De 'Ring' van het Oosten

Nadat De Nederlandse Opera rond de eeuwwisseling de allereerste volledige enscenering van Richard Wagners ’Der Ring des Nibelungen’ realiseerde, begint de Nationale Reisopera vanavond in Enschede met dirigent Ed Spanjaard en regisseur Antony McDonald aan de beklimming van deze Mount Everest in de operaliteratuur. Het gigantische vierdelige werk wordt in vier seizoenen opgebouwd. In het Wagnerjaar 2013 hoopt men de ’Ring’ als cyclus te kunnen presenteren.

Sommigen noemen het het allergrootste kunstwerk uit de westerse geschiedenis: Richard Wagners over vier dagen verspreide Gesamtkunstwerk ’Der Ring des Nibelungen’, waarvoor hij naast de muziek ook de tekst schreef. Vier opera’s die gezamenlijk gemiddeld zo’n veertien uur in beslag nemen en die het uiterste vergen van een operagezelschap.

Het werk houdt sinds de première in 1876 velen in zijn greep. En nu het Wagnerjaar met reuzenschreden nadert – in 2013 wordt de tweehonderdste geboortedag van de componist herdacht – lijkt ieder zichzelf respecterend operagezelschap een ’Ring’ op stapel te hebben staan.

Zo ook de Nationale Reisopera. Het gezelschap uit Enschede heeft stevig ingezet op hun ’Ring’, die in vier seizoenen opgebouwd wordt. Het Nationale Muziekkwartier, dat vorig jaar werd geopend, zal de thuisbasis zijn van de Reisopera-’Ring’. De opera’s uit het vierluik zullen alleen in Enschede te zien zijn. Men vertrouwt erop dat de Wagnerliefhebber de weg naar Enschede zal weten te vinden (zie kader).

In ieder geval kondigde de vicevoorzitter van de Taiwanese Wagner-vereniging in Taipei al aan naar Enschede te zullen afreizen om daar het eerste deel, ’Das Rheingold’, bij te wonen. Hij is een van de wat ze in Amerika Ring nuts noemen: halve garen die de wereld rondreizen om waar maar mogelijk een ’Ring des Nibelungen’ te kunnen zien.

Waar komt die populariteit van dit megawerk – er zijn meer dan dertig complete uitvoeringen op cd of dvd verkrijgbaar – toch vandaan?

Volgens regisseur Antony McDonald, tevens decor- en kostuumontwerper voor deze productie, is daar een simpele verklaring voor. „De ’Ring’ is te vergelijken met de Mount Everest – hij ligt klaar om beklommen te worden. Een immense uitdaging, maar eentje met een enorme aantrekkingskracht. Waarom willen al die mensen die berg op? Hetzelfde geldt voor ’Der Ring’. Ik vind het alleen maar fantastisch dat steeds meer mensen er zich aan willen wagen; het is de enige manier om zo’n geweldig kunstwerk levend te houden. En nee, je hoeft er als regisseur of ontwerper geen enorme angst voor te hebben, als je er maar geen technisch hoogstandje van maakt, iets opschepperigs; je moet ervoor waken om in de val van de technologische trukendoos te trappen.”

McDonald, eerst vooral als ontwerper bekend maar de laatste jaren ook als regisseur, heeft nog niet eerder een opera van Wagner geregisseerd. Voor hem komt een droom uit. Ook dirigent Ed Spanjaard heeft zelf nog nooit een enscenering van ’Der Ring des Nibelungen’ gedirigeerd, maar in tegenstelling tot McDonald heeft hij er wel veel ’ervaring’ mee. „Ik vond het geweldig toen ze me voor het project vroegen. Ik had niet verwacht dat ik ooit nog eens een ’Ring’ zou kunnen doen. Ik heb het idee meteen omarmd. Ik heb vele malen geassisteerd bij dit werk, in Covent Garden in Londen (1973-1977) en bij de Wagner Festspiele in Bayreuth (1979-1990). In Bayreuth bespeelde ik een van de aambeelden bij de productie van Boulez en Chéreau, later assisteerde ik er Georg Solti voor de ’Ring’. Bij Colin Davis in Londen was ik onder andere souffleur. Op een generale repetitie van ’Siegfried’ had Matti Salminen zijn vliegtuig gemist en zaten we zonder Fafner. Toen heb ik vanuit het souffleurshokje het ’Lass mich schlafen’ gezongen.” Spanjaard zingt het bewuste zinnetje dat de diepte in duikelt nog een keer voor. „Davis riep tijdens het dirigeren: ’Was that you, Ed?’ Ik riep: ’Yes’, waarop hij ’Bravo’ schreeuwde.”

„Ik heb de ’Ring’ dus in verschillende hoedanigheden gedaan, alleen nog nooit volledig als dirigent. Toen het aanbod van de Reisopera kwam, ben ik me niet rot geschrokken, omdat ik het werk van binnenuit al kende. Al die noten, al die woorden zijn me allemaal al zo vertrouwd.”

Voor Antony McDonald is het dus wél de eerste keer dat hij zich met ’Der Ring des Nibelungen’ bezighoudt. Hoe begin je aan zo’n enorm project, hoe hou je overzicht over die veertien uur muziek en tekst?

„Ik begin bij ’Das Rheingold’, de eerste opera, en ik eindig met ’Götterdümmerung’, de vierde”, is de simpele uitleg van de regisseur. „Natuurlijk heb ik wel een soort van landkaart, een routeplanner, zodat ik weet waar ik na vier jaar uiteindelijk zal aanbelanden. Maar voor mij is belangrijk om tijdens de rit veel ademruimte te hebben, me niet bij voorbaat vast te leggen. Ik verkeer daarbij in een luxepositie dat we de hele ’Ring’ hier in vier jaar opbouwen, zodat ik plekken open kán laten en onderweg hopelijk nog veel kan leren. Ik hou helemaal niet van een concept. Met een concept leg je jezelf vast en moet je daar alles – ook dat wat er eigenlijk niet in past – in proppen. Er moeten onderweg verrassingen blijven, ook voor mij.”

McDonald ziet de hele op Noorse mythologieën gebaseerde geschiedenis als een menselijk verhaal. „Je herkent in al die goden, dwergen en reuzen toch vooral menselijke eigenschappen. Het verhaal heeft een sprookjesachtige verpakking, maar dat hoeft niet te betekenen dat je er ook op een sprookjesmanier mee om moet gaan. Ik heb er dus bewust voor gekozen om al te veel theatrale tovenarij te vermijden. Het begin heeft een dromerige kwaliteit die je er uit moet zien te halen en waarbij je niet alles hoeft te verklaren of uit te leggen. Scènewisselingen hoeven wat mij betreft geen logica te hebben, omdat je het surreële van de situatie niet wilt verliezen. We bevinden ons in een naturalistische omgeving met een verhoogde realiteit; sferen die je ook vindt in de toneelstukken van Tsjechov, van Ibsen of van Shaw.”

„Ik zie in ’Das Rheingold’ veel politiek, wat natuurlijk niet vreemd is bij iemand als Wagner. Wotan, de oppergod, probeert een maatschappij te creëren, een wereld met eigen wetten, maar al gauw blijkt dat hij die wetten zelf niet eens kan naleven. Binnen die wankele maatschappij gaat het dan vervolgens om hebzucht en om liefde, en vooral: om leven zónder liefde. Je kunt in deze eerste opera het einde al ruiken, de rotting is ingezet. Alle personen in dit drama zijn corrupt, misschien met uitzondering van reus Fasolt, die blijk geeft van echte liefde voor Freia.”

Is het daarom dat juist Fasolt in de ’Ring’ het eerste slachtoffer van velen is? Je kunt hier niet overleven als je niet corrupt bent, is dat de boodschap?

„Zo heb ik er eigenlijk nog niet naar gekeken, maar dat is een interessante gedachte. In ieder geval hebben we hier te maken met een familie met hele ingewikkelde relaties, die allemaal even apart zijn. Ik wilde een soort aristocratische, oud-Pruisische familie op het toneel zetten, een familie zoals Thomas Mann die creëerde in ’Die Buddenbrooks’. En al die personages hebben iets van Wagner zelf. Het is verhelderend om over Wagners leven te lezen; je herkent daardoor nog beter de psychologie van zijn personages. En het is inderdaad jammer dat Wagner het geweldige personage van halfgod Loge na de eerste opera laat verdwijnen. Een echte, interessante outsider, niet van dezelfde ’Pruisische’ klasse als Wotan en de zijnen, maar wel een fantastische spindoctor. Loge is voor Wotan wat Alastair Campbell voor Tony Blair was.”

Dirigent Spanjaard heeft voor het project een hele lange periode in zijn agenda vrijgemaakt. Hij is bij alle repetities, ook die van de regie, aanwezig geweest. Hij houdt van deze manier van opera maken omdat het dan een echt teamproduct kan worden. „En omdat ik bij alle repetities was, heb ik zonder veel misbaar zangers kunnen wijzen op verstaanbaarheid, op vrijheden met tempo, op van alles en nog wat. Er is nu een compleet vertrouwen tussen ons, zodat ik me in deze fase volledig met het orkest kan bezighouden. Dat is een enorm voordeel. Ik vind het geweldig dat de Reisopera de lat heel hoog legt. Wagner vraagt een orkest van honderd man, en dus zit er een orkest van honderd, inclusief zestien tweede violen. Men had heel gemakkelijk een geluidsband van de scène met de aambeelden uit bijvoorbeeld Stuttgart kunnen laten komen, maar we doen het hier helemaal zelf. Met een enkele aanpassing gebruik ik hier de orkestopstelling die ze in Bayreuth hebben: eerste en tweede violen gescheiden, vier contrabassen links en vier rechts, harpen in twee groepen verdeeld. En ik ben blij dat ik het gedaan heb, want ik merk nu dat er een enorme ruimtewinst in de klank is.”

Er zijn bij uitvoeringen van de ’Ring’ grote verschillen in tijdsduur die gedurende de vier avonden soms wel oplopen tot twee uur. Wat zal Spanjaards tempo zijn?

„Het probleem is dat er van de ’Ring’ geen manuscript meer bestaat. Dat hebben ze aan Hitler cadeau gedaan toen hij 50 jaar werd; daarna is het verdwenen. Wat we wel hebben, zijn gedrukte partituren uit 1876 waarin assistenten commentaren die Wagner tijdens het repetitieproces maakte, opgetekend hebben. Er komt in ’Das Rheingold’ eigenlijk niet één langzaam tempo voor. Steeds geeft Wagner aanwijzingen die aangeven dat het tempo erin moet blijven. Alleen bij Erda’s beroemde vermaning ’Weiche Wotan’ staat: langsam. Maar ook daar heb je spanning nodig. Wagner geeft op bepaalde plekken aan dat het niet te aria-achtig mag worden en dat de spreektoon intact moet blijven.”

„De constante stroom van de muziek in ’Das Rheingold’ moet in het hele stuk voelbaar zijn. Het is niet in te dammen, zelfs in ogenschijnlijke rust moet er iets blijven koken en kolken. Er zijn maar weinig momenten dat de personages op hun lauweren kunnen rusten. Loge is sowieso onrustig, en Alberich vloekt, struikelt, niest en commandeert erop los. De vloek van Alberich in de vierde scène is een dramatisch hoogtepunt in de opera. De muziek geeft aan dat Alberichs bloed kookt van woede, en Wagner geeft daar als regieaanwijzing: ’hij stormt weg’. Antony McDonald slaat die aanwijzing in de wind, omdat hij vindt dat Alberich zich daar moreel veel sterker voelt dan Wotan. Bij ons loopt hij heel beredeneerd van de bühne af, en ik vind dat een acceptabele keuze.”

Het voorbeeld geeft aan dat dirigent en regisseur over elkaar te spreken zijn. Volgens Spanjaard heeft de regisseur zich ’heel open’ opgesteld en McDonald noemt de samenwerking met de dirigent ’geweldig en hulpvaardig’. Tijdens de repetitie van het slot van de vierde scène is die soepele samenwerking zicht- en hoorbaar. Het geluid van het Orkest van het Oosten stroomt groots door de zaal en op de bühne pakken de goden, na de moord op Fasolt, op het stationsperron hun koffers en gaan op weg naar het Walhalla. Dat Walhalla, hier gelegen op besneeuwde Alpen, heeft veel weg van een kruising tussen Villa Wahnfried en het Festpielhaus in Bayreuth. Mooi beeld. McDonald: „Ik wilde iets met bergen en openlucht. De goden hebben al die tijd in hotels geleefd, hadden geen plek voor zich zelf. Men wacht veel in ’Das Rheingold’, men wacht, men vertrekt. Een station leek me daarvoor een beeldende plek. We zijn er allemaal weleens geweest, we hebben er allemaal weleens gewacht.”

Gewacht op de ’Ring’ heeft Spanjaard niet, maar hij is wel erg blij dat hij het werk nu kan doen. „Het is belangrijke muziek in mijn leven, belangrijker dan ik zelf wist. Wagner past mij werkelijk heel goed – dat doorgecomponeerde, dat gevoel dat je voortdurend meegevoerd wordt. En Wagners instrumentatie is groots. Groots met een enorme luchtigheid. Ik ben voorzichtig van aard, denk weleens: ’Stel nou dat alles misgaat’. Maar ik hoop van ganser harte dat we de ’Ring’ in 2013 als cyclus kunnen doen. Ze willen het hier zó graag, en ja, zo’n cyclus is belangrijk. Zo heeft Wagner het bedoeld.”

’Das Rheingold’ door de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten in het Nationale Muziekkwartier Enschede op 26 en 29 september en op 3, 6, 9 en 11 oktober. Info: www.reisopera.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden