De schaduwkant hoort erbij

Ze debuteerde zes jaar geleden overdonderend. Zondag krijgt Tjitske Jansen (38) de Anna Bijns Prijs voor haar tweede bundel: ’Koeriekoeloem’, ofwel levensverhaal. „Ik wilde mezelf troosten met fijne momenten. Maar je moet de minder fijne momenten niet wegduwen.”

Haar doorbraak als dichteres met ’Het moest maar eens gaan sneeuwen’ leverde Tjitske Jansen in 2003 veel aandacht op. Van de poëziebundel werden maar liefst 14.500 exemplaren verkocht. Het debuut, waarin de kinderwereld van Jansen centraal staat en waarin veel sprookjesfiguren figureren, had zijn succes mede te danken aan de voordrachtkunst van Jansen. De ’poëzie-babe’ werd ze wel genoemd. Na afloop van die optredens vormden zich rijen van mensen die haar boek wilden kopen. Een ongekend succes voor een debuterende Nederlandse dichter. „Dit is exceptioneel’, constateerde Hugo Claus bij een gezamenlijk optreden tijdens een tournee door België.

Het contrast met de tamelijke rust en stilte na het verschijnen, in november 2007, van ’Koerikoeloem’ lijkt groot. Jansen trad minder op en stond minder in ’de bladen’. Toch is ook deze bundel bezig aan een gestage opmars: er werden in twee jaar tijd ruim 8000 exemplaren van verkocht, een aantal waar menig dichter jaloers op zal zijn.

De verklaring voor haar fysieke afwezigheid is simpel: Jansen woont sinds anderhalf jaar in het klooster Samye Ling in Schotland. Dit oudste boeddhistische centrum in Europa werd in 1967 gesticht door gevluchte Tibetaanse monniken en biedt onderdak aan tachtig vaste bewoners. „Zomers is het hier drukker”, vertelt Jansen telefonisch vanuit Schotland. Ze reisde in mei 2007 voor het eerst naar Samye Ling, voor het volgen van lessen van de Tibetaanse lama Ringu Tulku Rinpoche.

„Ik had een heel groot verlangen om het gevoel te doorbreken dat je maar steeds rondjes loopt in je leven. Het boeddhisme is voor mij daarvoor een manier.” Inmiddels had Jansen een man ontmoet wiens grootvader Harry (inmiddels 94) in Samye Ling woont. „Ik heb toen gedroomd over Harry, het was een fantastische droom, heel wezenlijk. In september van dat jaar ben ik teruggegaan en heb ik Harry opgezocht. In oktober werd me gevraagd voor Harry te zorgen. En dat doe ik nu. Ik woon in het huis van Harry, ik heb mijn eigen kamer. Ik zorg voor hem, kook, laat de hond uit. Ik ben mijn droom achterna gegaan.” Tussendoor is ze nog wel eens in Nederland, bijvoorbeeld voor het geven van workshops. Jansen: „Het is de bedoeling dat ik terug kom naar Nederland, ik blijf hier tot juni volgend jaar."

’Koeriekoeloem’ is eigenlijk geen dichtbundel, maar een klein epos waarin Tjitske Jansen haar jeugd en haar groei tot volwassen vrouw op een heel persoonlijke, anekdotische manier verwoordt. De titel alleen al refereert aan haar eigenheid. Het is de fonetische vorm van curriculum, en het staat voor levensloop. Inspiratie vond ze in de bundel ’Einde en begin’ van de Poolse dichteres en Nobelprijswinnares Wyslawa Szymborska. „Zij schreef een gedicht over de schijn van een curriculum vitae. Je moet in een cv zo kort mogelijk opschrijven wat je kunt, maar je kunt niet schrijven over de dingen die er werkelijk toe doen in je leven. Ik herkende dat omdat ik in die tijd ook vaak een cv moest schrijven.” ’Curriculum’ vond ze ’te zakelijk’, dus werd het ’Koerikoeloem’: „Het is een open titel, het geeft mijn levensloop weer, en het heeft geen richting. Het is een soort toverspreuk, het staat voor openheid, het bezwerende, het kinderlijke.”

’Koeriekoeloem’ kwam tot stand in een tijd dat Jansen zich ’heel verdrietig’ voelde. „Ik wilde mezelf troosten met het terugdenken aan fijne momenten. Maar toen ik eraan begon, merkte ik dat er helemaal geen fijne momenten naar boven kwamen. Ik werd er verdrietig van, maar dat werkte juist ook weer troostend. En toen wist ik, zo werkt het dus: je moet die momenten niet wegduwen, je moet ook naar de schaduwkant kijken. Het was geen afschrijven van mijn gevoelens, het werd met afstand en precisie kijken naar mijn eigen geschiedenis.”

Dat laatste is haar goed gelukt. Vooral de consequente vertelvorm, elke anekdote begint met ’Er was’, of ’Er waren..’, geeft een ritme, dat je als lezer richting een sprookje voert, maar dat gaandeweg in een prachtig opgebouwde spanning een feitelijke beschrijving van Jansens werkelijkheid wordt. Haar observaties doen denken aan de notities van de Portugese dichter Fernando Pessoa in zijn ’Boek der Rusteloosheid’.

Zelf las Jansen Pessoa op haar twintigste, in een tijd dat ze worstelde met het geloof in God. Ze had toen al een bewogen leven achter de rug. Jansen groeide op in een ’niet streng’ christelijk gezin in Barneveld, maar belandde op haar twaalfde in een pleeggezin. Reden: onenigheid met haar broer.

’Er waren weken dat ik een half uur eerder dan nodig naar school fietste om mijn broer voor te zijn zodat hij me niet in elkaar kon slaan’.

Haar eerste pleegouders waren oecumenisch ingesteld, „dus dan kwamen er ook katholieken preken’. Van de preken begreep ze niet zoveel, totdat haar eerste pleegmoeder haar vroeg: ’Wat dacht je van de preek Tjitske?’ ’Oh, moet je daar naar luisteren, vroeg ik. En toen vond ik het wel interessant.”

Niet alle pleeggezinnen, er zouden er meer volgen, komen er in ‘Koerikoeloem’ genadig vanaf.

’Er was een verjaardagscadeau: een Etos-tegoedbon van vijf euro waar ik zo perplex van was dat ik zei: ’Ja, dat is precies wat ik nodig had’.’

Het contact met deze pleegouders is verbroken na het verschijnen van de bundel. Jansen heeft het er moeilijk mee, met dit soort gevolgen. „Ik doe mensen pijn, maar ik heb geprobeerd zo eerlijk mogelijk te kijken. Het boek heeft voor mij een bevrijdende werking en ik hoop ook voor anderen. Als schrijver ben je natuurlijk veel met je eigen werk, je eigen toon bezig. En ik weet niet of ik met een andere vorm mensen níet kwets.”

Er waren ook andere reacties. Van haar broer bijvoorbeeld, nadrukkelijk aanwezig in ’Koerikoeloem’ en de directe aanleiding voor haar voortijdig vertrek uit het ouderlijk gezin. „Mijn broer reageerde fantastisch. Ik belde hem als eerste om te vertellen dat ik de Anna Bijns Prijs heb gekregen. En ik vroeg: ’Hoe vind je het dat ik al die dingen over je heb geschreven?’ ‘Ach, dat is toch van vroeger.’ ’Maar wat is de waarde van dat opschrijven?’, vroeg ik. ’Je ziet toch nu wat het voor waarde heeft?’”

Dat ze de Anna Bijns Prijs én daarmee 10.000 euro in de wacht sleept, vindt Tjitske Jansen ’hartstikke leuk’. „Ik vond de nominatie al de prijs!” En dat de jury haar verkoos boven de eveneens genomineerde dichteressen Eva Gerlach en Esther Jansma, beschouwt ze als een eer. „Ik heb nog les gehad van Esther.”

Is het eigenlijk nog wel van deze tijd, dat er een aparte literaire prijs is voor vrouwen? Nou, Jansen, die zelf een blauwe maandag Nederlands studeerde, heeft zich er recent nog eens in verdiept en ontdekte bijvoorbeeld dat er aan de universiteiten nog steeds ’meer aandacht is voor mannelijke schrijvers’. „Bij de colleges zijn aparte blokken voor Reve en Mulisch, Hella Haase wordt in de marge behandeld”, stelt ze vast.

Ze was onlangs te gast in het tv-programma ’Kunststof’ en de redactie had op een rijtje gezet hoeveel vrouwelijke winnaars er zijn van de ‘klassieke’ prijzen: P.C. Hooftprijs (5 keer een vrouw, sinds 1982), Ako-literatuurprijs (3 sinds 1987), Libris-literatuurprijs (2 sinds 1994). „Maar ach”, relativeert Jansen, „er zijn ook mannen die buiten de prijzen vallen.”

Of er een volgende bundel in de maak is? „Misschien schrijf ik een boekje over het maken van één gedicht. Hoe een bepaald gedicht ontstaat, daar krijg ik veel vragen over. ’Een draak verslaan’ bijvoorbeeld, uit mijn eerste bundel. Ik las als kind ’De gebroeders Leeuwenhart’ van Astrid Lindgren. Dat is ergens blijven hangen, en op de dag dat Lindgren overleed, ontstond dat gedicht. Maar ja, zo’n boekje schrijven is ingewikkeld, want hoe geef je dat vorm? Misschien wordt mijn volgende boek ook wel een plakboek, vol gedichten, stukjes, columns.”

„Ik heb het afgelopen jaar weinig geschreven. Schrijven was voor mij ontsnappen aan geconditioneerd zijn. Nu moet ik ergens aan voldoen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden