De schittering van Lorenzo

Met een zeer smaakvolle presentatie wordt in Londen aandacht gevraagd voor het feit dat 502 jaar geleden de Florentijnse kunstbeschermer en omstreden stadbestuurder Lorenzo Il Magnifico stierf. Met fraaie kunst wordt het leven belicht van een figuur die aan de wieg van de renaissance stond. 'Renaissance Florence: The Age of Lorenzo de Medici (1449-1492)', tot 23 januari in de Accademia Italiana, 24 Rutland Gate, Londen. Geopend ma t/m za 10-17.30 uur, wo tot 20 uur, zondag 12-17.30 uur, gesloten op 24, 25, 26 dec. en 1 jan. Cat. illen 18 (ca. f 49,50), tentoonstellingsgids, div. andere publikaties. Er is een uitgebreid aanbod van lezingen.

Ooit stond hier een academie waar aankomende schilders en beeldhouwers naar voorbeelden uit de Oudheid konden leren werken. In de tweede helft van de 15de eeuw had de beroemdste kunstverzamelaar en maecenas van de Medici-dynastie, Lorenzo bijgenaamd Il Magnifico, in deze tuin en bijbehorende gebouwen zijn kunstverzameling uitgestald. De studenten konden er sieraden, stenen, munten, beelden van marmer en brons en keramiek bestuderen, die uit Rome waren overgebracht. De kunstopleiding kreeg in die 15de eeuw een grote faam. Ooit moet Leonardo da Vinci hier hebben gewerkt, rond 1475 zou hij hier een der eerste studenten zijn geweest. De aanwezigheid van Michelangelo is wel zeker: Giorgio Vasari, die zijn kunstzinnige tijdgenoten beschreef, maakte er melding van. Ronddwalend, denkend aan een opzet voor zijn beeld van de strijd tussen de Lapieten en Centauren, waaraan hij spoedig na zijn vertrek uit de academie zou beginnen, maar dat hij nooit heeft voltooid?

Op de aan Lorenzo gewijde tentoonstelling in de Accademia Italiana in Londen (gevestigd in een klassiek 19de eeuws pand in het museumkwartier waar het Victoria and Albert Museum om de hoek staat), zijn verschillende werken van Michelangelo te zien die hij in de tijd dat hij op de school verbleef, moet hebben gemaakt. Het zijn de hoogtepunten van deze expositie, die toch al niet aan belangrijke stukken tekortschiet. De beroemde 'Madonna van de trappen' die Michelangelo in 1490 maakte, is er te zien, evenals de 'Slag van de Lapieten en de Centauren'. Het aardige is dat ze te zien zijn direct na de kunstschatten die Lorenzo verzamelde en die menig jong kunstenaar ten voorbeeld stonden. Zo bezat Lorenzo de kop van een paard, afgegoten in brons dat uit 200 voor Christus moet dateren. Een uiterst realistische voorstelling, mooi gedetailleerd en dus levensecht, die de beeldhouwers van de 15de eeuw ongetwijfeld tot voorbeeld moet hebben gediend.

De kunstenaars uit Lorenzo's tijd hadden, zoals de maecenas zelf, grote belangstelling voor de Antieken. De kunst die daar uit voortkwam, zou de geschiedenis als de renaissance ingaan. Lorenzo de Medici, die leefde van 1449-1492, heeft mede de aanstoot tot deze nieuwe stijl gegeven, al was het alleen maar doordat hij zijn bewondering voor de Oudheid wist door te geven.

Behalve voor de schilder- en beeldhouwkunst waarvoor het klimaat ten tijde van Lorenzo uitermate vruchtbaar was, - ging het immers niet om schilders als Botticelli, Lippi, Pollaiuolo en Verrocchio, beeldhouwers als de Della Robbia's - had de patriarch van Florence's belangrijkste familie ook gretige interesse voor muziek, architectuur, letterkunde en religieuze kunst. Op literair gebied verwierf hij geschriften van Petrarca, op bouwkunstig terrein bestudeerde hij de geschriften van Vitruvius, waarvoor hij zijn vaste architect Alberti wist te interesseren. Zo was Lorenzo steeds een intermediair die met zijn geld zijn plannen door de beste kunstenaars van zijn tijd kon laten realiseren.

Het beeld dat dat heeft opgeleverd en dat nu in de Italiaanse academie is te zien, is dat van grote schoonheid die, gewend als we zijn aan de latere Italiaanse barok met al zijn exuberantie, heel ingetogen overkomt. Komt het door het ontbreken van beeldtenissen van Lorenzo, die daardoor zelf nauwelijks op deze expositie aanwezig is? Je zoekt vergeefs naar zijn dominante aanwezigheid in de accademia, of het moet zijn in bescheiden formaat op een munt of penning. Lorenzo leeft voort in de kunst die hij heeft geentameerd, in de gebouwen die zijn architecten hebben neergezet, in zijn brieven die zich verbazingwekkend gemakkelijk laten lezen.

Als figuur is hij echter weinig aanwezig. Dat maakt dat deze kunst nauwelijks of niet persoonsgebonden lijkt te zijn. Het gaat om een schitterende Madonna die naar het oogt zo juist fris geschilderd uit Botticelli's atelier lijkt te komen, om een verlucht gezangenboek dat afkomstig is uit de beroemde Biblioteca Laurenziana, genoemd naar deze Medici (en als zovele kunstverzamelingen waar de Medici's aan hebben bijgedragen voor het publiek toegankelijk).

Die niet-directe aanwezigheid in de kunst die hij steeds heeft gepropageerd, geeft hem ook een wat raadselachtig aura. Lorenzo's familie de Medici's was nog maar korte tijd in de adelstand verheven, toen hij in 1466 aan het hoofd van het Florentijner parlement kwam te staan. De stad was in die tijd al aanzienlijk machtig, had zo'n 100.000 inwoners, maar verloor in de 15de eeuw toch al veel zijn economische macht en aanzien die het in de voorliggende eeuw door handelsactiviteiten had weten op te bouwen. Er was in de jaren voordat Lorenzo aan de regering van de stadsstaat kwam, een langdurige vete tussen de Medici's en de familie van de Pitti's geweest, die in het voordeel van de Medici's was beslecht, waarmee Lorenzo's positie onbestreden was. Verhoging in aanzien kwam ook tot uitdrukking in het familiewapen. Was het voordien eenvoudig uitgevoerd als een schild waarop een aantal ballen te zien waren, in het Italiaans palle geheten, na 1465 toen Lorenzo's vader Piero Cosimo was overleden, werden de ballen aangevuld met drie gouden lelies tegen een blauwe achtergrond, een verandering die mogelijk werd gemaakt met goedkeuring van de Franse koning Lodewijk XI met wie Florence nauw gelieerd was.

Lorenzo's gezag werd in de stadsstaat uitgedragen door een vaste groep burgers die ieder door banden van trouw aan de Medici's waren verbonden. Als mede-regeerders, verenigd in de Raad van Zeventig, maakten ze het mogelijk dat Lorenzo zijn politieke macht kon handhaven. Toen Lorenzo in 1492 stierf, Europa achterlatend op de drempel van een nieuwe tijd, had hij een reeks politieke problemen met paus Sixtus IV (die hem in de ban had gedaan) opgelost en had vrede weten te sluiten met een groot aantal vijanden elders op het Italiaanse schiereiland.

Met de dood van Lorenzo begon voor de Medici's een periode van verval. Symbool daarvoor stond de beroemde tuin van Lorenzo achter de San Marco. Die viel in 1494 ten offer, toen Lorenzo's zoon Piero in 1494 uit de stad werd verbannen. Later is de tuin weer aangekocht door een Bolognese vriend van de familie. De praal en de weinig vrome sfeer die in het huis van Lorenzo hadden geheerst, trokken al tijdens zijn leven kritiek van de beruchte dominicaanse monnik Savonarola. Na zijn dood ondernam Savonarola pogingen om Lorenzo uit de geschiedenis weg te gommen. Zo verdween zijn naam uit het register van de 'banierdragers' (de titel gonfalonier viel de Medici's al in de 13de eeuw toe, ze getuigde van groot aanzien in de stad. De Medici's waren in die tijd zakenleiden van eenvoudige komaf).

Het oorspronkelijke register draagt nog altijd de sporen van Savonarola's ingrijpen: sporen van de inschrijving van Lorenzo's naam zijn uitsluitend met ultraviolet licht zichtbaar te maken. Het register dat op de Londense expositie is te zien, dateert van latere datum toen de macht van de Medici's weer was hersteld. Lorenzo's naam staat er prominent in vermeld.

Na de dood van Lorenzo bleven de Medici's een familie van opmerkelijke figuren. Verschillende familieleden werden tot de hoogste ambten geroepen, werden paus of vorst in een buitenland. Zo trouwde Catharina de Medici met de Franse koning Hendrik II en huwde Maria met de Franse koning Hendrik IV. Allessandro de Medici was de echtgenoot van de in de Nederlanden als landvoogdes bekende Margaretha van Parma, zijn opvolger Cosimo de Grote was net als Lorenzo een verfijnd kunstliefhebber.

De Italiaanse organisatoren (de Accademia Italiana is een cultureel centrum voor Italiaanse cultuur dat vanuit het moederland beperkte middelen krijgt om te draaien, wat niet is af te zien aan het gebouw in Rutland Gate dat al in de 19de eeuw als museum werd gebruikt) hebben geen grote problemen gehad om een levendig beeld van Lorenzo te geven, in weerwil van het feit dat zijn daden, politiek zowel als cultureel, een abstract karakter hadden. Ze namen als voorbeeld de herdenkingen die in 1992 in Florence werden gehouden, ter gelegenheid van het feit dat het toen vijf eeuwen geleden was dat Lorenzo stierf. In een jaar tijds werden toen maar liefst vijftig culturele evenementen rond Lorenzo in Florence gehouden, gebeurtenissen die stuk voor stuk informatie over deze beroemde Medici-telg opleverde. Er volgde een ware plundertocht langs de beroemdste Italiaanse musea en kerken, wat schitterende kunstenaars als Botticelli, de al genoemde Michelangelo, Filippo Lippo, Paolo Uccello en Botticino opleverde. Op een punt moet de organisatie bot hebben gevangen: Botticelli's beroemde voorstelling van 'La Primavera' (de Lente) is in de Uffizi achtergebleven.

De rijke keus die ze konden maken, stond hen toe om veel facetten van Lorenzo's handelen en leven aan de hand van voorbeelden te illusteren. Zo valt de kijker al direct met zijn neus in de boter als hij de eerste zaal betreedt, waar je oog in oog komt te staan met de in 1450 gekopieerde publikaties van Petrarca (een bundeling van de Triomfen en de Rijmen). Hier ligt ook de levensbeschrijving van Lorenzo, van de hand van Niccolo Valori, en een verslag van de laatste jaren waarin Lorenzo leefde dat Valori samen met Biaggio Buonaccorsi schreef. Achter glas helaas. Van sommige boeken zijn nog de oorspronkelijke bindingen te zien, al tref je dan ongelukkigerwijs weer een opengeslagen exemplaar.

De tweede zaal is gewijd aan Lorenzo's bemoeienissen met de architectuur, waar Antoine Bodar ongetwijfeld zijn hart zal ophalen aan de in de 15de eeuw gekopieerde teksten van Vitruvius. Ook staat hier de vorig jaar voltooide maquette van Lorenzo's villa in Poggio a Caiano dat zijn opvattingen over de bouwkunst van de Antieken ten voeten uit toont. Het openbare leven en het kerkelijk leven vullen de derde afdeling. Waar de inrichter overal de ruimte had om de objecten alle glans te geven, besloot hij in deze zaal alle kleinere objecten (miskelken, kandelaars, reliekschrijnen) in benauwde etalages te zetten die met lelijk hardboard werden vastgetimmerd.

Hoe onevenwichtig de inrichting is, blijkt in de volgende zaal waar de kunst uit de Florentijnse ateliers om aandacht vraagt. Hier sta je als kijker voor een grote groep madonna's, die gelukkig in alle stilte, niet afgeleid door enig visueel geweld worden getoond. Tenslotte hangen hier toch de hoogtepunten van de expositie: Botticelli kan hier worden vergeleken met Lippi, Botticino met Bartolomeo di Giovanni. Het is even slikken met de mierzoete reliefs van Andrea della Robbia (een Christus die zijn wonden toont in romig blank tegen een azuurblauwe lucht en een Sint Sebastiaan met mals gemodelleerde borst onder een smachtende oogblik). Om het tuin-achtige karakter van Lorenzo's kunstverzameling te benadrukken worden in de vijfde en laatste zaal exotische kunstgreepjes verricht die de aandacht van de Michelangelo's enigszins teniet doen. Wie lust heeft om te lezen, vindt op de bovenverdieping kopieen van de leesbanken uit de Biblioteca Laurenziana staan. Achter glas liggen hier verluchte manuscripten, gemakkelijk te lezen, ongehinderd door gordijntjes. Zodat de randversieringen, de initialen en de boekomslagen van de 15de eeuwse kunstenaars urenlang rustig kunnen worden bewonderd. Toch handig, om ook zittend een expositie te bekijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden