De roos: even gewoon als schitterend Beeld Jorgen Caris

Klein verslag

De roos is even gewoon als schitterend, zoals het gewone schitterend kan zijn

Goed, dit mag dan een ‘klein’ verslag zijn, zo diep op de achterpagina van een niet al te grote krant dat de grote zware nieuwsberichten klinken als een verre donder voorbij de einder, maar dat wil niet zeggen dat hier niks wezenlijks aan de orde komt.

Neem de roos. Even gewoon als schitterend, zoals het gewone schitterend kan zijn, omdat het zich over zovelen gelijkelijk verdeelt.

Natuurlijk slokt doorgaans het ongewone de krantenaandacht op, zoals een zwart gat, en staart men bevroren in brexit-afgronden of ravijnen van ­modernisme-kritiek, uitgehouwen door een schrijver met dun haar en een somber-ironische visie en verklaard door een politicus met bravoure, ­strevend naar het ideaal van de homo universalis.

Niet dat op deze achterpagina pais en vree heerst of alleen maar harmonie; ook het gewone en het nabije kan verdeeldheid zaaien.

De roos dus. Allemansbloem.

De onze was in het vroege voorjaar door de tuinvrouw op een zonnige plaats aangeplant in onze nieuwe tuin (dat wil zeggen dat de tuin voor ons nieuw was; de tuin zelf is er al een tijdje) en daarna liefdevol verzorgd en ­bewaterd.

Om voor de rozen nog meer groeiruimte te scheppen snoeide ze een deel van de blauwe regen weg die – naar ons werd verteld – al jaren niet wil bloeien en alleen maar groen blad voortbrengt. De rozen groeiden en begonnen knoppen te vormen, maar toen ik laatst keek zag ik dat die ineens overdekt waren met witte luizen.

Wat is dat toch met de natuur? Altijd ligt er iets op de loer om de schoonheid te verwoesten.

Brandnetelgier

Ik besloot de luizenkwestie voor te leggen aan het brede publiek van gewone mensen, dat zich onder het symbool van een blauw vogeltje virtueel verzamelt om er luid te kwetteren.

Dus wat te doen aan die luizen?

Er waren er die zeiden: niks. Gaan vanzelf weg. Of: een regenbui doet wonderen. (Dat laatste, die regenbui, begint een zeldzaamheid te worden.)

Er waren er veel die zeiden: zeepsop, alleen bleek de samenstelling ervan ­variabel. Zeepsop van afwasmiddel, zeepsop van afwasmiddel met een ­halve theelepel olijfolie, zeepsop van groene zeep, zeepsop van groene zeep met spiritus – of juist niet met spiritus (‘als je nog een levende plant wilt’).

Iemand suggereerde een heel ander mengsel. ‘Brandnetels een nacht in ­water weken, en dat de volgende dag op de rozen (alleen het water)’. Waarop weer een ander corrigeerde: ‘Om brandnetelgier te maken, moet je ze wel wat langer in water zetten, een week of zo.’

Ik was dankbaar voor het woord brandnetelgier.

Weer anderen adviseerden het werk over te laten aan de natuur: ‘Mussen doen hier het werk. Lavendel erbij planten.’ ‘Lieveheersbeestjes.’ ‘Afrikaantjes rondom de struiken planten.’ ‘Koolmeesjes hun gang laten gaan.’

En in dit spectrum van meningen over de gewone roos en zijn luis mogen ook de radicale oplossingen niet ontbreken.

‘Andere plant neerzetten.’

‘Hogedrukspuit erop.’

‘Aflikken, veel eiwitten!’

‘Bus deodorant en aansteker.’

Ziet U, ook op de achterpagina komt het hele antropoceen voorbij. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden