De ruïnes van het christendom

null Beeld George Harinck
Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

3 en 4 november
We schepen 's avonds in op de Zeus Palace uit Palermo. Zeus uit Tunis was juister geweest, want daar stond een tempel voor deze Griekse god, voordat de Romeinen er in 146 v. Chr. alles met de grond gelijk maakten. De boot zou om 01.00 uur moeten vertrekken, maar dat gebeurt pas anderhalf uur later. Dan liggen wij allang in bed.

Kuyper scheepte op 20 maart 1906 rond twee uur 's middags in op de Re Umberto en kwam de volgende ochtend in Tunis aan, wij arriveren om drie uur in de middag. Bij het binnenvaren zien we rechts de heuvel waar eens Carthago lag. De douane houdt ons lang bezig, zodat we pas om vijf uur bij hotel Africa in het oude Franse deel van de stad zijn. Aan deze Avenue de France stond ook Kuypers Grand Hotel de Paris, waarvan ik de volgende avond in visrestaurant Chez Slah nog een foto zie hangen. Het is te laat om nog straatbeelden te schieten.

We eten in het restaurant van het hotel, nadat we in de stad zijn weggegaan bij restaurant Andalous, waar de menukaart vlees beloofde doch er alleen vis was, de wijn niet kwam opdagen en het bier niet op het terras uit het flesje geschonken kon worden (hoe scherp zijn onze ogen voor de hypocrisie van anderen).

5 november
Ik werk aan mijn boek en wandel tussen de middag de avenues af van de in de eind negentiende eeuw rechtlijnig aangelegde Franse stad. Daar vind ik de Rue de Hollande, die Kuyper noemt in zijn boek.

De straat grenst aan de Franse ambassade, die met prikkeldraad omzoomd is en bewaakt wordt door soldaten en gecamoufleerde legervoertuigen. De ambassade van het land dat eens in Tunesië aan het roer stond, staat er zodoende eenzaam bij en lijkt nog slechts geduld te worden. Er tegenover staat de kathedraal, gebouwd onder kardinaal Lavigerie in de jaren '90 van de negentiende eeuw, volgens Kuyper in een poging met de komst van het Franse bestuur het christendom weer leven in te blazen. De kathedraal is vrij toegankelijk, staat op deur, maar de hekken voor het portaal zitten op slot.

Symbolisch? 's Avonds blijkt de kathedraal wel open en zijn er ook bezoekers. Ik zie een kopie van een oud mozaïek dat de doop van Augustinus uitbeeldt, die in Carthago doceerde, voor hij naar Italië ging waar hij zich bekeerde. Aan het eind van de Avenue staat een losse poort en daarachter begint de Medina, de Arabische stad met de smalle kronkelende en bemuurde straatjes die Kuyper beschrijft. Ik ga er even in en zie dat het qua sfeer en drukte sterk aan het oude centrum van Fez doet denken. De joden die Kuyper hier zag - er waren er tienduizenden - zijn er niet meer, op zo'n 1500 na.

Ze zijn hem zeker niet ontgaan. Hij schrijft dat 'die in Tunis voor een deel van een edel ras zijn en vooral in de vrouwelijke sekse schoon uitkomen.' De Jodinnen, althans die van hogere stand, zijn er nog veelal gesluierd, 'doch ze laten die sluier van een hoogopgaande kam zich over heel het hoofd uitspreiden, en zijn ijdel genoeg om onder het voorbijgaan die sluier zoveel te doen splijten, dat je haar fijne trekken en ivoren tint, waarbij het zwarte oog schitterend afsteekt, bewonderen kunt.'

De oosterling vertoonde zich niet en omsluierde en verborg zich. Dat is vandaag in Tunis in mindere mate het geval dan in Algerije of Marokko. De grote meerderheid van de vrouwen is westers gekleed en mannen in traditionele kleding zie je in de stad eigenlijk niet. Ze leven op straat, zitten op terrassen en het is van 's ochtends tot 's avonds in heel het Franse en Arabische centrum druk op straat.

6 november
In de brasserie naast het hotel interviewen we de Tunesische schrijver Sami Brahem, die in een opiniestuk in The Guardian heeft geklaagd dat Frankrijk zich ook een halve eeuw na Tunesië's onafhankelijkheid nog steeds koloniaal gedraagt jegens zijn land. Kuyper maakte zijn reis op het hoogtepunt van het Europese kolonialisme en hij zag in Egypte en Tunesië de voorbeelden van effectief koloniaal bestuur. In Algerije zag hij hoe het Franse streven om land en volk te assimileren, in te lijven in Frankrijk, op sterke tegenstand stuitte - denk aan Abd del Kader.

In 1881 koos Frankrijk in Tunesië de tegenovergestelde weg: de kolonisator bemoeide zich zo min mogelijk met het volk en liet de structuren ongemoeid.Toch is de elite van het sinds 1956 onafhankelijke Tunesië niet anti-Frans. Ze heeft geen afscheid van Parijs genomen om op Tunesische wijze voort te gaan. De schrijver maakt onderscheid tussen het culturele Frankrijk en het koloniale. De Tunesiërs houden van Piaf, Brassens, Jacques Brel, maar alleen niet van de politieke overheersing.

Ik vraag naar de houding jegens koloniaal Frankrijk, het waarom van het Tunesische succes na de Arabische lente, de rol van de islam, en de rol van de elite: blijven er niet te veel mensen vervreemd van de politiek verbeteringen en is dat niet de reden dat jongeren naar Europa proberen te vluchten, of hun heil zoeken in de radiale islam? De salafisten distantiëren zich immers van de compromissen die de gematigde Ennahda-partij sluit met de seculieren.

De schrijver ziet het vertrek van Tunesische jongeren richting ISIS niet als een probleem voor Tunesië, maar als een gunstig teken dat dit land democratisch is en hen daarom niet meer bevalt. Hij antwoordt in het Arabisch, maar dat wordt door de fixer niet heel goed vertaald, zodat het interview een beetje op de gok verloopt. Daarna rijden we naar wat voor Kuyper het hoogtepunt van zijn bezoek aan Tunesië was: Carthago, ofwel: de nieuwe stad.

Het is een bijzonder gevoel te lopen tussen de brokstukken van wat eens een bloeiend cultureel en geestelijk centrum van het Middellandse Zeebekken was. Afgelopen zondag hoorden we in Palermo het credo van Nicea voorlezen in de rooms-katholieke mis, zoals dat over de hele wereld elke zondag in vele kerken gebeurt: Jezus Christus is een eigen persoon, maar 'één in wezen' met God de Vader.

De katholiek opgevoede leden van de crew konden de formulering zo uit hun hoofd opzeggen. Die formulering is te danken aan een man die hier werd geboren en hier zich heeft bekeerd tot het christendom: Tertullianus. Maar voor Kuyper was dit mede reden om aandacht te besteden aan de tweede bloei van Carthago na de verwoesting in 146 voor Christus door de Romeinen.

Het herstel dat daarna in de Romeinse tijd plaatsvond luidde de bloei in van de christelijke periode van Carthago die eindigde met het wegvagen van het christendom aan Afrika's noordkust door de islam in de zevende eeuw - wat Kuyper betreft het 'raadsel' van de islam. Hoe was het mogelijk dat de islam juist in gekerstende gebieden in zeer korte tijd de overhand kreeg? Waarom hield het jodendom stand maar lukte het de moslims het christendom met wortel en tak uit te roeien?

We lopen tussen de puinhopen van vooral de eerste bloeiperiode van Carthago door, maar het zijn toch ook de ruïnes van het christendom alhier.

7 november
Ik zag op de hele reis nog niet zoveel vlak land als hier in Tunesië, op weg naar Kairouan, het Mekka van de oostelijke Mahgreb.

Daar interview ik in de ochtend de imam van de Grande Mosquée, een prachtig gebouw rond een ritmisch omzuilde grote binnenplaats. Het gebouw stamt uit de zevende eeuw en is de oudste moskee in Noord-Afrika, en dus symbool van de vestiging van de islam alhier. Het gesprek in de zuilengang gaat over radicale moslims die van hier naar het Midden-Oosten vertrekken om zich bij de legers van IS te voegen.

Met 3000 man is Tunesië een grote leverancier van buitenlandse soldaten aan dit leger. De imam zegt dat dit probleem hier niet of nauwelijks voorkomt, hij noemt eenmaal dat hij een ouderpaar kent dat treurt om het vertrek van hun zoon, maar dat het wel een ernstige probleem is. De islam van deze moskee en deze stad is gematigd soennitisch, en wat IS voor de islam verslijt is niets dan geweldoefening. Dat is volgens de imam ook de reden waarom jonge mannen zich er toe aangetrokken voelen: geweld, cowboy-gedrag.

Hij wijst het beslist af - de jihad is een geestelijke, geen militaire zaak - en zegt dat ook de Tunesische Salafisten dat doen, iedereen dus. Het is buitenlandse propaganda. Hij probeert met zijn mede-imams te reageren op dit gevaar door onderwijs en waarschuwing. Maar zou behalve godsdienstonderwijs ook niet vanuit de moskee gepleit moeten worden voor sociaaleconomische vooruitzichten, zodat jongeren hoop voor de toekomst houden?

Zeker, hij steunt dan ook de huidige politieke koers, die bij de recente verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging een (minderheids)overwinning voor de seculieren heeft opgeleverd, maar die op het raamwerk berust van de begin 2014 aanvaarde nieuwe grondwet - gebaseerd op een compromis van religieuzen en seculieren.

De imam is uitgesproken over het radicalisme, maar ook over onze aanwezigheid in de moskee: we mogen uiteindelijk niet binnen filmen, hoewel we er in eerste instantie op onze kousenvoeten even hadden mogen rondlopen. Tegenwoordig erkent men het bestaan van andere religies, zoals de imam formuleerde. Maar de moskee is niet toegankelijk voor kaffirs.

Ook Kuyper wist dit: 'Op het heilig erf wordt wie geen mohammedaan is, liefst niet geduld, en alleen bij zeer expresse-aanbeveling laten ze u in hun heiligdom toe.' Hoewel Kairouan dus een pelgrimsoord is, zien we er weinig. We zijn vrijwel alleen in het grote complex en het vrijdaggebed lijkt alleen door lokale moslims te worden bijgewoond.

Kuyper heeft Kairouan wel beschreven, maar niet bezocht, zoals hij ook van zijn voorgenomen bezoek aan Sfax en Bizerte moest afzien. In Tunis kreeg hij bericht dat oudste dochter Henriette uit de VS op weg naar huis was voor een buikoperatie. Zijn vaderlijke gevoelens namen de overhand en na zeven maanden brak hij hier voor even zijn reis af, om op 24 maart 1906 op de boot naar Marseille te stappen, om thuis zijn dochter bij te staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden