De rol van de columnist

Wat is de rol van de columnist? In 'The Penguin Book of Columnists' (1997), geredigeerd door Christopher Silvester, treft men honderden verschillende soorten van columns en columnisten aan. Sommigen presenteren persoonlijke filosofietjes, anderen leveren kritisch commentaar op wat in de krant staat. Ik doe het beide.

Zo volg ik sinds 1994 alles wat in de krant staat over het openbaar ministerie. Men vraagt mij wel eens: “Wat heb jij toch tegen dat OM?” Mijn antwoord is steeds: “Ik heb niets tegen het OM. Ik zie het alleen als mijn taak en zo langzamerhand ook mijn specialisme, het OM kritisch te volgen. Het is een van de machtigste overheidsinstanties. Het beslist over de vraag of de strafwet wel of niet zal worden ingezet tegen burgers (Leen van Dijke, Gerry van der List). In deze organisatie dienen integere mensen te werken (zonder bijbaantjes). De organisatie dient ook volledig onder democratische controle te staan (onder de ministeriële verantwoordelijkheid dus). En elk streven tot het verwerven van een status aparte van deze instelling dient hard, maar rechtvaardig te worden afgestraft.”

Een uitvloeisel van de gedachte dat het OM een gewone overheidsdienst is onder controle van minister en volksvertegenwoordiging, is dat de leden van het OM zich niet in het openbaar mogen profileren met beleidsuitspraken. Daartoe is slechts één persoon geroepen: de minister van justitie. Waarom? Omdat alleen de minister van justitie door de Kamer (en dus door ons, burgers) tot de orde kan worden geroepen. Wanneer een officier of een procureur niet kan leven met de wetten die zijn vastgesteld of het beleid dat democratisch is afgesproken, dan dient hij ontslag te nemen.

Nu stelt de heer Ficq, waarnemend voorzitter van het college van procureurs-generaal, zich terughoudend op met het doen van beleidsuitspraken. Dat is verstandig. Maar dat hij het op dit punt nog opneemt voor de aangeschoten procureur-generaal D. Steenhuis geeft werkelijk te denken (Trouw, Podium, 30 september).

In plaats van ruiterlijk te erkennen dat ik met bovengenoemd standpunt de zuivere staatsrechtelijke beginselen in ere herstel, schrijft Ficq dat ik aan Steenhuis opvattingen toeschrijf die hij niet huldigt. Ieder die de krant leest kan echter constateren dat deze aantijging onterecht is. Ik beperk mij tot één voorbeeld van Steenhuis' omstreden uitspraken: zijn opvatting dat de maximumsnelheidsgrens zou mogen worden verhoogd. De Telegraaf schreef: 'Steenhuis weer in opspraak. PG op het matje na uitspraken over verhogen van maximumsnelheid'. Reformatorisch Dagblad: 'Steenhuis pleit voor vrijer snelheidsbeleid'. NRC Handelsblad: 'Steenhuis slaat borrelpraat uit over maximumsnelheid', 'Steenhuis op matje geroepen'.

De heer Ficq schrijft over mij: “Hij dicht Steenhuis toe dat deze met borrelpraat poogt zijn gezag te herstellen.” De term 'borrelpraat' komt in mijn columns niet voor. Wel in de krantenberichten, zoals we kunnen zien. Als dat allemaal niet klopt wat in de kranten staat, waarom eist het OM dan geen rectificatie?

De kern van mijn kritiek betreft echter niet de inhoud van wat Steenhuis of welk ander lid van het OM naar buiten brengt. Ik ben ertegen dat zij überhaupt iets zeggen. Slechts één persoon is geroepen tot het doen van politieke uitspraken over het vervolgingsbeleid: de minister van justitie. Zeer vrij naar Voltaire is mijn houding tegenover het OM: “Ook al ben ik het in alles wat u zegt met u eens, ik zal ervoor blijven strijden dat u het niet in het openbaar mag zeggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden