hij, hoe kunnen we die vergeten'.''

En zo hoorde Olijve ruim dertig jaar na dato hoe meester Koene zijn lastige streken op voorhand probeerde te voorkomen. ,,Hij scheen het aan mij te zien als ik iets van plan was, proppies gooien, wierook branden, wat dan ook. Koene wachtte dan niet af, maar gaf me gauw een extra opdrachtje, bijvoorbeeld rekenen of schrijven. Daardoor kon hij de schade enigszins beperken.''

Tijdens zijn lagere schooltijd besloten de ouders van Wim Olijve te scheiden. Wim bleef bij zijn moeder, zijn vader was aan de drank. Pas achteraf beseft Olijve dat hij meester Koene als een soort surrogaat-vader ging beschouwen. ,,Hij heeft meer aandacht aan mij besteed dan aan wie dan ook in de klas''.

Wims zwak voor meester Koene blijkt het meest uit de passages waarin hij beschrijft hoe een woedende Koene besluit hem en zijn kornuiten strafregels te laten schrijven. 'Ik mag niet met lijm gooien', moesten ze vierhonderd keer schrijven, nadat ze met balletjes van lijm door de klas hadden gegooid. Eén voor één zijn ze klaar, alleen Karel en Wim blijven nog over. Als ook Karel het klaslokaal mag verlaten, heeft Wim nog veertig strafregels te gaan.

,,Was ik maar Karel, meester'', zei ik treurig, ,,Dan stond ik nu ook buiten.''

De meester keek me lang en nadenkend aan, toen glimlachte hij en zei. ,,Altijd jezelf blijven, Wim. Altijd.''

'De woelige schooljaren', Wim Olijve, is verkrijgbaar bij de auteur: tel. 07140-77882, Zonnebloemstraat 264, 2223 VR Katwijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden