De schittering van Europa

Noem het agendajournalistiek, maar ik vind het schitterend: de wijze waarop in sommige krantenculturen de geschiedenis via terugblikken levend wordt gehouden; een jubileum, een lustrum, een herdenking, een verjaardag, een sterfdag.


Deze week herdacht de Frankfurter Allgemeine Zeitung de sterfdag van de grote Joods-Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, die zich op 23 februari 1942, dus 75 jaar geleden, van het leven beroofde.


De krant bezocht de plaats van handeling: een bijna kale slaapkamer in een huis aan de Ruas Gon¿alves Dias 34, in het Braziliaanse Petrópolis. Gewaarschuwd door het personeel trof de politie op die februaridag twee lichamen aan: dat van de schrijver en dat van zijn veel jongere echtgenote en secretaresse Lotte. U ziet ze hier op een foto uit 1940. Ze keken beiden monter de camera in. Hij werd zestig, zij 34.


De politie vond ze liggend op hun smalle bedden, Stefan Zweig lag op zijn rug en had voor zijn sterven nog een stropdas gestrikt; Lotte Zweig lag met haar hoofd op diens schouder. Op het nachtkastje een fles water en een glas.


Forensisch onderzoek wees uit dat beiden waren overleden aan een overdosis van het slaapmiddel Veronal en dat hij eerder was gestorven dan zij. Men vermoedde dat zij had gewacht tot hij niet meer ademde.


Ook vond men een handgeschreven afscheidsbrief, die nu in facsimile aan de wand hing. Daarin bedankte de schrijver zijn Braziliaanse gastland, maar ook schreef hij uitgeput te zijn van het jarenlange zwerven zonder een thuis, en dat hij niet meer de kracht had een nieuw leven op te bouwen nadat 'de wereld van mijn eigen taal' ten onder was gegaan en 'mijn eigen geestelijk thuisland Europa zichzelf vernietigde'.


Over Lottes sterven geen woord.


Brazilië bleek niet het land waar ze konden aarden en Europa stond in brand. Dat grote, humanistische Europa dat Zweig met zoveel liefde had beschreven in zijn in 1942 in Stockholm posthuum verschenen autobiografie 'De wereld van gisteren', een werk waaraan hij nog schaafde tot kort voor zijn dood, en dat hij goeddeels in Amerika had geschreven.


Ik nam het ter hand en sloeg het op bij het hoofdstuk 'Schittering en schaduw over Europa' om te lezen hoe glorieus het eerste decennium van de twintigste eeuw was; de uitvindingen, het optimisme, de vooruitgang, de energie. 'De steden werden van jaar tot jaar mooier', schreef Zweig. 'Wenen, Milaan, Parijs, Londen, Amsterdam - steeds als je er terugkwam, was je verbaasd en opgetogen; breder en fraaier werden de straten, imposanter de openbare gebouwen, luxueuzer en smaakvoller de winkels.'


Hij beschreef de opkomst van bibliotheken, theaters en musea, van voorzieningen als badkamers en telefoons, en van groeiende welvaart ook voor de kleine burgerij en het proletariaat. Overal was vooruitgang. 'Nooit was Europa sterker, rijker en mooier geweest, nooit had het zo vast in een nog betere toekomst geloofd'.


Zulke zinnen lees je bij Zweig, dit was het licht dat overschaduwd zou worden, omdat die energie in 1914 uit zijn voegen zou barsten in een gewelddadige ontlading.


En ik las in die beschrijving van dat lichte Europa het Europa van nu, en begon de schaduw te vrezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden