De Sagrada Familia: sprookjesachtig, maar geen Efteling

Na meerdere weken vergeefs turen naar de verschillende webcams rond de Weissensee werd de onherroepelijkheid van wat zich daar afspeelde geleidelijk duidelijk: geen ijs om op te schaatsen. Wel een flink pak sneeuw op een ijsvloer die kennelijk niet dik genoeg was om sneeuwruimers toe te laten. Opnieuw moesten wij, mijn twee oudere broers en ik, naar een andere bestemming zoeken voor onze midwintertrip.

Om de omvang van deze ramp enigszins te relativeren moet ik u er wel op wijzen dat wij geen kwantitatieve sporters zijn. Dat wil zeggen dat we ons niet via uitputtende trainingsschema's geleidelijk maar onhoudbaar richting Alternatieve Elfstedentocht vechten. Integendeel, wij zijn kwalitatieve schaatsers, types die zonder enige training het ijs op stappen om lekker een stukje te schaatsen. Deze instelling impliceert een stilzwijgende afwijzing van het equipment-fetisjisme waar duizenden schaatsers onder gebukt gaan. Voor ons geen afzichtelijke pakken in kleuren die het glazuur van je tanden doen springen, geen ski-brillen met ondoorzichtige glazen en geen handschoenen uit de Formule 1 wereld. Wij schaatsen in gewone broek, waarboven colbert en of trui, soms met brandende pijp of sigaar in de mond en op het hoofd een decente bedekking. De klapschaats achten wij ver beneden onze waardigheid, wij schaatsen immers niet om steeds sneller van A naar B te komen. Het stompzinnige geluid dat deze nieuwlichterij veroorzaakt is op zich een afdoende diskwalificatie. Maar aan deze heerlijke idylle konden we dit jaar dus geen hoofdstuk toevoegen, zodat we na wat wikken en wegen in het vliegtuig naar Barcelona stapten.

Drie broers die een paar dagen bij elkaar zijn, dat wordt onvermijdelijk een rondgang langs allerlei toestanden uit onze jonge jaren zoals we die tegenkwamen binnen de kring van familieleden, vrienden, kennissen, collega's, buren, klasgenoten en boven ons gestelden. Je bent dan al gauw je weg aan het zoeken in een wirwar van treiterige huwelijken, onechte kinderen, heel wat alcoholisten, veel kanker, echtscheiding natuurlijk, kindermishandeling, psychiatrische problematiek, zelfmoord, orgaantransplantaties, te vroege, te late en natuurlijk ook te trage overlijdens. Kortom, er gebeurde eigenlijk nooit iets.

Terwijl we Barcelona doorkruisten kwamen al deze zaken aan de orde, waarbij we vooral 's avonds bij veel tapas en heerlijke plaatselijke wijn de tijd namen om het leven zoals zich dat voordoet aan onszelf en de vele mensen die we kennen, te beoordelen, toe te juichen of te betreuren.

We zagen veel gotiek. Eerst in de Catedral, die aan Eulalia is gewijd, een dertienjarig meisje dat door de Romeinen vreselijk werd gemarteld, ik spaar u de onprettige details, het gebeurde onder Diocletianus in 303. In de kathedraal staat ook het doopvont waaruit zes Indianen, indertijd door Columbus meegesleept, werden gedoopt. In de kloostergang met binnentuin naast de kathedraal stuitten we nog op een kerststal en een vijver met dertien zwanen, of ganzen eigenlijk, herinnerend aan de dertien jaren van Eulalia.

Natuurlijk bezochten we (op mijn aandringen) ook het grootste kerkhof vol prachtige 19de-eeuwse graven waarin de zielen van de Barcelonese bourgeoisie op stijlvolle wijze voor anker gingen. Het betreft een gigantisch kerkhof dat naast de vele treurende neogotische engelen voornamelijk bleek te bestaan uit eindeloze straten van pseudorotswanden waar de kisten tot zeshoog in worden geschoven. Wij vormden een welkome afwisseling voor de duizenden doden die daar vergeefs op de jongste dag lagen te wachten, want door een kleine navigatiefout marcheerden we in toenemende wanhoop en stijgende hitte meerdere malen langs dezelfde route op zoek naar de uitgang.

De mooiste oude kerk die we zagen was de Maria del Mar, door brand tijdens de burgeroorlog geheel ontdaan van al die groeisels die zich over de eeuwen aan gotische kerken hechten in de vorm van altaarstukken, kapelinrichtingen, hekken, preekstoelen, koorbanken, scheidingswanden, beeldengroepen, schilderijen en herdenkingsmonumenten. Het resultaat van de verwoesting is een prachtige gotische ruimte, waar Gaudí goed naar heeft gekeken (stond ook in de gids). Het onbetwiste hoogtepunt van ons bezoek was zijn Sagrada Familia. Als je het nu eindelijk voltooide schip binnenwandelt is de eerste indruk onvervalst sprookjesachtig. Je kijkt naar een variant op de gotische kathedraal die je nooit had kunnen of durven dromen. Het is volslagen anders en toch vertrouwd. Ik weet niet of Gaudí uit een brandend geloof of uit een innerlijke overvloed aan zijn ontwerp werkte, ik geloof eerder in overvloed, want er spreekt hier een vreugde die mensen eigenlijk nooit voelen bij God, zeker niet in Spanje.

Tussen de zuilen van het koor is een baldakijn opgehangen, waaronder Jezus idioot alert aan het kruis hangt, met opgetrokken knieën, alsof hij op het punt staat ervan af te springen. Theologisch een uitermate storende mogelijkheid moet ik zeggen. Gelukkig niet door Gaudí bedacht, lezen we in onze gids. Op dat moment horen we achter ons een Nederlandse meneer zeggen dat Gaudí 'soms wel eens richting Efteling dreigt af te zakken, maar meestal gaat het net goed'. Wij wisselden een blik van verstandhouding over zo veel onbenul.

Maar het knaagde wel even.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden