Column

De rij bij mijn bakker levert altijd veel stress op

Erik Jan Harmens. Beeld Jörgen Caris

Een bezoek aan de bakker is voor mij een beproeving. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is dat in het midden van de winkel haaks op de toonbank een schap staat met koeken, kadetjes en krentenbollen. Zowel links als rechts van dat schap vormt zich een rij. Er zijn dus twee rijen. 

De ene doet altijd alsof de andere er niet staat. Ze antwoorden ‘ik’ als de bakkersvrouw vraagt: “Wie is er aan de beurt?” en geven zich geen rekenschap van de sukkels aan de andere kant van het schap die al langer stonden te wachten. Als ik zeg dat ze voordringen, doen ze alsof hun neus bloedt. “Sorry hoor”, zeggen ze, op een toon alsof ik de zaak nodeloos op de spits drijf, “ik heb geen haast.” Met de klemtoon op ik, terwijl ondergetekende ook prima in z’n tijd zit, ik was alleen éérst.

Om dit gedoe vóór te zijn, maak ik oogcontact met wie na mij aansluit in de andere rij. Ik staar net zo lang tot hij niet anders kan dan terugkijken en knik ’m toe. Met mij moet je niet fokken, is de boodschap, die ook overkomt, de ander wacht netjes op zijn beurt. Mijn bokitogedrag geeft me echter geen goed gevoel over mezelf, bovendien proberen nu ineens mensen áchter mij voor te piepen. Ze komen naast me staan en maken zich klein, zogenaamd om de kaasstengels van dichtbij te bestuderen. Vraagt de bakkersvrouw wie ze mag helpen, dan veren ze op: “Ja, mij.”

Eenrichtingsverkeer

Klanten een nummertje laten trekken zou het oplossen. Ook kun je er eenrichtingsverkeer van maken: rechts van het schap in de rij staan, linksom de zaak verlaten. Kartonnen verkeersborden zijn een mogelijkheid: boven het rechterpad een witte pijl in een blauw vlak, links een witte balk in een rood vlak. Zeker op de drukke zaterdagochtend zou zo’n systeem mijn leven behoorlijk veraangenamen.

Er is nog een tweede reden waarom een bezoek aan de bakker voor mij een beproeving is en dat is dat als ik brood bestel de bakkersvrouw vraagt: “Heeft u misschien ook interesse in appelbeignets, vier halen, drie betalen?” Elke keer word ik overrompeld, ik moet ja of nee antwoorden, ja of nee, mijn mond gaat open en ik hoop op een ontkenning, maar helaas hoor ik mezelf zeggen: “Ja, doe maar.” Zit ik thuis met niet een, niet twee, niet drie, maar vier appelbeignets, die ik niet lust, maar ook niet weggooi.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd, lees hier meer van Erik Jan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden