Column

De S'jes verdwenen, maar hun sporen zijn nog altijd zichtbaar

Marjolijn van HeemstraBeeld Maartje Geels

Vandaag werd de zoveelste brief bezorgd voor de familie S, de vorige bewoners van ons huis. Een paar jaar lang gooide ik hun post elke week in de brievenbus om de hoek met in zwarte stift 'verhuisd, retour afzender' op de envelop. 

Maar de brieven blijven komen. Jeugdzorg, de Belastingdienst, de gemeente, de politie, de kinderrechter, talloze incassobureaus; allemaal op zoek naar de S'jes.

Ik weet meer dan ik zou moeten weten, ik heb een aantal brieven opengemaakt. In eerste instantie omdat ik op zoek was naar telefoonnummers van de afzenders, zodat ik ze kon vertellen dat de familie hier vertrokken is. In tweede instantie opende ik ze uit nieuwsgierigheid, of misschien nog meer uit een misplaatst gevoel van lotsverbondenheid. Die dagvaarding bijvoorbeeld, waarin een van de zeven kinderen van mevrouw S wordt gesommeerd voor de rechtbank te verschijnen. Ik heb geprobeerd het nieuwe adres te achterhalen, maar in de buurt weet niemand waar de familie gebleven is.

Ze zijn uit huis geplaatst, naar een 'aso-dorp' zoals een buurman me wist te vertellen. Later kwam hij met nieuwe informatie. Zelfs in het 'aso-dorp' had mevrouw S het te bont gemaakt. Ze wonen volgens hem nu ergens op een industrieterrein waar ze minimale schade kunnen aanrichten.

Het verbaasde de buurman niks. Hij noemt de familie 'een stel terroristen'. Een moeder met zeven kinderen van verschillende vaders die afwisselend inwoonden. Voordat wij erin trokken, werd er in ons huis gedeald, geheeld en gevochten.

Een grote groep buren maakte zich vijf jaar geleden sterk voor het vertrek van de familie, met succes. De S'jes verdwenen, maar hun sporen zijn nog altijd zichtbaar. Onze voordeur die uit het lood staat omdat hij zo vaak werd ingetrapt, de gebarsten drempel, de losse tegels voor ons huis, de spijlen op het tuinhek van de onderbuurman waarmee hij hoopte te voorkomen dat de zeven kinderen van mevrouw S zijn tuin in klommen om te stelen en te treiteren.

En op het balkon bleef een persoonlijk bericht achter van een van die zeven. De naam van de zoon die nu voor de rechter moet verschijnen en die nog altijd op ons adres staat ingeschreven. Hij moet een jaar of elf zijn geweest toen hij op het balkon stond dat nu ons balkon is. Ik stel me voor dat hij een spijker in zijn hand had, of anders een klein mes, scherp genoeg om diep in de reling te krassen: 'D was hier'.

Marjolijn van Heemstra is theatermaker en schrijver. Lees hier meer van haar columns, die gebundeld zijn in 'Het groeit! Het leeft!' Reacties naar info@marjolijnvanheemstra.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden