De roman zal overleven

De literatuur heeft eeuwen van brandschattingen en andere massale vernielingen overleefd. Dat stemt tot optimisme.

Oek de Jong (1952) is schrijver. Deze tekst is een bewerkt fragment uit zijn boek 'Wat alleen de roman kan zeggen', dat volgende week in de winkel ligt.

Uitg. Atlas Contact, euro12,50

Steeds dezelfde klachten komen naar voren in het onbehagen dat vooral in Amerika en Europa bestaat over de cultuur. Iedereen kan ze zo langzamerhand wel dromen: het platte materialisme dat door de consumptiemaatschappij wordt aangewakkerd, verval van waarden, ontbreken van historisch besef, dalend niveau van lezen en schrijven onder kinderen, afnemend concentratievermogen onder jongeren, een amusementsindustrie die de samenleving infecteert met een permanente behoefte aan vermaak, een steeds grotere macht via televisie en internet voor de cultureel ongeïnteresseerden, ontworteling, verlies van identiteit, toenemende gewelddadigheid en criminaliteit.

Het zijn allemaal verschijnselen die het 'verval van de westerse beschaving' begeleiden, een verval dat we volgens de Britse filosoof John Gray misschien wel tijdelijk kunnen afremmen maar nooit zullen kunnen tegenhouden, eenvoudigweg omdat het tot de natuurlijke ontwikkelingsgang van een beschaving hoort. Tegelijkertijd worden vele culturati zo langzamerhand 'doodziek van het cultuurpessimisme'. Mag het ergens anders over gaan?

Het debat, hoe reëel en belangrijk het ook is, heeft ook iets schimmigs en oeverloos. Elke generatie heeft de neiging om te spreken over 'verval' en 'teloorgang' als de ideeën waarmee zij is opgevoed door een jonge generatie worden losgelaten. Misschien moeten we de culturele transformatie van dit moment toch vooral aanduiden met het neutrale woord 'verandering', misschien moeten we toegeven dat wij, gewoontedieren, altijd weer in verwarring worden gebracht door veranderingen, dat we een technologische revolutie niet aankunnen zonder apocalyptische visioenen en misschien moeten we zelfs ook bekennen dat we - het begon al bij de stoomtrein - altijd weer te diep onder de indruk zijn van nieuwe technologie.

Ondanks deze forse kanttekening kan ik aan een paar pessimistische constateringen over de positie van de roman toch niet ontkomen. De verschijning van 'The Old Man and the Sea' was, als we Jonathan Franzen mogen geloven, in Amerika een 'nationale gebeurtenis'. Geen enkele romanschrijver zou heden ten dage nog de autoriteit kunnen bezitten die een schrijver als Hemingway destijds voor een groot publiek had. Een schrijver kan een 'ster' worden, maar hij is dan een van de vele sterren die in de media figureren. De culturele hiërarchie waardoor autoriteit en moreel gezag van een schrijver destijds werden ondersteund bestaat niet meer.

In Nederland behoorden Reve en Hermans tot de laatste generatie schrijvers die, in de jaren zestig en zeventig, ook een moreel gezag hadden. De literaire cultuur heeft ontegenzeggelijk aan belang ingeboet. Al jaren gaat de ene na de andere boekhandel over de kop, kranten besteden minder en minder kolommen aan literatuur, mensen nemen steeds minder tijd om romans te lezen.

Aan de universiteiten neemt het belang dat aan de geesteswetenschappen wordt gehecht gestaag af. Veel achttienjarigen die naar de universiteit gaan, zijn niet in staat een tekst van enige lengte te schrijven en hebben zelfs moeite met correct spellen. De roman zelf ten slotte is in onze spektakelmaatschappij niet meer dan een van de vele vormen van vermaak en informatie.

Ondertussen bestaat er in Nederland een romancultuur met een omvang zoals die er nooit eerder is geweest, en is er voor steeds meer romanschrijvers een internationale markt aan het ontstaan. Op het omslag van een recent nummer van Le Magazine Littéraire (Frankrijks grootste literaire tijdschrift, dat in de kiosk wordt verkocht) worden 'Dix grandes voix de la littérature étrangère' aangekondigd, tien grote stemmen van de buitenlandse literatuur. We zien de foto's en namen van de Engelse Zadie Smith, de Amerikaan Richard Powers, de Portugese Lídia Jorge, de Chinese Nobelprijswinnaar Mo Yan, de Canadese Alice Munro, de Turk Orhan Pamuk,de Amerikaanse Laura Kasischke, de Spanjaard Enrique Vila-Matas, de Amerikaan John Irving en de IJslander Arnaldur Indridason. Een treffender beeld van de mondiale markt voor de roman - waarop Amerikaanse schrijvers domineren - is niet mogelijk.

Als het gaat om de toekomst van de roman valt één ding met zekerheid te voorspellen: er zal vooralsnog steeds meer vertaald worden, romanschrijvers zullen steeds vaker wereldwijd gelezen worden. Er zullen nieuwe markten ontstaan. China zal een grote markt worden voor westerse schrijvers, hun uitgevers en agenten.

Welke schrijvers zullen het meest vertaald worden? Het antwoord ligt voor de hand: de vertellers, want voor hun werk bestaat het grootste publiek. Voor naar inhoud en vorm afwijkende romans zal onder uitgevers minder belangstelling zijn. Jonge en ambitieuze schrijvers zullen zich richten op het vertellen, liefst in spannende vormen. Het 'nieuwe' zullen ze zoeken in het onderwerp, niet in een nieuwe visie en een afwijkende vorm. Een nieuwe Proust of Joyce (met hun vrijwel plotloze romans) hoeven we in het huidige commerciële klimaat rond de roman niet te verwachten.

Als het een wetmatigheid is dat vernieuwing van de roman uit een backwater van de romanliteratuur kan komen - de gesignaleerde plotselinge bloei van de Russische roman in de tweede helft van de negentiende eeuw, terwijl er nauwelijks een voedingsbodem voor was, en de bloei van de Zuid-Amerikaanse literatuur in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw op een continent dat tot dan toe nauwelijks belangrijke romanschrijvers had voortgebracht - zouden er vernieuwende impulsen uit China kunnen komen. Maar de Chinezen zijn momenteel helaas vooral geneigd om alles wat uit het Westen komt na te maken.

In Le Magazine Littéraire vertelt Mo Yan dat hij 'Madame Bovary' leest en herleest. Het zal wel een Chinese beleefdheid zijn aan het adres van het Franse publiek, maar erg opwindend klinkt het niet.

W.F. Hermans zei ooit: "Alle grote literatuur is provinciale literatuur. Wat is wereldliteratuur? Dat is literatuur uit provincies waar de hele wereld belangstelling voor heeft." Ik denk aan de wereldwijd gelezen romans van William Faulkner, wiens personages zelden verder komen dan Jefferson, Mississippi, of aan die van Márquez, waarin de personages meestal weinig meer van de wereld hebben gezien dan het slaperige Macondo. Het werk van Jane Austen, Dostojevski, Kafka, Babel, Carver en vele anderen - het speelt zich af in de een of andere 'provincie' waarvoor de hele wereld vroeg of laat belangstelling heeft gekregen. Alle auteurs die ik nu noem schreven vóór de mondialisering en Hermans noteerde zijn observatie enige decennia geleden.

In zijn The Art of Fiction-interview in The Paris Review (2010, nr. 207) sluit Jonathan Franzen, schrijver in het internettijdperk, zich aan bij de mening van Hermans. Hij zegt: "True cosmopolitanism is incompatible with the novel, because novelists need particularity." Met 'particularity' bedoelt Franzen bijvoorbeeld de schrijver die schrijft over een stad die hij door en door kent: Joyce over Dublin, Salinger over New York, Pamuk over Istanbul. Of de 'particularity' van Tolstoj, die schreef over een specifieke klasse in Rusland, de aristocratie en grootgrondbezitters, die hij kende en kon aanvoelen als geen ander omdat hij zelf tot die klasse behoorde. De 'particularity' van Franzen zelf, die over Amerikaanse personages en de Amerikaanse cultuur kan schrijven zoals een Nederlandse schrijver dat nooit zou kunnen. De toekomst is, ook in de romankunst, aan een combinatie van het lokale en mondiale.

De authenticiteit van een schrijver ontstaat mede doordat hij schrijft over mensen, zaken en plaatsen waarmee hij vertrouwd is. Hoe kan een schrijver ons ooit iets nieuws laten zien als hij schrijft over mensen die hij niet werkelijk kent en plaatsen waarmee hij niet werkelijk vertrouwd is? Zijn personages zullen imitaties zijn, zijn locaties filmdecors. In Frankrijk is het onder schrijvers mode om een roman te schrijven die 'in Amerika speelt'. Le Monde meldt het ons (16 augustus 2013). Je verblijft een tijd in Amerika, je documenteert je en schrijft een roman die 'in Amerika speelt'. Een filmregisseur kan het doen en doet het ook zo: een paar weken zijn locaties verkennen en dan de camera's laten neerzetten om te draaien. Maar de camera registreert alleen het oppervlak. De romanschrijver duikt juist onder de oppervlakte, hij zoekt, zoals Franzen in het al geciteerde interview zegt, the hot stuff underneath. Hemingway raadde het zijn vele leerlingen al aan: schrijf over de dingen die je werkelijk kent. Whatever success I ever had has been through writing what I know about.

Philip Roth is ervan overtuigd dat niet de roman maar de lezer zal uitsterven, als gevolg van alles wat er op het scherm van televisie en computer te zien zal zijn, als gevolg ook van het afkalven van de humanistische cultuur. Ik moet bekennen dat ik minder pessimistisch ben dan Roth en wel omdat ik in Europa woon en niet in Amerika. De Europese beschaving is zeer veel ouder dan de Amerikaanse en beschaving is hier dan ook zeer veel dieper verankerd in de samenleving. De Amerikaanse cultuur is bovendien veel meer dan de Europese een televisiecultuur.

Maar er zullen in Europa minder lezers zijn, dat is ook mijn perspectief. Literatuur zal zich teweer moeten stellen tegen, aldus Don DeLillo, 'een cultuur waarin alles tegen de roman werkt'. Maar de literatuur heeft altijd weten te overleven, schrijvers en lezers hebben altijd tot een minderheid behoord. In mijn omgeving (en dat is niet een omgeving van schrijvers en intellectuelen) zie ik nog steeds kinderen aan het lezen verslingerd raken, nadat ze, zoals elk kind tegenwoordig, veel eerder al zijn begonnen met het kijken naar films.

Zodra het kwartje is gevallen, lezen ze zoals kinderen altijd hebben gelezen: het ene boek na het andere. Ze voelen dat lezen iets totaal anders is dan films kijken, ze vergelijken het ook niet met elkaar, ze doen het allebei: films kijken en boeken lezen. Het lezende kind is een type. Het is eerder introvert dan extravert, het is gevoelig, begiftigd met de nodige verbeeldingskracht, geneigd de buitenwereld te observeren, geneigd zich van tijd tot tijd terug te trekken, in een boek bijvoorbeeld, en niet zelden is het een in bepaalde opzichten afwijkend kind. Het lijkt op het jongetje Titus zoals hij door zijn vader Rembrandt werd geschilderd, dromend achter een lessenaar.

Ik kan me niet voorstellen dat dit type kind in de loop van deze eeuw zal uitsterven.

De roman is van oudsher een hybride genre dat zich aanpast aan veranderingen in de cultuur. Toen in de achttiende eeuw de epistolaire cultuur ontstond en men graag uitvoerige correspondenties onderhield, nam de roman de zo geliefde briefwisseling moeiteloos in zich op: er verschenen talloze romans in brieven en een aantal van de grootste romans van die eeuw zijn briefromans. Toen in het begin van de negentiende eeuw kranten zo goedkoop werden (dankzij de introductie van de betaalde advertentie) dat de uitgevers een groot publiek konden bedienen, zochten ze schrijvers die de vervolgverhalen leverden waarmee lezers aan een krant werden gebonden. Romanschrijvers hebben die kans met beide handen aangegrepen. Veel negentiende-eeuwse romans zijn als feuilleton ontstaan.

In de twintigste eeuw heeft de roman de montagetechniek van de film in zijn repertoire van vormen opgenomen, zoals het in 1929 verschenen en nog altijd schitterende 'Manhattan Transfer' van John Dos Passos, een portret van het onstuimig groeiende New York rond de Eerste Wereldoorlog, opgebouwd uit flitsende scènes, vele verhaallijnen en vele personages.

In de warreling van beelden, het tempo en de montage van 'Manhattan Transfer' herken je de film. Arnon Grunbergs roman 'Huid en haar' (2010) is met zijn opeenvolging van korte hoofdstukjes zichtbaar geïnspireerd op de soap.

De roman overleeft dus onder andere door nieuwe technieken en concepten in zich op te nemen. Het ligt voor de hand dat de mogelijkheden die internet biedt van invloed zullen zijn op de roman, temeer als die roman op een scherm wordt gelezen. Uiteindelijk gaat het niet om het overleven van de roman, maar om het voortbestaan van de literatuur. De essentie is niet de vorm waarin een schrijver zich uitdrukt, de essentie is de literatuur.

Wanneer ik door het onbehagen word bezocht, wanneer ik het gevoel krijg dat ik als romanschrijver behoor tot een uitstervende soort en vrees dat er over een halve eeuw waarschijnlijk niemand meer is die nog begrijpt waarom je een roman zou lezen - dan denk ik altijd aan Chinese dichters van lang geleden. Ze schreven hun gedichten op rijstpapier, en die gedichten moesten worden overgeschreven of door iemand uit het hoofd worden geleerd om voort te bestaan. Een gedicht was een kostbaarheid. Het overschrijven van een filosofisch werk kostte een jaar.

Dan zie ik steden branden, paleizen in vlammen opgaan, opgerolde manuscripten en schilderingen in de fik gaan, paardenhoeven die eeuwenoude tapijten en aardewerk vertrappen. Ik zie elders op de aardbol de bibliotheek van Alexandrië, de grootste van de Oudheid, branden, en ik besef dat we het complete werk van Sappho en vele andere dichters en schrijvers gehad zouden hebben als die brand er niet was geweest. Ik zie Noormannen de kloosters binnendringen, lange tijd de enige plaats waar boeken werden overgeschreven en bewaard, en ook daar de boel in de fik steken en vernielen.

Maar dan besef ik: ondanks geweld en vernietiging, ondanks alle onwetendheid en ongeletterdheid, overleeft steeds de literatuur, nu al tientallen eeuwen, en dat is alleen mogelijk omdat er altijd mensen zijn geweest die de cultuur van de taal en de contemplatie zijn toegedaan, die elkaar herkennen door het geschrevene, een lange keten van mensen die één ding gemeen hebben: uit het dagelijks leven willen stappen en een ruimere wereld willen betreden door de betovering van de taal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden