de Roodkeelnachtegaal: Thuis in Azië, beland in een vinexwijk

JELLE REUMER

Binnen de diersoort Homo sapiens die, zoals we onlangs konden lezen na de ontdekking van een 10.000 jaar oud Keniaans massagraf met daarin de overblijfselen van een kleine genocide, nogal gewelddadig is, bestaan godzijdank exemplaren die zich toeleggen op de meest onschuldige liefhebberij die je je kunt voorstellen: vogeltjes kijken.

Bird watching; het is een leuke bezigheid. Pencollega Koos Dijksterhuis getuigt in de krant regelmatig van deze gedragsvorm. Zo is hij onlangs wezen kijken in een non-descripte woonwijk in Hoogwoud om een werkelijk verbluffend mooi vogeltje te zien, een vertegenwoordiger van de grote groep van de kbv-tjes, de Kleine Bruine Vogeltjes. Het Hoogwoudse diertje onderscheidt zich van veel andere kbv-tjes door het bezit van een beetje kleur. Niet overdreven veel, nee: een bescheiden gedoseerd rood vlekje, maar dan wel meteen goed, zoals ook impressionistische schilderijen hier en daar een spetterende veeg rood of blauw kunnen hebben om het geheel sprankeling te verschaffen.

Het gaat hier om een roodkeelnachtegaal die volledig verdwaald is. Een dwaalgast heet dat in vogelaarstermen, maar in dit geval zou de term verdwaalgast ook niet misstaan. De roodkeelnachtegaal hoort thuis in Azië, waar hij 's zomers op de Siberische taiga zit en de winter in het tropische zuidoosten doorbrengt.

Hoogwoud is geen gebruikelijke overwinteringsplek en het is een raadsel hoe hij zo heeft kunnen verdwalen. Het vogeltje veroorzaakte een ongehoorde hausse naar het achtertuintje waar hij nu al meer dan een week bivakkeert. Honderden vogelaars stonden met lenzen zo groot als een kanon netjes in de rij. Er was een koek-en-zopie en de eigenaresse van de woning vroeg vijf euro entree, genoeg om de schade aan meubilair en vloerbedekking te compenseren. Op de radio hoorde ik haar met enige verbazing constateren dat al die twitchers buitengewoon vriendelijke mensen zijn.

In het Engels heet de vogel Siberian Rubythroat, siberisch robijnkeeltje, wat in zekere zin beter is, want hij is eigenlijk geen nachtegaal. De wetenschappelijke naam, Calliope calliope, verwijst naar Kalliope, dochter van Zeus, moeder van Orpheus en de muze van het lied en de filosofie.

Het lijkt raar dat (ver)dwaalgasten een voorkeur vertonen voor de urbane habitat. Vorig jaar zat een vanuit Noord-Amerika aangevlogen grijze junco in een nieuwbouwwijkje bij Groningen, enkele jaren geleden liet een dwerggors uit Siberië zich uitgebreid fotograferen onder een noodgebouw van het Rotterdamse ErasmusMC, en nu dit dwaalpietje in Hoogwoud. Waarom gaat zo'n vogeltje niet lekker in een stille duinpan bij Wassenaar zitten of in een Drents loofbos? Waarom in een vinextuin met katten en tegels?

Het zou een waarnemingsartefact kunnen zijn: in de stedelijke omgeving is de kans gezien te worden vele malen groter dan diep verstopt in een zelden betreden bos. Daar zullen de vogeltjes vast ook wel zitten, maar niemand die het opmerkt. Het doet denken aan de filosofische vraag of dingen wel echt bestaan wanneer ze niet worden waargenomen. Zonder de observerende mensheid zou er geen heelal zijn en zonder de twitchers was er nooit een roodkeelnachtegaal in ons land geweest. Zo is de naar de filosofie verwijzende naam Calliope voor deze dwaalgast zeer toepasselijk.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden