De schatten van Saint-Malo

De hoge stadsmuren, het roemruchte kapersverleden: Saint-Malo spreekt tot de verbeelding. Maar een piratennest mogen we de Bretonse stad niet noemen.

"Corsaires waren het, geen piraten!" Over één ding zijn alle gidsen in Saint-Malo het eens: hun stad was geen obscuur piratennest, maar de thuishaven van eerbiedwaardige en door de koning openlijk gesteunde kaapvaarders. "En dat is een groot verschil", benadrukt Pierrick. Hij leidt ons rond door het stadspaleis van François Auguste Magon de la Lande, biedt ons een kijkje in het leven van een van de meest succesvolle corsaires van Saint-Malo. "Magon liet dit huis bouwen in 1725, op het hoogtepunt van de rijkdom van de stad. In vredestijd was hij handelaar, reder. In tijden van oorlog werd hij gedwongen tot een bestaan als kaapvaarder."

Frankrijk voerde in die tijd nogal eens oorlog met Engeland, en de vloot van de Engelsen was superieur. Sterker nog; de Franse koning had simpelweg geen eigen vloot. Hij verstrekte kaperbrieven aan handelsvaarders, verleende hun daarmee het recht zichzelf te verdedigen en anderen aan te vallen, en streek en passant een deel van de winst op. "Vergelijk het met de péage op de autoroute", zegt Pierrick. "Het was een manier om wat extra geld in de schatkist te krijgen."

Terwijl onze kinderen zich vergapen aan een musket, een sabel en een echte schatkist, tikt Pierrick op een replica van zo'n kaperbrief. "Een Lettre de Marque maakte het verschil tussen een ordinaire zeerover en een kaper. Een kaper, een corsaire, voer onder de vlag van zijn koning. Viel die vlag in het gevecht, dan moest de kapitein zijn kaperbrieven overhandigen." Hij weidt uit over de regels van het spel: een soort kruising tussen zeeslagje en stratego, maar dan in het echt. Eer was misschien nog wel belangrijker dan de buit. Voor die buit bestond een verdeelsleutel die niet alleen voorzag in percentages voor de koning en de aandeelhouders, maar ook voor de bemanningsleden en voor nabestaanden van degenen die de strijd niet overleefden. "Geloof me, ze zagen liever dat het vrede was", aldus Pierrick. "Dan viel er veel meer te verdienen. De kaapvaart was riskant."

Schipper Emmanuel van Albatros Hermine bevestigt dat verhaal. In het dagelijks leven is hij marine-officier, vandaag neemt hij ons mee op zijn zeewaardige rubberboot voor een excursie door de baai van Saint-Malo. Hij vertelt hoe de bewoners van de verwoeste nederzetting Saint-Malou hun stad herbouwden op een rotseiland voor de kust. Op volle zee komen we de Renard tegen, een replica van het schip van de roemruchte kaperkapitein Robert Surcouf. "Net als de andere kaperschepen uit die tijd is de Renard snel en relatief klein. Dat was de kracht van de corsaires van Saint-Malo. Hun schepen waren veel wendbaarder dan de logge oorlogsbodems van de Engelsen en de vele koopvaardijschepen die het Kanaal passeerden."

De loop van een kanon steekt dreigend uit een van de luiken, maar de kapitein zwaait ons vriendelijk toe. Achter ons doemen de vestingmuren van de stad op uit zee. "De Hollanders hebben een keer geprobeerd de stad in te nemen, de Engelsen wel vijf of zes keer", weet Emmanuel. "Het is ze nooit gelukt."

Wandelend over die muren, een uurtje later, begrijpen we waarom. Aan alle kanten omgeven door de zee, voorzien van voorposten op een waaier aan rotseilandjes, is Saint-Malo schier onneembaar. Alleen het geweld van de Tweede Wereldoorlog kon een deel van de eeuwenoude muren slechten en legde 70 procent procent van de oude stad in puin. Van die schade is niets meer te zien. Het oude kapersnest is uit zijn as herrezen en de muren, de kanonnen en de nissen prikkelen de verbeelding.

"Hielden ze hier mensen gevangen, pap?" De stenen uitbouw met een stalen hek ervoor was misschien wel een kerker. En het zou ons niet eens verbazen wanneer om de volgende hoek Pippi Langkous op de kantelen een sabelduel uit stond te vechten met een piratenkapitein. Want hoe de gidsen ook hun best doen het imago van de eervolle kapers op te poetsen, de toeristenindustrie in hun stad blijft inzetten op een idyllisch piratenverleden. Van het levende standbeeld bij de Porte Saint-Vincent tot de snoepwinkel even verderop, van de crêperie met de doodshoofdvlag aan de gevel tot de souvenirwinkel met zeeroverskoppen op de ansichtkaarten in de rekken: allemaal venten ze de romantiek van het piratenbestaan uit. En laten we eerlijk zijn. Niet alleen spreken piraten sterker tot de verbeelding, als het erop aankomt zijn de edele kaapvaarders niet veel meer of minder dan ordinaire zeerovers.

Toch doet ook Thibault een poging. Hij is onze gastheer op de Etoile du Roy, een andere replica van een kaperschip dat bij de stadspoort ligt afgemeerd. Piraten waren in zijn woorden vrijbuiters sans foi, ni loi. "Ze respecteerden God noch gebod en vielen iedereen aan, ook Fransen." Hij bevestigt dat de corsaires in eerste instantie de Franse handelsvloot beschermden. "Maar pas op, brave jongens waren het niet. Zodra ze een vreemde vlag zagen, gingen ze erop af. Officieel hielden de corsaires een administratie bij en moesten ze een deel van hun buit afdragen aan de koning. Maar kijk eens naar de vele kleine eilandjes in de baai van Saint-Malo. Dat zijn ideale plekken om kostbaarheden te verstoppen. Hij geeft een samenzweerderige knipoog naar de kinderen. "Natuurlijk brachten de corsaires grote delen van hun buit op die eilandjes in veiligheid, hielden ze schatten buiten de boeken om ze later met kleine bootjes op te halen. Denk maar niet dat de koning daar zicht op had. De kapers van Saint-Malo hadden hun eigen regels en wetten. Misschien ligt op een van de eilandjes nog wel een vergeten schat."

Ook aan boord wint de romantiek het van de rauwe werkelijkheid. De Etoile du Roy is op basis van originele tekeningen gebouwd voor een film. We mogen in de kajuit van de kapitein kijken, waar de tafel gedekt is en vergeelde documenten naast een verrekijker op het bureau liggen. De hangmatten van de matrozen hangen klaar in het ruim, in een kooi zitten opgezette ratten. Aan dek zijn houten sabels en driekante steken te koop. Thibault draagt er zelf ook een, alsof hij zo uit wil varen. "Dit schip is helemaal zeewaardig. We komen net terug uit Nederland, waar het deelnam aan een zeeslag voor een film over Michiel de Ruyter. In jullie ogen was dat een zeeheld. Reken maar dat de Engelsen en Fransen hem anders zien."

Daar heeft hij een punt. De Bestevaer dankte volgens zijn biograaf Ivo van Loo zijn achternaam zelfs aan de kaapvaart, aan het ruiten - roven - van schepen. En onze zeeheld Piet Hein plunderde de Spaanse Zilvervloot met een kaperbrief van de WIC op zak. Eerlijk gezegd maakt het mij na al die eeuwen niet veel uit wie precies wie beroofde en met welke legitimatie. En de kinderen al helemaal niet, die beleven een spannende dag in een echte piratenstad. De erfenis van de corsaires heeft Saint-Malo zelf tot een verborgen schat op een eiland gemaakt.

Saint-Malo

Hoewel de agglomeratie veel groter is, wordt met Saint-Malo meestal de historische binnenstad 'intra-muros' bedoeld. De wandeling van 1,8 kilometer over de eeuwenoude stadsmuren geeft een mooi beeld van de stad en haar bijzondere ligging. De meeste musea en bezienswaardigheden liggen in het oude centrum of vlak daarbuiten: www.saint-malo-tourisme.com www.bretagne-vakantie.com

Belvilla

Belvilla La Mouette ligt aan de grillige Bretonse kust, even ten noorden van het vissersplaatsje Cancale. Op een kwartier rijden van Saint-Malo is het een prima vertrekpunt voor een kennismaking met de stad, met de verborgen strandjes en de schitterende kustpaden in de omgeving. Het haventje van Port-Mer ligt op slenterafstand, net voor de bekende Pointe du Grouin: www.belvilla.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden