De roerige geschiedenis van een taxicentrale

Gisteren is een einde gekomen aan het jarenlange schrikbewind van de Amsterdamse taxicentrale. Of het nu ook rustig wordt in de stad, is de vraag. De chauffeurs moeten nu zelf een nieuw bestuur gaan kiezen.

door John Hoogerwaard

Wat justitie al zes jaar probeert, is een groep van 229 dissidente chauffeurs van Taxicentrale Amsterdam (TCA) uiteindelijk gelukt. Directeur Dick Grijpink staat op straat en de zakelijke banden tussen TCA en de voormalig bestuursleden Hans Janmaat en Gerard ’Bub’ van Gelderen dienen te worden doorgesneden.

De drie zijn door de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof schuldig bevonden aan wanbeleid. Kort gezegd heeft het bestuur miljoenen uit een door chauffeurs gevuld spaarfonds besteed, zonder duidelijke verantwoording. Het Hof vordert daarom het ontslag van Grijpink, ’Ome Dick’ voor intimi.

De uitspraak lijkt het voorlopige sluitstuk van jarenlang intern geruzie bij TCA. Dat geruzie was een van de ingrediënten van voortdurende onrust binnen de Amsterdamse taxiwereld, die inmiddels een volstrekt waardeloze reputatie geniet tot ver over de landsgrenzen. Geruzie om en met passagiers, intimidatie, vechtpartijen, brandstichting, molestatie: het kwam sinds de liberalisering van de taximarkt, januari 2000, allemaal voorbij.

In eerste instantie leek Grijpink in 2000 toen nieuwe concurrenten als TaxiDirekt het licht zagen, voorman van een verenigd front. Het front van TCA’ers, wier peperdure taxivergunning door de liberalisering opeens niets meer waard was. Weg appeltje voor de dorst. Grijpink dook te pas en te onpas op in de media, en waarschuwde zelfs dat er doden zouden vallen. „Ja, ook ik was emotioneel, ik heb van alles geroepen”, zei hij daarover later tegen Trouw.

Maar hoe verenigd de gevestigde taxiwereld, die feitelijk alleen uit TCA bestond, ook leek: in eigen gelederen broeide het ook. Dat kwam boven toen justitie in 2000 een onderzoek startte naar Grijpink, Janmaat en Van Gelderen, op verdenking van deelname aan een criminele organisatie. Zij zouden zich onder meer hebben schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrifte.

Een jaar later, in februari 2001, werd het drietal van zijn bed gelicht. Misschien had hun jolige foto uit 2000, waarbij de drie in gevangenispak poseerden onder het motto ’wie maakt ons wat’, de toorn van justitie gewekt. Genoeg hard bewijs had justitie niet, de TCA-top stond na een maand weer buiten. In afwachting van hun strafproces, dat tot op de dag van vandaag op zich laat wachten.

Justitie doet namelijk nog steeds onderzoek, en verlaat zich daarbij voor een groot deel op twee ’kroongetuigen’: oud-bestuurslid Jan den Hartog en ex-TCA’er Kees Meester. Meester was eveneens de drijvende kracht achter de klacht bij de Ondernemingskamer van het Hof, dat gisteren dus in het nadeel van Grijpink c.s. besliste.

Volgens Den Hartog en Meester werden hun ogen pas geopend na de arrestatie van het drietal in 2001. Den Hartog zat bijvoorbeeld al sinds 1995 ook zelf in het bestuur en noemde de samenwerking met Grijpink, Janmaat en Van Gelderen tot 1999 ’goed’. Maar volgens hem trokken Van Gelderen en Janmaat steeds meer macht naar zich toe. Er werden dubieuze financiële constructies bedacht, en Grijpink werd daar ’steeds verder in meegesleept’, zei Den Hartog in 2001 tegen De Telegraaf. Hij had zich pas goed gerealiseerd dat het mis was, toen hij de zaken namens het bestuur waarnam, terwijl de drie andere bestuurders een maandje moesten brommen. Den Hartog: „Die drie hadden goed voor zichzelf gezorgd, laat ik het zo maar zeggen.”

Vanaf het moment dat Den Hartog en Meester zich, gesteund door circa twee- tot driehonderd van de ruim duizend TCA-chauffeurs, opwierpen als kroongetuigen, was de boot ook intern aan. Zowel de TCA-leiding als de twee dissidenten zochten regelmatig de pers op om elkaar voor rotte vis uit te maken. Daarbij schuwde de TCA-leiding rigoureuze maatregelen niet, volgens Meester en Den Hartog. Zo heeft de laatste meermalen publiekelijk verklaard fysiek te zijn bedreigd door freefighter-achtige types, die rond Grijpink c.s. opereren als ’controledienst’ en lijfwachten. Ook liet de TCA-leiding beslag leggen op huizen en rekeningen van de dissidenten, omdat ze een achterstand zouden hebben in ’contributiebetalingen’.

Hoewel het gezelschap van potige vechtjassen, het vermoeden van geritsel en de straatagressie in de taxi-oorlog wellicht anders suggereerden, bleef de TCA-top zich profileren als een stel keurige zakenlieden. Een paar jaar geleden zei Grijpink nog dat hij op zijn kinderen durfde te verklaren dat er in TCA nooit een euro zwart geld heeft gezeten. En iedereen die beweerde dat het een zootje was, onder wie Meester en Den Hartog, wees hij op het feit dat ondanks alle verdachtmakingen TCA veruit het modernste en keurigste taxibedrijf in de regio is. Zeker nu de stad overspoeld is met vrije rijders die de weg én de Nederlandse taal vaak niet kennen.

Grijpink ziet dat moderne bedrijf mede als zijn verdienste. Maar de mist van gesjoemel zal, zeker na het door het Hof bevolen ontslag, niet meer optrekken. Natuurlijk wordt het steeds onwaarschijnlijker dat Grijpink, Van Gelderen en Janmaat ooit nog voor de strafrechter zullen verschijnen. Want vijf jaar na hun arrestatie begint de grens van een ’redelijke termijn’ wel in zicht te komen.

Het is nu alleen afwachten wat er met TCA zelf gebeurt. Aangezien alle TCA-chauffeurs aandeelhouder zijn van de centrale, zullen ze samen achter een nieuwe directie moeten gaan staan. Dat kan zomaar weer de kiem leggen voor het volgende conflict.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden