De roes van Rotterdam

Rotterdam. Ze bouwden er een Markthal met een hoofdletter. Gisteren, een dag na de opening door de aubergine dragende koningin, stroomden de burgers onder het booggewelf door, stapvoets, tamelijk stil, als in een processie.

Een koopkathedraal, had de burgemeester gezegd. De ene dag een reusachtig schip, de volgende dag dit. Als steden stoned konden zijn, dan was Rotterdam stoned.

Cruisen, consumeren (ook nog hele gekke dagen in een groot warenhuis), overvloed.

Achter de glazen wand van de hal stond een cityguide, een oudere heer, met een groep. Hij wees omhoog en zei: ze noemen het de Sixtijnse Kapel.

Michelangelo aan de Binnenrotte.

God was fruit geworden.

Bloemstukken overal. De stands en hun houders glommen nog van nieuwheid, onberispelijk het stapelwerk van noten, bonbons, appels. Gesteven bedrijfskleding. Ze deelden uit. Een flinter Rotterdamse ouwe, een knikkergrote kerstomaat, een partje mandarijn. Als er moleculair koken bestond, dan bestond er ook een moleculair trakteren.

Bij de vis worstelden ze nog op de digitale weegschaal, waarop een stokvis lag, abusievelijk ingetoetst voor 500 euro per kilo. "Het moet terugverdiend worden", grapte de visboer in zijn spierwitte jas. Met zijn dunne zilvergrijze haar en een bril op de punt van zijn neus zag hij er uit als een geneesheer met emeritaat.

De roes van Rotterdam.

Ik dacht aan die nacht in die doos van Koolhaas, in dat hotel aan de Maas, glas, staal en beton. Man alleen. Kamer op de 21ste etage, witte leds naast de boxspring, strakke badkamer van glas, een smart tv verborgen in een spiegelwand. Door de smalle verticale ramen de stad in duizend lichten, en die harp over de rivier. De Maas was zwart. Het kamermeisje bracht een badjas met rood monogram en slippers van badstof.

Lost in translation.

De bar bevond zich op de zevende. Alleen geen vleugel met loom zingende zangeres, maar kabbelende loungemuziek. Klinische, hoge ruimte, met voor de ramen diagonale betonnen dragers. Daaronder zitjes, kuipstoelen. Het beton drukte ze neer. Lange, oranjerood uitgelichte bar. Erachter een dame in het zwart, zwart haar in pony en staart, de staart over de linkerschouder gehangen. Op vier gasten na was de bar leeg. Het was één uur in de nacht. Achter de ramen de wereldstad, verkeer kroop traag over de brug.

Op een barkruk van kunststof hing een man, een vijftiger in een pak. Hij sprak Engels en onderhield zich met de bardame. Ze reageerde beleefd op zijn verhalen over conferenties en vreemde steden. "Yes, yes, I know Barcelona."

Ze wendde zich tot mij en vroeg wat ik wilde drinken. Ik dacht aan Bill Murray, in smoking. For relaxing times, make it Suntory time. En bestelde een whisky. Ik trok me terug in een kuipstoeltje onder een betonnen drager.

En beneden stroomde die rivier, zwart, en droeg op haar wateren dat kolossale schip, die ark, want jongens, dit was Rotterdam en hier was alles nog mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden