De revolte op Curaçao

'Willemstad geplunderd', stond 30 jaar geleden op de voorpagina van de Amigoe di Curaçao. 'Doden en tientallen gewonden na dag van revolutionair geweld', luidde een kop boven het verslag van wat als de 'Opstand van 30 mei 1969' de geschiedenis is ingegaan. Stakingsleider Wilson 'Papa' Godett werd tijdens een toespraak in zijn rug geschoten.

De wortels van de opstand in de Antilliaanse hoofdstad lagen bij een cao-conflict bij Wescar (Werkspoor Caribbean), onderaannemer van Shell. Een stakingsoproep van de vakbond om de looneisen kracht bij te zetten, leverde een dreiging tot ontslag op voor de stakers. Er ontstond een demonstratie waarbij auto's van voorbijgangers werden tegengehouden en vooral Europeanen werden lastiggevallen. De groeiende menigte begon een mars naar de stad. Onderweg werd brand gesticht, winkels geplunderd en mensen mishandeld. Twee demonstranten werden dodelijk geraakt.

Op verzoek van de Antilliaanse regering stuurde Nederland mariniers. Zij grendelden de binnenstad van Willemstad af. Pas op 9 juni kwam er een einde aan de militaire bijstand. Het cao-conflict was opgelost, de Antilliaanse regering nam ontslag, de rust keerde weer. Maar dat gold niet de Nederlandse politiek. De beelden van Nederlandse mariniers die orde op zaken aan het stellen waren, gaven een 'koloniale' indruk. De VN gaven Nederland een tik op de vingers, terwijl in die tijd ook nog de zogeheten 'excessennota' verscheen waarin het Nederlandse optreden tijdens de politionele acties in Indonesië werd veroordeeld.

Het falen van de (de-)koloniale politiek had tot gevolg dat de regering Den Uyl aanstuurde op snelle onafhankelijkheid van Suriname, wat in 1973 gebeurde. De Antillen zouden op termijn ook losser komen van Nederland. Maar in de loop der tijd sprak de bevolking zich uit voor het behoud van de banden, zij het met minder bemoeienis.

Aan de 30-jarige herdenking van de opstand in Willemstad wordt in Nederland niet veel aandacht besteed. Hoogleraar Caraïbische studies Gert Oostindie presenteert in Amsterdam twee boeken over de revolte. In 'Dromen en littekens' maakt hij de balans op van de 'trinta di mei'. In 'Curaçao, 30 mei' halen prominenten uit de Antilliaanse samenleving hun herinneringen aan de gebeurtenissen op.

Uit de boeken blijkt dat door de opstand de zwarte Antilliaan het meer voor het zeggen heeft gekregen. De raciale scheidsmuren werden minder hoog, de positie van de vrouw verbeterde en de eigen taal (papiamentu) kreeg meer waardering. Economisch en bestuurlijk heeft de opstand volgens de geïnteviewden niets opgeleverd. Integendeel: het systeem van politieke patronage onder de eigen politici is volledig doorgeslagen en de overheidsfinanciën lijken niet te temmen. redactie binnenland

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden