de Rhynchosauroides: Reptielenpootjes in de weke blubber van Winterswijk

Dieren laten overal sporen achter. Houtwormgaten, konijnenholen, wespengallen, bladmijntjes, spechtenholen, uitwerpselen, door bevers omgeknaagde bomen, braakballen en pootafdrukken. Wie erop let, zal merken dat je in de praktijk vaak meer aanwijzingen voor de aanwezigheid van dieren vindt dan dieren zelf. Er zijn zelfs determineergidsen om zulke diersporen op naam te brengen, dat wil zeggen: de naam van de veroorzaker te vinden.

Ook als fossiel zijn sporen niet zeldzaam. Er zijn fossiele boomblaadjes bekend met vraatsporen van insecten. Er zijn fossiele drollen gevonden, van uitgestorven olifanten uit Spanje of hyena's op de Maasvlakte. En er zijn voetsporen. Pootafdrukken. Vooral van grote dinosauriërs worden de enorme ronde of drietenige pootafdrukken gevonden.

Maar ook in ons eigen land kunnen fossiele voetsporen van uitgestorven reptielen worden gevonden, en wel in de Winterswijkse steengroeve. Daar wordt kalksteen gewonnen die ooit is afgezet als een zachte modder in een ondiepe zee, die geregeld droogviel.

Onderzoekers en verzamelaars vinden nu in Winterswijk, behalve leuke mineralen, ook de fossiele botjes van zeereptielen en de schubben en graten van uitgestorven vissen. En pootafdrukken.

De 245 miljoen jaar oude sedimenten van de ruim dertig meter diepe groeve zijn het overblijfsel van met algenflappen bedekte modderige strandvlakten. Er spoelden dode reptielen en vissen aan, die ontbonden en aaseters aantrokken. Ook dat waren reptielen, die op hun vier poten door de weke blubber scharrelden op zoek naar eten en die daarbij en passant hun pootafdrukken in de modder achterlieten.

Wetenschappers hebben die voetsporen een Latijnse naam gegeven, alsof het echte dieren zijn en niet slechts de sporen ervan. Het is een van de meer eigenaardige aspecten van de dierkundige systematiek dat niet alleen dieren of hun fossiele overblijfselen een wetenschappelijke naam krijgen, maar ook de sporen die ze hebben achtergelaten. In het geval van de Winterswijkse pootafdrukken is de eigenlijke maker ervan onbekend.

Het meest voorkomende type pootafdruk heet Rhynchosauroides. Deze naam is afgeleid van Rhynchosaurus, een reptielensoort uit de Triastijd - dezelfde periode als waaruit onze voetsporen stammen. De uitgang -oides betekent 'lijkend op', of 'net zoals'. Rhynchosauroides betekent dus letterlijk: lijkend op Rhynchosaurus. Maar dat is niet meer dan een volslagen ongefundeerde gok.

De sporen zijn afkomstig van een reptiel dat ongeveer de maat en de vorm had van een leguaan, maar meer concluderen is pure duimzuigerij. Het is alsof je op het strand van Zandvoort menselijke voetafdrukken aantreft zonder ooit een mens gezien te hebben, zonder zelfs enig idee te hebben van hoe een mens eruitziet. Uit arren moede geef je dan een wetenschappelijke naam aan die voetafdrukken, om daarna over te gaan tot de orde van de dag.

Rhynchosauroides is dus géén dier. De hier afgebeelde pootafdrukken zijn het spoor van een dier, en wetenschappers tasten over de maker ervan net zo in het duister als Robinson Crusoë toen hij de voetafdrukken van kannibalen op het strand van zijn eiland aantrof. Het wachten is op een dood reptiel dat aan het eind van zijn loopspoor van uitputting ineenzeeg en ter plekke fossiliseerde. Pas dan is het verhaal compleet.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden