De riolen van het onderzoek

Wetenschappers zijn als minnaressen: ze hebben een weldoener nodig. Geleerden die toegepast onderzoek doen, kunnen nog terecht bij het bedrijfsleven. Naarmate onderzoek fundamenteler wordt, groeit de afhankelijkheid van iemand die voorziet in het levensonderhoud van de geleerde. Maar ze zoeken vooral iemand die van ze houdt. Dr. J. Theeuwes is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Ook nu worden wetenschappers onderhouden, niet meer door een persoonlijke mecenas, maar door ambtenaren van het ministerie dat over onderzoek gaat. Hun minister heeft weinig geld en is minder gul dan vroeger. De wetenschapper is als een verstoten minnares.

Ook zonder hulp van de overheid worden belangrijke uitvindingen gedaan. Albert Einstein was ambtenaar op het octrooibureau in Zwitserland toen hij zijn artikelen schreef die de natuurkunde en ons wereldbeeld totaal veranderden. In schuurtjes werken Willie Wortels ten koste van veel nachtrust en huwelijksvreugd aan hun bijdrage voor een betere wereld. Af en toe scoort zo'n Willie een formidabel succes. Bill Gates, de baas van Microsoft, werd dit jaar uitgeroepen tot de rijkste man van de wereld. Ooit begon hij een softwarebedrijf in zijn garage.

Alle belangrijke organen van ons lichaam hebben hun eigen stichting (Hartstichting, Nierstichting) die met het geld van collectes medisch onderzoek financieren. Bedrijven als Unilever en Philips hebben laboratoria waarin ze nieuwe produkten ontwerpen. Dat leidt soms tot succes (de CD), soms tot mislukking (waspoeder dat gaten in onderbroeken brandt). Of bedrijven bedenken nieuwe technieken om oude produkten goedkoper te produceren zodat ze meer winst maken. Het onderzoek in al die schuurtjes en laboratoria wordt gedreven door de zucht naar roem en rijkdom. Die uitvindingen komen er wel.

Er ligt voor commercieel toepasbaar onderzoek weliswaar een taak bij de overheid maar die is beperkt. Investeren in kennis is altijd uiterst riskant en een uitvinding is moeilijk af te schermen. Een uitvinding kan veel te gemakkelijk gekopieerd worden. Geld investeren in het creëren van nieuwe kennis is investeren in het grote onbekende. Het is eenvoudiger te beleggen in huizen of obligaties dan in een wereldvreemde figuur die je vertelt dat hij op het punt staat een auto uit te vinden die op kraantjeswater rijdt maar dat pas kan verwezenlijken als jij hem een paar ton voorschiet. Als die automotor op kraantjeswater er tot je verbazing toch komt dan dreigt onmiddellijk het gevaar dat het concept door de concurrentie wordt afgekeken en nagemaakt. De combinatie van grote onzekerheid vooraf en gemakkelijke nabootsing achteraf, belemmert het toegepaste en commerciële onderzoek.

Een duwtje in de rug van de overheid kan geen kwaad. Om de grote onzekerheid te compenseren voert de overheid technologiebeleid en om nabootsing tegen te gaan hebben we wetgeving ter bescherming van intellectuele eigendom (bijvoorbeeld octrooirecht en auteursrecht). Op dit moment heeft toegepast onderzoek het tij wel mee. Een dreiging van moordende internationale concurrentie hangt over Nederland en als de overheid niet gauw en veel in toegepaste kennis en technologie investeert, worden we onder de voet gelopen door landen die nog slimmer zijn dan wij.

Helemaal hopeloos echter is fundamenteel onderzoek. Dat kan zichzelf niet helpen. Van fundamenteel onderzoek word je niet rijk. Het is onderzoek dat alleen maar gaat over 'willen weten'. Het wordt niet gedreven door winstbejag maar door pure nieuwsgierigheid naar de grootte van het heelal of naar de correcte uitspraak van het middeleeuws Nederlands. Er is wel een markt voor wetenschappelijke boeken. Er verschijnen regelmatig bestsellers over de sterren in de hemel en in de geschiedenis, maar de opbrengst daarvan is niet genoeg om de wetenschapper te onderhouden.

Zonder hulp verpietert fundamenteel onderzoek terwijl het zeer belangrijk is. Het verschil tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is minder groot dan vaak wordt voorgesteld. Het is eerder een kwestie van gradatie. Voor toegepast onderzoek is de afstand tot de bruikbare uitvinding kort en voor fundamenteel onderzoek lang. Fundamenteel onderzoek heeft meer tijd nodig om zich te bewijzen. Het is het fundament waarop al het andere onderzoek moet bouwen. Fundamenteel onderzoek verwaarlozen is hetzelfde als de riolering in een stad niet onderhouden. Als de gemeente goed zorgt voor haar riolen dan weet de burger niet eens dat onder haar voeten een net van buizen ligt dat zorgt voor een leefbare stad. Fundamenteel onderzoek is als de riolering: verwaarlozing maakt beschaafd leven onmogelijk.

Alles op een rij zettend, kom ik tot de volgende aanbeveling: naarmate het onderzoek fundamenteler, wereldvreemder en minder praktisch is, moet het meer onderhouden worden. Dat is niet altijd wat we nu doen. De minister wil veel te snel boter bij de vis. Dat deed de vader van Charles Darwin niet. Die had er wel vertrouwen in. Maar die hield ook van zijn zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden