De schaduw van het Verdrag van Wenen

Hoge diplomaten genieten absolute immuniteit. Wie als werknemer een arbeidsconflict krijgt met een van hen, loopt op tegen muren van onschendbaarheid. De Nederlandse overheid is met handen gebonden.

De ambassadeur maakt de wet. Dat ondervonden drie vrouwen uit Portugal, Indonesië en Marokko die werkzaam waren voor buitenlandse ambassades in Nederland. Ze klaagden de afgelopen jaren tevergeefs bij hun baas over slechte arbeidsomstandigheden. In alle drie gevallen leidde dit tot rechtszaken, met wisselend resultaat.

Het duurt even voordat Maria Caixinha zich bewust is van haar kwetsbare positie. Op 1 oktober 1978 begint ze als werkster op de residentie van de Duitse ambassadeur in Den Haag. Caixinha heeft aanvankelijk slechts huishoudelijke taken. Terwijl de jaren verstrijken, vervagen de vaste werktijden en neemt het aantal klussen toe. Roomservice voor de gasten van de ambassadeur, het serveren van grote lunches en diners, voorbereiden van de vele feesten op de residentie. De werkdagen zijn lang. Na ruim 24 jaar arbeid voor de Duitse staat stort Caixinha in, fysiek en psychisch gesloopt door de 'absurd zware omstandigheden', zoals ze zelf zegt.

De vrouw meldt zich ziek. Twee jaar later zegt de Duitse ambassadeur de arbeidsovereenkomst op. Maria Caixinha voelt zich onrechtmatig behandeld. Ze is volledig arbeidsongeschikt verklaard en daar is, vindt ze, de Duitse staat schuldig aan. De vrouw besluit haar recht te halen. Ze begint een frustrerend gevecht met een machtige tegenstander.

In Nederland werken naar schatting 250 dienstbodes voor hoge buitenlandse diplomaten. Het zijn merendeels vrouwen, veelal afkomstig uit de Filippijnen, Indonesië en Zuid-Amerikaanse landen. Ze werken op residenties van ambassadeurs en in de villa's van diplomaten in Den Haag en Wassenaar, verscholen achter hoge hekken en lange oprijlanen. Wat zich daar precies afspeelt, is onduidelijk. Hoge diplomaten, zoals ambassadeurs, genieten absolute immuniteit. Het Verdrag van Wenen, van kracht sinds 1964, regelt de onschendbaarheid van diplomatieke missies. Het is verboden zonder toestemming het ambassadeterrein te betreden. Dat geldt ook voor Arbeidsinspectie en politie. Bij eventuele misstanden is het gastland met handen gebonden. Dat ervaart Maria Caixinha op niet mis te verstane wijze.

Caixinha verruilt in 1978 haar geboorteland Portugal voor Huis Schuylenburg, de riante ambtswoning van de Duitse ambassadeur aan de Lange Vijverberg in Den Haag, met uitzicht op de Hofvijver en het standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt. Er is geen schriftelijk werkcontract. Alle afspraken worden mondeling gemaakt, niets staat op papier.

In 1980 treedt een nieuwe ambassadeur aan. "Een sociale man", zegt Caixinha. Dat is slecht nieuws voor het personeel, op dat moment bestaande uit de Portugese vrouw en een Nederlandse butler. Het betekent meer feesten en partijen en dus meer werk. "Er waren geen vaste werktijden meer", zegt Maria Caixinha. "Ik stond altijd stand-by. Was er weer een feest, dan ging je door tot diep in de nacht. En 's ochtends moest het ontbijt op tijd klaar staan."

Maria krijgt last van haar schouders en nek, problemen die in de loop der jaren verergeren. In 2001 wordt de ambtswoning aan de Lange Vijverberg verbouwd. De Duitse staat huurt tijdelijk een nieuw onderkomen in Wassenaar. Vanaf dat moment holt de gezondheid van Caixinha achteruit. Het werk wordt zwaarder, merkt ze, de komst van weer een nieuwe ambassadeur is daar debet aan. De vrouw krijgt ook psychische klachten, waartegen ze antidepressiva slikt. In 2002 hoort ze van haar gynaecoloog dat een reguliere controle afwijkende resultaten heeft opgeleverd. Er is nieuw onderzoek nodig. Als ze een uitstrijkje moet laten maken, verbiedt de ambassadeur haar naar het ziekenhuis te gaan. Werk gaat voor. Het is voor Caixinha de druppel; ze raakt in een zware depressie. Op 27 januari 2003 meldt ze zich ziek.

Caixinha besluit de hulp in te roepen van het ministerie van buitenlandse zaken. Dat departement heeft haar immers in 1978 een identiteitsbewijs verstrekt. Caixinha vraagt Buitenlandse Zaken om op te treden tegen de arbeidsomstandigheden op de Duitse residentie. Op 4 september 2003 schrijft de Arbeidsinspectie aan Caixinha dat de instantie 'geen handhavende bevoegdheden heeft bij exterritoriale organisaties. Derhalve kan uw klacht niet in onderzoek worden genomen'. Drie maanden later volgt er een brief van Buitenlandse Zaken. Daarin staat: 'Onlangs heeft het ministerie overleg gevoerd met de ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot het verzoek van mevrouw om een arbeidsinspectie uit te voeren in de kanselarij alsmede de ambtswoning van Z.E. de heer Duckwitz, buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland. De ambassade heeft aangegeven geen toestemming te willen verlenen voor een dergelijke inspectie'.

De Duitse diplomatieke missie verschuilt zich achter haar immuniteit en Nederland legt zich daar noodgedwongen bij neer. Het maakt Maria Caixinha woedend. In 2007 stapt ze naar de rechter.

Zes jaar daarvoor, om precies te zijn op 5 februari 2001, heeft Houria Aissaoui een sollicitatiegesprek op de Marokkaanse ambassade in Den Haag. Ze heeft gereageerd op een advertentie in De Telegraaf, waarin de ambassade op zoek is naar een secretaresse. 'Kennis van de Nederlandse, Franse, Arabische en Engelse taal is een pré'. Aissaoui kan op 1 maart beginnen. Ze is in 1963 in Marokko geboren en krijgt in oktober 2001 ook de Nederlandse nationaliteit.

Aissaoui krijgt steeds ernstigere nekklachten. Op 20 juni 2003 moet ze zich ziek melden vanwege een nekhernia, waarvoor een operatie noodzakelijk is. Dan treedt een nieuwe Marokkaanse ambassadeur aan die Aissaoui dwingt om terug aan het werk te gaan. Hij schrijft haar: 'Ik verwacht u op 1 januari 2004 op de ambassade, anders zijn wij genoodzaakt het contract te ontbinden'. De vrouw verschijnt niet. Op 1 maart wordt ze ontslagen. Daarop stapt Aissaoui naar de kantonrechter.

Procederen tegen een buitenlandse diplomatieke missie is geen sinecure. Maria Caixinha benadert diverse advocaten die hun vingers er niet aan willen branden. Houria Aissaoui doet een beroep op haar rechtsbijstandsverzekering. Tevergeefs. Daarop besluit ze zelf een advocaat in de arm te nemen. Tijdens de rechtszaak beroept Marokko zich op 'immuniteit van rechtsmacht', met een verwijzing naar het Verdrag van Wenen. Zowel de rechtbank als later het gerechtshof oordeelt in het voordeel van de secretaresse: de Marokkaanse ambassadeur had haar niet wegens ziekte mogen ontslaan. Marokko is haar het misgelopen salaris verschuldigd. Op 5 februari 2010 wordt dit vonnis door de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, bekrachtigd.

Houria Aissaoui heeft tot op heden geen cent ontvangen. De Marokkaanse staat blijft erbij, zegt ze, dat op het ambassadeterrein de Marokkaanse wet telt. "Ik weet dat je in mijn geboorteland ook niet ontslagen mag worden vanwege ziekte. Maar mijn werkgever komt er wel mee weg. Marokko kan kennelijk niet gedwongen worden om te betalen."

Sinds enkele maanden protesteren zeker zestig medewerkers van de Marokkaanse ambassade in Den Haag en van de Marokkaanse consulaten in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Bosch tegen de slechte arbeidsomstandigheden. Ze houden werkonderbrekingen en vragen Tweede Kamerleden om in actie te komen. Onder de demonstranten bevinden zich drie medewerkers van consulaten die, net als Aissaoui, ontslagen zijn vanwege ziekte. Volgens Aissaoui heeft een van hen ook zijn gelijk gehaald bij de Hoge Raad. De twee anderen procederen nog. In alle gevallen beroept Marokko zich op de diplomatieke en juridische onschendbaarheid.

De juridische strijd van Maria Caixinha verloopt voorspoediger. Eind 2007 staat ze bij de Haagse kantonrechter tegenover haar ex-werkgever. Opvallend is dat, zo blijkt uit het vonnis van de rechter, de Duitse staat 'stilzwijgend accepteert dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft'. Caixinha wordt in het gelijk gesteld. De rechter vindt dat er een causaal verband is tussen de zware werkomstandigheden en de uiteindelijke arbeidsongeschiktheid. Volgens de rechtbank is haar ontslag 'zonder enige vergoeding onredelijk'. De Duitse staat wordt veroordeeld tot het betalen van 35.000 euro.

Is ze tevreden? "Nee. Het procederen heeft mij vele duizenden euro's gekost." Ze heeft ook een letselschadeprocedure tegen Duitsland aangespannen, waarin ze 190.608 euro eist, een bedrag dat is vastgesteld door het Nederlands Rekencentrum Letselschade. Er zit geen schot in de zaak. De advocaat heeft er weinig fiducie in, denkt Caixinha.

Wat haar vooral dwars zit, is de passieve opstelling van Buitenlandse Zaken. "Je vecht in je eentje tegen een machtig systeem en Nederland weigert je te helpen. Terwijl ik in mijn recht sta."

De zaak van Caixinha is uitzonderlijk, omdat een buitenlandse diplomatieke missie is veroordeeld door een Nederlandse rechtbank én daar gehoor aan heeft gegeven. Niet iedereen die tegen een diplomaat procedeert overkomt dit.

In 2008 wordt een Indonesische vrouw in haar geboorteland verleid om voor een Zuid-Amerikaanse diplomate in Nederland te werken. Het beloofde salaris bedraagt 1450 euro per maand, conform het minimumloon. De Indonesische dienstbode maakt lange werkdagen. Ze is de oppas van het zoontje van de diplomate en ze moet schoonmaken en koken. De vrouw komt nauwelijks buiten en krijgt veel minder salaris dan beloofd. Ze voelt zich gevangen, omdat de diplomate haar paspoort heeft ingenomen, verklaart ze achteraf. In mei 2009 stopt ze met het werk.

De Indonesische vindt dat ze recht heeft op het misgelopen loon en schakelt Buitenlandse Zaken in. De bemiddelingspoging is vruchteloos. De dienstbode keert noodgedwongen terug naar haar eigen land, maar start nog wel een civiele procedure bij de kantonrechter in Den Haag.

Het wordt een kansloze zaak. De vrouw klaagt een hoge diplomate, de plaatsvervangend ambassadrice zelfs, persoonlijk aan, iemand die volgens het Verdrag van Wenen absolute immuniteit geniet. De rechter oordeelt op 31 mei 2010 dat de diplomate 'terecht een beroep op immuniteit van jurisdictie' heeft gedaan. Het hoger beroep loopt inmiddels. De uitkomst daarvan zal naar verwachting niet anders zijn.

Wat overblijft is kabaal maken, zegt de Nederlands-Marokkaanse Houria Aissaoui. Veel kabaal. De dagelijkse demonstraties voor de deur van de Marokkaanse ambassade en de media-aandacht die daar op volgde, hebben volgens haar geholpen. Marokko voelt de druk. Vorige week zijn er in het Marokkaanse parlement vragen gesteld over de arbeidsomstandigheden op de ambassade en consulaten in Nederland. Er is sinds kort weer contact tussen haar advocaat en de Marokkaanse staat, zegt Aissaoui. "Ik heb gehoord dat ze het dit keer misschien goed gaan maken, maar ik reken nog nergens op."

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Wereldomroep.

Reacties van ambassades

De Duitse ambassade laat in een reactie weten dat Maria Caixinha, hoewel in dienst vanaf eind jaren zeventig, op 1 mei 2004 een schriftelijk arbeidscontract kreeg. Waarom dat pas gebeurde toen de Portugese vrouw al ruim een jaar ziek thuis zat, wordt niet toegelicht. De ambassade ontkent dat de arbeidsomstandigheden slecht waren.

De Marokkaanse ambassade weigert te reageren op berichten over slechte arbeidsomstandigheden. Zeker zestig medewerkers van de ambassade en de vier consulaten in Nederland zeggen onder meer dat zij onder het minimumloon krijgen uitbetaald en dat ze geen recht hebben op vakantiegeld. Dat is in strijd met het Nederlandse arbeidsrecht. De werknemers worden bijgestaan door AbvaKabo FNV. Het lukt de bond niet om met de ambassade in gesprek te raken; Marokko erkent deze niet als serieuze gesprekspartner.

Over de situatie op de Marokkaanse ambassade en consulaten schrijft het ministerie aan de Kamer dat uit onderzoek blijkt dat er sprake is van onderbetaling. Er is echter geen boeterapport opgemaakt. Wel is de Marokkaanse ambassadeur tweemaal ontboden op het ministerie. In de Kamerbrief staat: 'Deze wijze van afdoening hangt nauw samen met de bijzondere positie van ambassades en consulaten. Uit de Weense verdragen vloeit voort, dat naleving van Nederlandse wetgeving, waaronder de dwingend rechtelijke bepalingen van het Nederlandse arbeidsrecht, juridisch niet kan worden afgedwongen. De ambassadeur geniet immuniteit en is gevrijwaard van enigerlei vormen van aanhouding of vrijheidsbeneming'.

Het ministerie van buitenlandse zaken gaat niet in op de mislukte bemiddelingspoging tussen de Zuid-Amerikaanse diplomate en de Indonesische mevrouw. "Als we dat wel zouden doen, zou dat slecht zijn voor onze effectiviteit als bemiddelaar. Daarmee is het diplomatenpersoneel niet gediend", zegt een woordvoerder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden