De Saedeleer was here

Stefan Kuiper en Auke Hulst reizen door Nederland en België op zoek naar plekken die kunstenaars afbeeldden op hun meesterwerken. Aflevering 4: Valerius de Saedeleer; Kalme avond aan de rivier.

Eigenlijk is een geschilderd landschap een persoon. Een landschap van Jan Mankes bijvoorbeeld, dat is een verlegen brugpieper. Een John Constable een drankzuchtige leraar Engelse poëzie. Een Rembrandt, op z'n beurt, is een operazangeres op leeftijd. Ze heeft manische trekjes, 's avonds, na het bridgen, beluistert ze oude opnames van zichzelf. Er zijn landschappen als knokige ouderlingen (Friedrich) en landschappen als Duitse kamermeisjes (Waldmüller), schuldige landschappen en landschappen badend in heerlijke onwetendheid. En zoals je personen hebt die nooit op zichzelf lijken - alleen op hun moeder, vader, collega, dispuutgenoot, huisdier of drugsdealer - zo heb je ook landschappen die nooit uit de schaduw stappen van hun bewonderde voorbeeld.

De Belgische landschapschilder Valerius de Saedeleer (1867-1941) leek lang veroordeeld tot het produceren van werk voor die laatste categorie. Jawel, De Saedeleer was schilder - en socialist, anarchist, bohémien, kippenfokker en ontwikkelaar van de automatische broedmachine - en jawel, hij produceerde doeken, maar erg verheffend was het allemaal niet. Landschappen met eendjes. Plichtsgetrouw impressionisme. Schilderijen die uitstekend dienst zouden doen ter decoratie in een verfwinkel; onder Saedeleers Lisserweegse dorpsgenoten was er waarschijnlijk niemand die kon bevroeden dat hij in de daaropvolgende decennia enkele van de mooiste en populairste schilderijen van de twintigste eeuwse Vlaamse kunst zou schilderen.

En toen, de dertig ruim gepasseerd, werd De Saedeleer opeens De Saedeleer.

Twee dingen speelden een rol. In 1902, in Brugge, zag De Saedeleer een groot overzicht van de Vlaamse primitieven, Van Eyck, Memling, Van der Weyden: zij maakten de schilder los van het impressionisme en leerden hem een tragere, transparantere, meer doorwerkte manier van schilderen. De tweede gebeurtenis, misschien nog wel belangrijker, was zijn verhuizing naar St-Martens-Latem, een dorpje in Oost-Vlaanderen gelegen aan de rivier de Leie, toen nog een belangrijke handelsvaart. In Latem vond De Saedeleer rust en concentratie; hij leerde er ook kijken naar landschappen op een manier die hem de rest van zijn leven niet meer zou verlaten.

Een sleutelwerk in deze ontwikkeling is 'Kalme avond aan de rivier' uit 1904, nu in de Verzameling Stedelijk Museum Aalst. Het doek toont de Leie Bocht, één van de beroemdste plekken van St-Martens-Latem, want één van de weinige, zo niet de enige, waar je vanaf de weg vrij zicht hebt op de rivier. Het is een somber schilderij. De schemer zet in. Links de rivier. Rechts de witte muren van De Tempelhof, de plek waar De Saedeleer woonde en atelier hield.

De Leie was bekend om haar geur. Als je schilderijen kon ruiken, dan zou dit doek stinken.

Wat opvalt: de mensen. Of preciezer: de afwezigheid daarvan. Het land is uitgestorven. Verlaten. Nergens een ziel te bekennen. Dat is vreemd. St-Martens-Latem was geen spookdorp, er moeten schippers en koeien en dergelijke door het beeld hebben gelopen waarmee de schilder zijn landschap had kunnen vullen, pardon stofferen. Had Pieter Bruegel daar aan de Leie gestaan, dan had 'ie op dat pad waarschijnlijk een paar vrolijke boeren geschilderd. En daar aan de overkant, bij het platgetrapte gras, een kudde overstekend vee. En wat vogels. Dan was het een heel ander schilderij geworden.

Zoniet De Saedeleer. Hij wilde geen levendige, drukke schilderijen maken. Het was juist de stilte die hij wilde benadrukken. De eenzaamheid. Hij wilde iets mystieks oproepen; iets bovennatuurlijks. Dat lukt. Je hoeft niet Bijbelvast te zijn of de blik naar het oosten gericht te hebben om dergelijke transcendente noties in dit schilderij te kunnen doorvoelen. Maar het blijft een balanceer act. Vooral in zijn latere werk is De Saedeleer me soms te opgelegd etherisch. Dan schildert hij steeds weer dezelfde smetteloze sneeuwvelden en loodzware luchten; het is ernstig op een deprimerende Tarkovsky-achtige manier - je hoort Bach al hemelen op de achtergrond. Hier nog niet; hier schildert De Saedeleer nog landschappen van modder, water en vlas - niet van poedersuiker. Hij zette er de Leie-streek mee op de kaart - als eerste. Daarna volgden de gebroeders Van de Woestijne, de gebroeders De Smet, Permeke, Raveel, Gerard Reve en Matroos Vos.

Lezen: Piet Boyens, Valerius de Saedeleer: De Tuin der afwezigen, Lannoo. Doen: Bezoek een van de vele musea/galeries in en rond St-Martens-Latem:

Gemeentelijk Museum Gust. de Smet, monografisch museum over schilder in voormalig atelier; Gustaaf De Smetlaan 1, Deurle. woe-zo, 12:00-17:00

Museum Dhondt-Dhaenens, collectie van het echtpaar Dhondt-Dhaenens in modernistisch gebouw van Erik van Biervliet. Werk van o.a.: Ensor, De Smet, Permeke, Servaes. Museumlaan 14, Deurle. di-zo, 10:00-17:00

Galerie De Vos; klassieke modernen; Latemstraat 20; www.oscardevos.be

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden