De Rijn, zoveel meer dan een rivier

De Rijn is een handelsweg, een grens, een motief voor kunst en kernrivier van Europese integratie. Waarover meer in Bonn.

Ik ging naar Bonn om de Rijn te zien.

Hij bevond zich in een museum. In twee musea zelfs.

Onderweg met de trein kwam ik hem ook een paar keer tegen. Vanuit Utrecht, waar de Oudegracht nog steeds het water van een oude arm van de Rijn transporteert, moest de ICE worden omgeleid via Den Bosch en Nijmegen naar Arnhem. Ik raak dan snel het geografische spoor bijster.

Dus reconstrueerde ik de omleiding. Je spoort eerst over het rivierenlandschap van Lek, Waal en Maas richting Den Bosch en daarna nog eens over de Maas en de Waal en de Nederrijn richting Nijmegen en Arnhem.

Zes machtige rivieroversteken!

Vandaar gaat het verder Duitsland in, naar Keulen, waar je de Rijn oversteekt - hier heet hij voor het eerst gewoon de Rijn.

Dat is een punt om bij stil te staan; dat de Rijn pas in Duitsland de Rijn heet.

De rivier komt als de Rijn bij Spijk (niet Lobith!) het land in, maar legt dan snel zijn naam af en vertakt zich direct in Waal (die verderop Merwede gaat heten) en Nederrijn, die op zijn beurt verderop zijn naam in de Lek verandert. Dus duizend kilometer heeft de machtige Rijn erop zitten, door Zwitserland en Duitsland, als hij onze delta binnenstroomt om daar zijn identiteit te verliezen.

Sterker nog, hij bereikt niet eens de zee maar stroomt uit in de grote concurrent uit Frankrijk.

De Rijn heet - na Nederrijn en Lek - in Rotterdam de Nieuwe Maas. Zo temmen wij rivieren. Maar mij gaat het hier om de Rijn. De grote Rijn.

Wat moet de Rijn in een museum, terwijl hij er een kilometer vandaan stroomt, langs een fraaie wandeloever en groene hellingen?

Wel, in Bonn - opgestuwd bij de deling van Duitsland en ruim veertig jaar de West-Duitse hoofdstad - ligt derhalve nog een trits van musea, en die moeten ook wat. En waarom niet de Rijn tot voorwerp van een tentoonstelling maken, bedachten ze bij de Bundeskunsthalle, want de Rijn is zoveel meer dan een rivier. Hij is handelsweg, grens, motief voor de kunst. Hij is de kernrivier van de Europese integratie.

Wij doen ook een deel, dachten ze elders in Bonn bij het Rheinische Landesmuseum, en ze tonen de Rijn in foto's, vanaf de oudst bekende - van Charles Marville uit 1852 - tot nu.

In de Kunsthalle hebben ze de Rijn in dertien hoofdstukken gehakt, waarin ze alles bij elkaar brachten dat ze rondom het thema van de Rijn konden bedenken.

En dat is meteen ook de zwakte van de expositie. Ik zeg het maar meteen.

Ik stapte er verwachtingsvol naar binnen, want wat een schitterende titel heeft deze tentoonstelling: 'Der Rhein - eine europäische Flussbiografie'. Een biografie van een rivier. Maar eenmaal binnen, stond ik voor een enorme klus. Men had één grote ruimte vrijgemaakt, en met een golvende blauwe tussenwand weer opgedeeld. Maar het stond er mudvol.

Tal van objecten in vitrines, boeken, manuscripten, sculpturen, foto's, wanden vol schilderijen, alles dicht opeen; ik had het gevoel een te volle uitdragerij te betreden. Want de vormgeving was een statische, bijna negentiende-eeuws museaal, zonder moderne technieken of interactief spektakel.

Natuurlijk boden de hoofdstukken houvast. De Rijn was de stroom van de Romeinen, de natte limes. Hij was de stroom van de kerk, omzoomd door kloosters, stiften en basilieken. De Rijn was de stroom van de keizers in de christelijke Middeleeuwen, de stroom van vestingen en residenties, de stroom die Marianne (Frankrijk) en Germania (Duitsland) scheidde, de stroom van bittere conflicten. De Rijn was ook de stroom van de handel en de industrie, de stroom van mythen en verhalen, van het Rijngoud en de Nibelungen. En de Rijn werd de stroom van de integratie, de apotheose van een subliem Europa, met de kernlanden van de Europese gedachte aan zijn oevers.

Dat allemaal was dicht opeengepakt uitgebeeld en uitgedrukt, exposities als deze vragen in al hun informatiedichtheid veel van de bezoeker. Meteen bij de ingang hing een metersgroot doek dat 'Vater Rhein' heette, van Moritz von Schwind, uit het jaar 1848, dat de Rijn allegorisch voorstelde als een vioolspelende riviergod met baard en wijnranken in het haar; er weerklonk de 'Rheinische Sinfonie' van Robert Schumann, ook al uit het midden van de negentiende eeuw. Alles hieraan ademde romantiek, Wagner ging nog zijn Ring componeren, beginnend met 'Das Rheingold' en ook Jacques Offenbachs 'Rheinnixen' zou nog op papier gezet worden.

Het waren de laatste romantische jaren voor het tijdperk van de industrialisering die van de mythische Rijn een vervuilde verkeersweg zou maken, totdat ook die vervuiling - na de milieuramp met Sandoz, toen twintig ton pesticiden in 1986 bij Bazel de rivier instroomde - weer een halt werd toegeroepen.

Als contrast had men tegenover Vater Rhein een grote, digitaal bewerkte foto gehangen, van Andreas Gursky, een kale, abstracte Rijnoever uit 1996. Om de entree af te ronden, lagen er twee skeletten van

IJstijd-jagers, zo'n veertienduizend jaar oud, vroegste passanten van het Rijngebied, voordat de eerste akkerbouwers er zich vestigden.

Van hieruit ging het verder.

Ik scande er dus doorheen, er waren genoeg objecten om even bij te verwijlen, bij een Rijn in zoveel gedaanten. Om te beginnen is de Rijn een rivier, een bedding waarlangs water zich verplaatst naar een lager punt. Hij ontspringt, hij stroomt, hij zet af, hij mondt uit. Een lengte van 1233 kilometer heeft hij, veel korter dan de Donau (2829 kilometer), laat staan de Nijl (6695) of de Amazone (6992).

Maar de Rijn stroomt door zes landen,

en is over 850 kilometer - vanaf Bazel - bevaarbaar. Hij begint als een Alpenrivier, met bronnen in de Italiaanse en Zwitserse Alpen; zijn water wordt opgevangen in het Bodenmeer voordat het bij Schaffhausen naar beneden stort. Bij Bazel kan de scheepvaart beginnen, helemaal tot in de Noordzee. Hij scheidt de Vogezen van het Zwarte Woud, passeert de Palts als de Neckar zich bij hem voegt, later gevolgd door de Moezel bij Koblenz en de Roer, in een van de grootste industriegebieden van Europa. Dan heeft hij al een laaggebergte uitgehold, waar draken en nimfen als de Lorelei over zijn schatten waken.

In het lage land bij de zee verliest hij zijn naam, de Rijn verdwijnt en vertakt zich. De Duitsers, bij wie de Rijn geen vertakkingen kent, noemen dit de Rijndelta. In die Rijndelta was de Rijn ook nog een godsdienstgrens tussen het protestantse noorden en het katholieke zuiden.

Ga naar Bonn om de Rijn te zien. En voor het gedeukte hoofd van keizer Wilhelm I, kapotgeschoten in 1945 door de oprukkende Amerikanen, aan het Deutsche Eck bij Koblenz, en voor een fles verontreinigend, bijna lichtgevend Rijnwater, in 1981 gebotteld door Joseph Beuys.

En bij gebrek aan Rijn, waar blijft in Nederland de monumentale expositie over onze Grote Rivieren?

reno di lei

kostbare druppel

italiaans water

hield zich sterk

overleefde de val

liet zich niet drinken

droeg naar vermogen

passeerde

passeerde

passeerde

ronde

de drachenfels

liet zich wijden

ging weer te water

druppel

danste de rijn af

bereikte de hoek

dreef af

meed de zeeschoot

rolde het duin in

minde

Harald Schiödte, 'On the Deck of a Rhine Steamer', c. 1890.

Michael Lio,

'Rhine Falls with Platform and Jumper', 2005.

Dukaat van Rijngoud, met daarop Karl-Philipp (1716-1742).

Moritz von Schwind, 'Father Rhine', 1848.

Bernd Arnold, uit de serie 'Warum ist es am Rhein so schön', 2002.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden