De schijnwereld van Kim Jong-il

De wereld kijkt nu vooral naar Irak, maar rond Noord-Korea ontvouwt zich een crisis die in omvang en complexiteit alle andere dreigt te overschaduwen. Anderhalf jaar hulpverlening in Noord-Korea hebben van de Duitse arts Norbert Vollertsen een bezetene gemaakt. Hij draagt de eremedaille van het geïsoleerde stalinistische regime, maar werkt permanent aan de val ervan.

De 'Jeugdhelden Snelweg' was de druppel die de emmer deed overlopen voor Norbert Vollertsen. De Duitse arts, die als vrijwilliger in Noord-Korea werkte, zag het prestigeproject - een tienbaansweg in een land met nauwelijks autoverkeer - gestaag vorderen.

,,Elke keer dat ik eroverheen reed, lag het stuk waar ik tussen de magere kinderen door moest weer verderop. Vele honderden, ruim duizend wellicht, waren er onophoudelijk in de weer. Ik zag zelfs groepen als ik 's nachts terugkeerde: de oudste kinderen sloegen stukken rots met grote sloophamers kapot, de kleinere sloegen ze tot stenen, die weer door anderen naar de weg werden gedragen. Het was als in strips over strafkampen, pure kindslavernij. Maar het heette 'schooldag': de kinderen kwamen uit scholen in de buurt''

Het zette Vollertsen op het pad van actie tegen het Noord-Koreaanse bewind - volgens hem meer een pseudo-religieuze cult rondom de 'Geliefde Leider' Kim Jong-il dan een werkelijke staat - dat zou uitmonden in het organiseren van bestormingen van ambassades in China voor de camera's van CNN, van riskante ontsnappingen uit Noord-Korea en vele getuigenissen voor Amerikaanse overheidscommissies.

Het begon allemaal heel anders. Toen Vollertsen in de zomer van 1999 voor de hulporganisatie Cap Anamur/Duitse Noodartsen in Noord-Korea aan de slag ging, was hij slechts vol vuur om het leed te verzachten dat hij aantrof in de ziekenhuizen die hij onder zijn beheer kreeg. De eerste dag kreeg hij al zijn vuurdoop, toen hij een meisje op een operatietafel aantrof tijdens de rondgang door het ziekenhuis dat hij moest gaan leiden. In verband met het licht stond de tafel naast het raam, want het ziekenhuis had geen electriciteit, evenmin als ontsmettingsmiddelen, injectienaalden, stromend water of andere zaken die doorgaans als essentieel voor elke medische instelling worden beschouwd. Het middel waarmee de artsen het meisje trachtten te verdoven werkte niet, maar niettemin gleed het operatiemes van de arts in haar buik en beet ze een half uur op haar tanden terwijl haar blindedarm werd weggesneden, onder de verbijsterde blik van Vollertsen.

De Duitser kreeg tien van dergelijke ziekenhuizen onder zijn hoede en ging de onterende omstandigheden te lijf met alles wat hij had. Een maand nadat hij aankwam, doneerde hij vel van zijn dijbeen om een man met ernstige brandwonden te redden. Het leverde hem de heldenstatus op: een filmploeg legde het vast en Vollertsen werd als eerste buitenlander onderscheiden met de Vriendschapsmedaille van Noord-Korea. Het bleek een grote misrekening, toen de medaille Vollertsen langs elke wachtpost bleek te loodsen en hij delen van het land kon bezoeken die het regime afgesloten houdt voor elke observatie van buitenaf.

Maar in 1999 was het lang zover nog niet. Vollertsen genoot van Pyongyang, de aangename, rustige hoofdstad van het land en hij stelde geen vragen bij de tekorten die hij tegenkwam tijdens zijn werk. Hij vond ze te verwachten in een van de armste landen ter wereld. Hij was dankbaar dat hij de uitgehongerde kinderen kon helpen, hoewel ze ondanks zijn zorg als vliegen stierven en dezelfde apathische en murwgeslagen eigenschappen hadden als de kampkinderen uit de Tweede Wereldoorlog waar hij over geleerd had tijdens zijn opleiding als kinderarts.

De autoriteiten zag hij als partner die samen met de hulporganisaties het lot van de bevolking wilde verbeteren. 'Norbert, je bent een idioot. Je ziet niet wat zich voor je neus afspeelt', wreven collega's die in Oost-Duitsland waren opgegroeid hem in, als Vollertsen serieus inging op verzoeken van Noord-Koreaanse overheidsinstanties om 'financiële hulp' voor eigen projecten of als zij aanboden de distributie van goederen over te nemen.

Het duurde lang voor Vollertsen begreep wat de voormalige 'Ossi's' bedoelden. Hij begon pas met andere ogen naar zijn omgeving te kijken door de ongewone verdeling van aandoeningen die hij onder handen kreeg - de verbazend hoge aantallen psychische aandoeningen en depressies, vooral bij jonge mannen, het alomtegenwoordige alcoholisme, vergemakkelijkt door de constante aanvoer van drank in de verder zeer karig bedeelde winkels. ,,Als je aankomt in Noord-Korea, zie je geen schrikbewind'', zegt Vollertsen. ,,Pyongyang is een showstad, waar het leven niet slecht is. Het echte Noord-Korea begint tien kilometer buiten de stadsgrenzen.''

Daar waren de markten waar zwerfkinderen in de modder naar achtergebleven voedsel zochten, volwassenen met de afmetingen van kinderen vanwege het gebrek aan voedingsstoffen, de lange rijen wandelaars naast de wegen zonder openbaar vervoer. De ongelijkheid tussen de regio's was enorm, net als die tussen klassen die nuttig waren voor het regime en de nuttelozen. En in Pyongyang leerde Vollertsen de wijken kennen waar de politieke en militaire elite woonde, met hun casino's, de nachtclubs met dikke BMW's voor de deur, de goede restaurants en goedgevulde 'diplomatieke winkels', afgesloten voor de burgers en schoolkinderen die in de stadsparken urenlang hun parades en liederen ter ere van de 'Geliefde Leider' Kim Jong-il stonden te oefenen.

Toen Vollertsen na ruim een jaar door de façade keek die Noord-Korea voor zichzelf en anderen ophield, werd zijn nieuwsgierigheid onverzadigbaar. Met zijn jeep en eremedaille begon hij het land te verkennen. En de gedreven arts werd gaandeweg een bevlogen activist, die brak met zijn collega's die vonden dat hij het regime geen aanleiding moest geven hen het land uit te schoppen, die officieren toeschreeuwde dat hij hen naast Milosevic zou planten in Den Haag, en die de genadeloze kanten van het land toonde aan een verslaggever van de Washington Post die was meegereisd met Madeleine Albright, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, tijdens haar bezoek aan Pyongyang eind 2000.

'Het Pyongyang dat Albright niet zag', kopte de Post de volgende morgen, en Vollertsen werd prompt vastgezet. De Duitse ambassade rekte zijn verblijf nog even, maar toen Vollertsen een foto probeerde te maken van een soldaat die midden op een doorgaande weg lag, duidelijk gemarteld, volgens de arts, werd hij uitgezet.

Maar de overactieve 45-jarige Duitser had geen behoefte om terug te keren naar huis. Hij groeide op in de universiteitsstad Göttingen, maakte als tiener spannende uitjes naar Amsterdam en Venlo, bleef tijdens zijn studie bij zijn ouders en nam na ontvangst van zijn bul direct werk aan op de Malediven. Toen hij terugkeerde naar Duitsland zag hij zijn huwelijk op de klippen lopen. Hij installeerde zich in een groot hotel in hartje Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Daar zit hij nu ook, een spraakwaterval, druk gebarend als om zijn stem te helpen boven de band uit te komen in de sjieke lobby waar hij journalisten, mensenrechtenactivisten en mensen van geheime diensten te woord staat.

Hoewel hij regelmatig praat met politici in de VS - tot zijn teleurstelling is er in Europa weinig interesse voor zijn ervaringen - spreekt hij liever met journalisten, om aandacht te krijgen voor de situatie in het land dat hij achtergelaten heeft. Zijn pogingen om de situatie in Noord-Korea bekend te maken begonnen conventioneel: hij zette zijn ervaringen op papier, die werden uitgegeven als 'Dagboek vanuit een krankzinnige plaats'. In Japan is het boek inmiddels aan de derde druk toe, maar in Zuid-Korea bleek nauwelijks aandacht voor de humanitaire crisis in het Noorden. En dus tracht Vollertsen de aandacht te trekken van de internationale pers.

Daarin schuwt hij weinig middelen. De meest aansprekende acties waren de bestormingen van ambassades in Peking, die hij mede organiseerde. Net over de grens met China bevinden zich naar schatting 200000 tot 300000 Noord-Koreaanse vluchtelingen. Tientallen van hen werden clandestien naar de Chinese hoofdstad gebracht, waar zij binnen enkele maanden de ambassades van ondermeer Spanje, de VS, Duitsland, Japan en Canada binnendrongen. Doorgaans mochten zij doorreizen naar Zuid-Korea. Degenen die het niet haalden werden, zoals China altijd doet met Noord-Koreaanse vluchtelingen die de aandacht op zich vestigen, zonder vragen te stellen teruggestuurd naar Noord-Korea. Naar hun lot kan alleen worden gegist.

Net vorige week mislukte een poging van Vollertsen en anderen om een eerste lading bootvluchtelingen vanuit China naar Zuid-Korea te sturen: de Chinese kapitein gaf zijn hele vracht bij de politie aan. Vollertsen is verder betrokken bij het organiseren van vluchtpogingen uit Noord-Korea, waarover hij weinig wil, en bij allerhande provocaties. Zijn foto hangt op politiebureau's en in legerbases aan de Zuid-Koreaanse kant van de grens. Zuid-Korea heeft absoluut geen behoefte aan trammelant bij de grens nu de regering de Zonneschijn-politiek voert die toenadering zoekt tot de geïsoleerde, communistische noorderbuur.

Vollertsen is niet tegen voedselhulp of politieke contacten. Maar uit zijn ervaringen met humanitaire hulp concludeert hij dat alleen vriendelijkheid niet werkt. ,,Ik zie mezelf als een regenmaker, naast de Zonneschijn die uit Zuid-Korea komt'', zegt de gemoedelijke Duitser. ,, Ik maak mezelf radicaal, niet voor rede vatbaar en recalcitrant. Dat knaagt wel aan me, want ik ben nu voortdurend opgewonden, boos en bezig met problemen maken. Maar ik kan niet anders, nu ik zie dat het werkt. Je kunt jarenlang bescheiden werken voor de goede zaak. Maar je zult niet worden gehoord als je niet schreeuwt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden