De ruïne van Brederode

Wat ik het liefste zou vergeten.

I.

Waarom zou ik schrijven over datgene wat ik het liefste wil vergeten? Ik wil het immers vergeten? Waarom zet ik zwart op wit datgene wat in mijn hersens staat gegrift? Geef ik dan weer toe aan die herinnering? Krijgt die herinnering dan weer een plaats in mijn alledaagsheid, een plaats die ik haar misgun? Ik strijd dag in dag uit om buiten haar om en langs haar heen te leven. Dat lukt meestal aardig, totdat een speldenprik, een geur, een windvlaag of een kleur me teruggooit in een doolhof. Gezichten van mensen, uitdrukkingen, plaatsnamen, de stations en de treinen; het zijn allemaal valkuilen naar het moeras.

II.

Toen eenmaal gebeurd was wat ik nu wil vergeten dacht ik slim te zijn. Ik dacht: alles wat ik er nu nog van weet schrijf ik op. Dat deed ik. Het manuscript stuurde ik naar een uitgever, die het beleefd maar resoluut retourneerde. Ik bewaarde het verhaal nog een tijd en gooide het toen weg.

III.

Mij was iets overkomen waar mensen niet aan herinnerd wilden worden. Ze weigerden mij te zien als degene die dat ene was overkomen. Ze wilden met mij te maken hebben in het heden, niet met degene uit het verleden. Maar in hoeverre bepaalde die ene episode, die ik zo graag wilde vergeten, mijn heden? Hoe kon ik mezelf zien en met mezelf leven alsof er indertijd niets gebeurd was? Dat kon ik niet. Ik vond die episode van doorslaggevend belang. Ik dacht dat ik iemand anders was geworden. Iedereen moest dat weten en daar rekening mee houden. Zodra ik merkte dat mensen dat niet wilden, haakte ik af.

IV.

Ik had maar te zwijgen over iets dat ikzelf ervoer als een waterscheiding, een kentering, een vormende ervaring, om het positief te zeggen. Het duurde twintig jaar voordat ik tot die slotsom kwam. Slotsom? Het was meer een tussenoplossing, een status quo. Na twintig jaar kon ik vanuit die status quo concluderen dat de episode een deel van mij was, naast andere delen.

VI.

Ik had er genoeg aan gedaan. Ik had erover geschreven, getekend en geschilderd, gesproken en gehuild. Het verlies van het manuscript betreurde ik maar ten dele, omdat de herinnering onverwoestbaar bleek. De herinnering aan het feit dat ik zo in de war was geraakt, dat ik opgenomen moest worden. Opgenomen in een ziekenhuis vlakbij Haarlem speciaal voor mensen die in de war waren. Het bleek geen herinnering. Het bleek een diavoorstelling met alle kleuren en lijnen intact.

V.

Ik ging met de trein terug naar Haarlem en terug naar Santpoort Zuid. Vanaf het station wandelde ik over het Bospad naar de Laan van Brederode. Ik wandelde door de toegangspoort het ziekenhuisterrein op. Daar stond het oude hoofdgebouw met rechts de adolescentenkliniek waar ik opgenomen was geweest. Ik zag ‘’Musis sacrum’’ weer, het evenementengebouw. Bij ‘’Meerenberg’’ zag ik weer de ganzen die ik destijds had gefotografeerd. Ik liep naar de sportvelden waar ik had gevoetbald, tegen de achtergrond van de duinen. Om mezelf te belonen bezocht ik de Ruïne van Brederode.

De herinnering bleef ongeschonden, bestendig tegen de tijd, maar toch enigszins ontdaan van de pijn.

‘’Vietnam, Vietnam, Vietnam. We’ve all been there.’’ (Michael Herr).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden