De Russen wonnen de oorlog

M. van Rossem is historicus.

Er is alle reden de geallieerde landing in Normandië, zes juni precies vijftig jaar geleden, ruim te herdenken. De landing was de grootste en gevaarlijkste militaire onderneming van de Amerikanen en Engelsen tijdens de Tweede Wereldoorlog en tevens tot op de dag van vandaag de grootste amfibische operatie ooit uitgevoerd.

In de nacht van 5 op 6 juni 1944 stoomden rond de 6000 marine- en transportschepen op naar de Franse kust. Deze armada had luchtsteun van meer dan 12 000 vliegtuigen. Daartegenover konden de Duitsers in Frankijk slechts 425 jachtvliegtuigen stellen, zodat de geallieerden volledige superioriteit in de lucht hadden. De landing verliep vrijwel over de gehele linie voorspoedig. Alleen de Amerikanen hadden in een van hun landingsgebieden met moeilijkheden te kampen, waardoor zij 3000 doden en gewonden verloren.

Aan het eind van die eerste dag waren er 156 000 man aan land gezet, na een maand meer dan een miljoen. Tegen de avond van de zesde juni waren alle bruggehoofden zeker gesteld en vier dagen later waren de bruggehoofden verbonden. Eind juli forceerden Amerikaanse pantserdivisies een definitieve uitbraak uit het landingsgebied en begon de snelle opmars door Frankrijk, richting Duitsland. De oorspronkelijke verwachting was dat de Duitse grens pas in 1945 zou worden bereikt. Die verwachting bleek veel te conservatief. Elf maanden na de landing in Normandië capituleerde nazi-Duitsland.

Bij alle terechte euforie over deze unieke militaire operatie wordt een essentiële voorwaarde voor de succesvolle landing licht vergeten: driekwart van de Duitse Wehrmacht vocht aan het Oostfront tegen het Rode Leger. Hadden de Duitsers zich volledig kunnen concentreren op de verdediging van West-Europa dan zou de landing ongetwijfeld pas jaren later en onder ondenkbaar veel moeilijker omstandigheden zijn uitgevoerd.

Als het mediageweld van deze dagen de indruk zou doen ontstaan dat D-Day de belangrijkste, ja doorslaggevende militaire onderneming van de Tweede Wereldoorlog is geweest, dan zou dat niet alleen onjuist zijn, maar ook in hoge mate onrechtvaardig. In vergelijking met het titanengevecht aan het Oostfront tussen 1941 en 1945 was de strijd in West-Europa een peuleschil.

Het was het Rode Leger dat de oorlog in Europa in het voordeel van de geallieerden beslechtte. De beslissing aan het Oostfront viel bovendien een jaar voor de geallieerde landing in Frankrijk. Na de slag om Stalingrad (winter 1942-43) en de grote tankslag rond Koersk (juli 1943) was de offensieve kracht van de Wehrmacht gebroken en ging het Rode Leger in het offensief.

Ten tijde van D-Day had het Rode Leger het Russische grondgebied al grotendeels bevrijd en begon het aan de verovering van Oost-Europa. In de immense operaties aan het Oostfront leed het Rode Leger verbijsterende verliezen. Alleen al tijdens de slag om Stalingrad verloor het meer soldaten dan het Amerikaanse leger tijdens de gehele oorlog in Europa en de Stille Oceaan. Aan het Oostfront sneuvelden 9,5 miljoen Russische en 1,5 miljoen Duitse soldaten.

Gedurende de gehele oorlog sneuvelden 292 000 Amerikaanse en 271 000 Engelse soldaten. Deze cijfers tonen duidelijk aan dat de strijd aan het Oostfront van geheel andere orde was dan de gevechten in West-Europa. Het is zonder twijfel zo dat de snelle bevrijding van West-Europa in 1944 en 1945 door de Engelsen en Amerikanen niet mogelijk zou zijn geweest zonder de reusachtige inspanningen die het Rode Leger vier jaar lang leverde.

Merkwaardig genoeg waren dus de successen van het Rode Leger, die zouden leiden tot de ruim veertig jaar durende knechting van Oost-Europa een wezenlijke voorwaarde voor de bevrijding van West-Europa.

Naderhand is door communisten en andere sympathisanten van de Sovjet-Unie wel beweerd dat de Engelsen en Amerikanen nodeloos lang gewacht hebben met hun landing in West-Europa om zo het Rode Leger zoveel mogelijk van het vuile werk te laten opknappen. Deze verdachtmaking is onjuist. In 1942 en 1943 beschikten de Engelsen en Amerikanen simpelweg over te weinig materiaal en geoefende soldaten om met een goede kans op succes de Duitsers partij te geven in West-Europa.

Wel is het zo dat Churchill aanvankelijk niets voelde voor een grootschalige amfibische operatie in West-Europa. Hij voelde meer voor een reeks van kleinere operaties in het Middellandse Zeegebied. Deze ideeën leidden in 1942 en 1943 tot geallieerde landingen in Noord-Afrika en Italië.

Mogelijkerwijze speelde daarbij bij Churchill de overweging via de zogenaamde zachte onderbuik van Europa sneller in Centraal-Europa te arriveren teneinde daar het Rode Leger de pas af te snijden. Wat Churchill ook precies gewenst en gedacht moge hebben, de Amerikaanse legerleiding was het niet met hem eens. Vanaf de herfst van 1943 besloot zij alles te zetten op de invasie in Noord-Frankrijk.

Toen tien jaar geleden de veertigste verjaardag van D-Day werd herdacht deelde het Nos-journaal, bij monde van Harmen Siezen, de Nederlandse televisiekijkers mee dat D-Day de Tweede Wereldoorlog had beslist. Het zou het journaal sieren als het tijdens zijn uitzending van zes juni 1994 duidelijk zou maken wat precies de plaats is van D-Day in het grotere geheel van het verloop van de Tweede Wereldoorlog.

Een dergelijke realistische historische benadering hoeft niets af te doen aan het bijzondere karakter van de herdenkingsplechtigheden vijftig jaar na dato. In plaats van te zeuren over de eventuele aanwezigheid van de Duitse bondskanselier hadden de westelijke geallieerden van toen er misschien beter aan gedaan Boris Jeltsin uit te nodigen, als vertegenwoordiger van het land dat als geen ander de succesvolle landing in 1944 mogelijk heeft gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden