De rust van de potentaat

Hafez al-Assad, de dictator van Syrië, is dood. Hij had een slechte gezondheid, maar steeds bleef de dood bij hem weg. Totdat zijn hart het begaf tijdens een telefoongesprek met de Libanese premier.

Bijna dertig jaar hield Assad zijn land in een ijzeren greep. De turbulente politiek die Syrië kenmerkte voordat Assad de macht greep, kwam door hem tot rust. Geen gewone rust, maar de rust van een potentaat die niet terugschrok voor moord op de eigen bevolking.

In 1981 brak er een opstand uit in de stad Hama. Het stadje werd door Assads getrouwen met de grond gelijkgemaakt en naar schatting dertigduizend van de inwoners werden vermoord. Noem Sabra en Sjatila en iedereen kan zich herinneren hoe duizend Palestijnse vluchtelingen werden afgeslacht door christelijke Libanezen terwijl de Israëli's -die er de werkelijke macht hadden op dat moment- de andere kant uit keken. Een misselijk makende moordpartij die voor Israël eeuwige schande betekent.

Maar noem Hama en slechts weinigen zullen weten wat zich daar afspeelde. De moordpartij bleef de Syrische dictator niet aankleven, want deze dertigduizend doden waren niet van buitenlands-politiek belang.

De moord op Basjir Gemayel wel. Jarenlang was Israël ervan overtuigd dat met Libanon als eerste een vredesverdrag zou worden afgesloten. De burgeroorlog die in 1975 in Libanon uitbrak, gooide roet in het eten. In 1982 trok Israël het land binnen, verdreef Arafat en tienduizend andere Palestijnse strijders en probeerde de Israël goedgunstig gezinde Basjir Gemayel tot regeringsleider aan te stellen. Zo moest een vredesverdrag worden afgedwongen.

Het plan mislukte. De christelijke Libanese leider sloot weliswaar een overeenkomst met Israël, maar werd vervolgens door Assads geheime dienst om zeep geholpen. In plaats van een definitief vredesverdrag kwam er een Israëlische bezetting van Zuid-Libanon, een Syrische bezetting van de rest van het land en een permanente uitputtingsoorlog tussen de fundamentalistische Hezbollah-strijders en Israel.

Israël heeft zich onlangs uit Zuid-Libanon teruggetrokken, maar Hezbollah heeft zijn strijd tegen Israel niet opgegeven. De erfenis van Assad: een onder zijn invloed sterk geworden Hezbollah, zal zich tot in lengte van jaren doen voelen.

En wat zal er gebeuren met de Golan-hoogte? Assad heeft dertig jaar geëist dat Israël elke centimeter die het veroverde in de Zesdaagse Oorlog van 1967 zou teruggeven. Vooral na 1990, toen Syrië de kant van de geallieerden koos in de oorlog tegen Saddam Hoessein, was er regelmatig sprake van dat Israël en Syrië op het punt stonden een vergelijk te treffen. De in 1995 vermoorde Israëlische premier Rabin zou bereid zijn geweest de Golan op te geven in ruil voor vrede. Niemand weet of dat waar is.

Ook de laatste tijd was er sprake van een op handen zijnde overeenkomst. Naar verluidt wilden de Syriërs wachten tot na de Amerikaanse verkiezingen in november van dit jaar. Israëls coalitieperikelen maakten vrede met Syrië op korte termijn onwaarschijnlijk. De dood van Assad eveneens.

Maar vredesverdrag of niet, Israël was gewend te leven met Assad. Het kende zijn meedogenloosheid, zijn compromisloosheid en, vreemde derde in dit rijtje eigenschappen, zijn betrouwbaarheid. Israël wist waar het aan toe was. De wereld wist het. En zijn bevolking eveneens. De geheime diensten hielden de bevolking onder de duim. Economisch raakte het land gestagneerd. Je zou denken dat Syrië zonder dictator Assad alleen maar beter af kan zijn. Maar de ellende in het Midden-Oosten is dat de bevolkingsgroepen elkaar naar de keel vliegen als er geen sterke man is. Zonder Assad, de moordenaar, ziet het Midden-Oosten er paradoxaal genoeg nog grimmiger uit dan het al was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden