De schaatstovenaar van Joure

Sipke Bosma 1945-2016

ROB VELTHUIS

Tot de laatste dag hield hij zich aan zijn levensopvatting: als ik iets doe, doe ik het goed. Met zijn aangetaste longen was de gang naar zijn werkplaats achterin de boerderij bijna niet meer te volbrengen. Eenmaal tussen zijn apparatuur werd er tot op fracties van een millimeter nauwkeurig gebogen en geslepen. De schaatsers hadden hem immers nodig.

Uit de dankbetuigingen waarmee de werkplaats vol hangt, blijkt waarom. Claudia Pechstein gaat het verst, ze noemt Sipke Bosma de Schlittschuhegott. Welk geheim de 'schaatstovenaar van Joure' in de buizen van deze Duitse schaatskampioene heeft nagelaten, wordt niet geopenbaard.

Op de eerste zes weken na woonde Sipke zijn hele leven in de boerderij uit 1850 aan de Wumkesstrjitte. Lang stond het bekend als Autobedrijf Bosma, gaandeweg kregen schaatsers er de overhand.

Samen met zijn jongere broer Danny beleefde Sipke op die plek een geweldige jeugd. Hun vader Jolle had pand en perceel overgenomen van een dorpsgenoot die naar Canada emigreerde. Jolle wilde niet in de voetsporen treden van pake, die slager was. Hij was te fijngevoelig voor het doden van dieren. Mogelijk speelde daarbij mee dat hij in de oorlog wegens steun aan onderduikers door de Duitsers in het beruchte strafkamp Erika in Ommen zwaar was mishandeld.

Jolle was negen jaar getrouwd met schippersdochter Simontje toen Sipke werd geboren. Hij bleek een handige jongen. Naast kattenkwaad uithalen met Danny in de schuren, stallen en weilanden, kreeg prutsen snel de overhand. Er werden zeepkisten op wieltjes gebouwd, oude fietsen werden omgevormd tot crossfietsen waarmee wedstrijden over de mestbult werden gehouden.

Toen tegenover de boerderij een woonwijk verrees en zijn vader vier kilometer verderop land kreeg, werd de aanschaf van een tractor en jeep met gejuich ontvangen. Het was duidelijk dat hij automonteur zou worden. De wegen tussen de broers liepen daar uiteen. Waar Danny voor vakantiewerk in de tabak van Douwe Egberts koos, werkte Sipke bij de fietsenmaker. Op zijn veertiende hield hij twee weken lang de zaak voor zijn zieke baas draaiende.

Op de dag dat hij zestien werd, kocht Sipke zijn eerste brommer. Binnen een half jaar zat daar geen origineel onderdeel meer op of aan. In 1973 werd in de schuur aan de Wumkesstrjitte de oprichtingsvergadering gehouden van Flying Boetoe, de motorclub die nog altijd bloeit. 'De RAP van Sipke Bosma werd omgetoverd tot een indrukwekkend racemonster', meldt het gedetailleerde in memoriam op de site.

In 1969 bouwde hij van een oude Volkswagen Kever een Formule Vee na. Op de oude carrosserie kwam een frame van buizen, waaromheen gestroomlijnde platen werden gebogen. Er lag een opgevoerde 1200 cc motor in, goed voor een topsnelheid van 196 km/u.

De openbare weg was voor de racewagen taboe. Veel werd er niet mee gereden, het was nogal een onderneming om met een aanhanger op het circuit van Zandvoort te komen. Het ging ook meer om het bouwen dan het racen. Lang stond het voertuig als demo in de ambachtsschool.

Sipke had verkering met Metje Stoelwinder. Met vrienden trokken ze het land in naar races. Metje was weliswaar niet zo geboeid door de racerij, ze was er wel 'mooi even uit'. Ze had daarbij de 'eer' te mogen meerijden met zijn voertuigen. Of het nu zijn fiets, brommer, auto of grasmaaier was, niemand mocht er aankomen. Dat was een beetje zijn 'tik'.

Sipke en Metje hadden elkaar ontmoet bij garage Drost, waar Sipke monteur was. Toen in 1971 het huwelijk werd voltrokken, was hij op aandringen van zijn vader voor zichzelf begonnen. Daartoe moest hij in Voorschoten zijn patroonsdiploma halen. Op studiegebied was hij geen bolleboos, in de praktijkvakken haalde hij de hoogste cijfers.

De oude boerderij was niet representatief om een dealerschap te beginnen. Maar Sipke had zijn handen vol aan het onderhoud van auto's en boten, meestal werkte hij ook 's avonds. Tot hij een terugslag kreeg en de dokter hem adviseerde ter ontspanning iets naast zijn werk te doen.

Schaatsen leidde tot een onvermoede passie en ambacht, het zou zijn verdere leven tot de laatste dag beheersen. Met Metje had hij op natuurijs alle toertochten gereden. En hij was trots op het ongetraind volbrengen van de Elfstedentocht van 1986. Daarbij koos hij voor de enige juiste tactiek: rustig aan.

Sipke vergezelde zijn zoons Simon en Bert naar de schaatstrainingen bij IJsclub Donia in Sint Nicolaasga. Toen daar trainers werden gevraagd, besloot hij alle diploma's te halen. Want als je iets doet, moet je het goed doen.

Sipke sleep de schaatsen van zijn zoons. Ook dat moest perfect. Simon was het talent. Bert was nonchalanter, die liep met zijn ijzers gewoon over beton. Dat fikste zijn vader wel weer.

Voor een cursus schreef hij een scriptie over schaatsen slijpen. Daarbij vormde zijn technisch inzicht en kennis als machinebankwerker de basis. Waarna de zaak ging rollen toen hij naar grote tevredenheid schaatsen van toppers als Tonny de Jong, Annamarie Thomas en Marianne Timmer prepareerde.

Sipke werd de perfectionist in slijpen en buigen. De ambachtsman kocht een slijpmachine en paste die aan zijn eisen aan. Het meeste materiaal dat hij bij fabrikanten betrok, doorstond de toets van kritiek niet. Daarom ontwikkelde hij zelf een slijpblok.

Met de introductie van de gecompliceerdere klapschaats kon hij zich verder uitleven. Sipke werd in 1998 de eerste materiaalman die met de schaatsploeg meeging naar de Winterspelen. Hij weigerde zich daarbij aan de door NOC-NSF bedongen Nederlandse exclusiviteit te houden. Op zijn hotelkamer bewerkte hij stiekem schaatsen van de concurrentie.

In Nagano boog hij de door Ids Postma verpeste ijzers voor de 1000 meter in een gouden curve. Acht olympische titels werden gewonnen op door 'Sippie' geprepareerde ijzers. Waarvan twee door 'pupil' Marianne Timmer: "Als Sipke mijn schaatsen had geslepen, ging ik vol vertrouwen het ijs op."

Het hek was van de dam. Elke zichzelf respecterende schaatser koppelde aan een wedstrijd in Thialf een bezoek aan Joure. Stilaan verdween het werk aan auto's en boten naar de achtergrond. De komst van Noren, Chinezen en Russen bleek de redding voor het bedrijf. Want oude klanten overleden of kozen voor onderhoud bij dealers.

Met natuurijs was het topdrukte. Sipke wilde de recreant net zo behandelen als de prof, maar kwam tijd tekort. Dan stond er na een natuurijswedstrijd een file marathonrijders voor zijn oprit. Of het nu half zeven 's ochtends was of half twaalf 's avonds, Sipke stond altijd klaar.

Met de komst van zomerijs bleef het werk binnenstromen. Een Duitser met motorpech werd op een hete zomerdag afgewezen omdat schaatsen slijpen voor de Noren voorging. Of hij wel spoorde, vroeg de man zich af.

Zelf kwam hij niet meer aan schaatsen toe, en tijdens wedstrijden zag hij geen race. Dan keek hij 's avonds naar videobeelden die Metje voor hem had opgenomen en zag hij bij wie het met de schaatsen verkeerd zat. Het stoorde wel dat er vaak niets voor hem was geregeld. Dan moest hij voor zijn eigen eten zorgen, of voor een werkplek. Dan zei Metje: Je bent gek als je morgen weer gaat. Maar hij ging, want de schaatsers hadden hem nodig.

Viermaal ging hij naar de Winterspelen, ook met de Noren en Chinezen. Eten was daarbij een probleem, hij lustte bijna niets. Ook thuis niet, daar aten de poezen meer. Voor Sotsji had hij een pracht excuus: ofschoon Sipke gaarne Russen bijstond, durfde hij zijn materiaal niet te verschepen. Hij kreeg het vast niet uit Rusland mee terug.

In 2010 wilde hij er ook onderuit. Metje was door een (goedaardige) tumor op de hersenstam half verlamd en in het ziekenhuis opgenomen. Met Sipke was geen land te bezeilen, hij was zijn anker kwijt. Toen trad zijn vrouw krachtdadig op: jij gaat naar Canada, en als je terugkomt, kan ik weer lopen. Zo geschiedde.

Sipke was een enorme prater, en tegelijkertijd introvert. In zijn werkplaats bleven schaatsers hangen om uit te huilen, te lachen en anekdotes aan te horen. Toch bleven de drijfveren in zijn werk onder de oppervlakte.

Hij kickte erop als persoonlijke records werden gereden op zijn ijzers. De financiële verdiensten leken daaraan ondergeschikt. Als Metje, Simon, Bert of Danny ernaar vroegen, draaide hij zich om en liep weg.

Nooit zagen ze hem emotioneel, ze kunnen slechts gissen naar wat zijn mooiste momenten waren. In Nagano trok hij op met schaatslegende Ard Schenk. Het liet hem onberoerd, de Blonde Apollo was ook maar een mens zoals hij.

Als dank kreeg hij de gouden buizen van Marianne Timmer. Ze lagen ergens op een schap in zijn werkhok, anoniem tussen ander materiaal.

Sipke Bosma werd op 12 oktober 1945 geboren in Joure, waar hij op 22 november 2016 overleed.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden