Review

De rest mocht tot kunstmest verwerkt

,,Kameraden! Ik ben een fervent aanhanger van het begrafenisritueel zoals de Partij dat propageert. Ik vind dat alle overblijfselen uit de religieuze praktijk (doodskisten, begrafenisceremonies, afscheid nemen van het lijk, crematie en al dat soort dingen) onzin zijn. Ik vind het een veel prettiger gedachte dat mijn lichaam nog enig nut kan hebben. Het zou zonder poespas naar een fabriek moeten worden gestuurd, waar het vet voor technische doeleinden wordt aangewend en de rest tot kunstmest wordt verwerkt. Ik verzoek het Centraal Comité deze gedachten serieus te overwegen.'

Zo luidde een kattebelletje dat een lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in 1924 aan zijn collega's zond. Het drukt perfect de verlegenheid uit van de nieuwe machthebbers in Rusland tegenover zo'n gevoelige zaak als de dood. Daar hadden Marx noch Lenin ooit over nagedacht. De communistische ideologie had geen antwoord op de vraag hoe er in het tijdperk van het 'wetenschappelijk atheïsme' moest worden begraven en gerouwd.

Terwijl er doden te over waren. De Britse historica Catherine Merridale, auteur van 'Night of Stone, Death and Memory in Russia', schat het aantal mensen dat in naam van de sovjetstaat de dood vond op vijftig miljoen. De helft daarvan komt voor rekening van de Tweede Wereldoorlog, of zoals die in Rusland heet: de Grote Vaderlandse Oorlog. De overigen stierven tijdens de burgeroorlog van 1918-1920, tijdens de gedwongen collectivisatie in het begin van de jaren dertig, in de politieke zuiveringen van later in de jaren dertig, tijdens de hongersnoden voor en na de oorlog en in de immer aanwezige strafkampen. Geen staat ter wereld heeft in de 20ste eeuw zoveel mensen verloren als de Sovjet-Unie.

Merridale stelt in haar boek de intrigerende vraag hoe een volk zo'n onmetelijke rampspoed verwerkt. Eind jaren negentig reisde ze lange tijd door Rusland, dook overal in de archieven en sprak met talloze betrokkenen. Het resultaat is een fascinerende studie die meer dan welke politieke of sociale geschiedschrijving ook doordringt tot in het hart van een geteisterde bevolking. De pijn en het verdriet, de schuld en de schaamte, de pogingen om te vergeten of juist te herinneren, al die gevoeligheden rond de verloren vaders, moeders, kinderen en geliefden, roert Merridale aan.

Het lukte de sovjetautoriteiten niet de bevolking een alternatief te bieden voor de traditionele manieren van begraven en gedenken. Veel verder dan een bloedeloos ritueel, met de Internationale in plaats van een klassiek requiem en de opsomming van iemands wereldse verdiensten in plaats van een gebed, kwamen ze niet.

Het gevolg was dat gedurende de volle zeventig jaar van de bolsjevistische heerschappij religieuze begrafenisrituelen in zwang bleven. Tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog zagen de autoriteiten zich zelfs gedwongen religieuze uitingen tijdens begrafenisplechtigheden officieel te gedogen.

Twee traditionele elementen bleken extra hardnekkig. In de eerste plaats het belang dat Russen hechten aan het begraven worden in de aarde, liefst in gewijde grond. De aarde is hun heilig. Veel Russen hebben thuis een potje met aarde van hun geboortestreek of van de plaats waar een dierbare is gestorven. Pogingen van hogerhand om de bevolking voor het cremeren te winnen, waren weinig succesvol.

Het tweede element hangt daarmee samen. Onder Russen is het geloof in een of andere vorm van wederopstanding schier onuitroeibaar. Ooit, zo geloven veel Russen, zullen doden en levenden elkaar weer ontmoeten. Sommige bolsjevieken hadden zelfs een eigen variant van dat geloof. Zij gingen ervan uit dat de wetenschap er eens in zou slagen de dood te overwinnen en doden weer tot leven te wekken. Dat is de reden waarom het lijk van Lenin werd gebalsemd. Als de wetenschap eenmaal zo ver zou zijn, zou Lenin de draad van zijn zegenrijke werk weer kunnen oppakken, meenden ze.

Maar nadenken over een geëigende manier van begraven was voor ontelbare Russen een luxe waar ze niet eens meer van droomden. Tientallen miljoenen doden hebben het geheel zonder begrafenis moeten stellen. Zij stierven op de slagvelden, in de strafkampen of op het platteland tijdens de hongersnoden. Zij verdwenen naamloos in honderden massagraven, waarvan vele onder begroeiing en bebouwing voorgoed leken te zijn verdwenen. Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn de Russen massaal op zoek gegaan naar de knekelvelden waar hun dierbaren een eerloze rustplaats vonden. In de jaren rond 1990 groeide de vereniging Memorial, die de zoektocht naar de massagraven entameerde en coördineerde, uit tot een mega-organisatie.

Een volk dat zo veel rampspoed heeft gekend, moet wel zwaar getraumatiseerd zijn, dacht Catherine Merridale toen ze aan haar onderzoek begon. Ze is echter tot de slotsom gekomen dat de psychologische categorieën die men in het Westen met trauma's verbindt, in Rusland niet gelden. De mensen met wie ze sprak, verzetten zich tegen elke vorm van psychologiseren. De gesprekken, merkte ze, scheurden bij veel mensen wonden open, maar op haar vraag of wellicht een goed gesprek met een dokter, een priester, een vriend of een partijgenoot de pijn zou kunnen verzachten, kreeg ze afwijzende reacties. ,,U bedoelt psychotherapie? Maar meisje, we zijn hier niet in Engeland!'

Merridale ging op zoek naar een verklaring voor die weigering van Russen zich als slachtoffers te zien. Ze merkte dat de mensen met wie ze sprak, eerder trots waren op het heroïsche gevecht dat ze in de twintigste eeuw voor hun overleven hebben moeten leveren dan woedend op de staat die hen tot dat gevecht gedwongen heeft.

Ze stuitte ook regelmatig op de voor veel sovjetburgers kenmerkende schizofrenie: velen waren altijd bereid om in het openbaar het communisme als het hoogste goed te verheerlijken, terwijl ze er in hun harten een andere waardeschaal op nahielden. Ze hadden, om een voorbeeld te noemen, de slogans van Stalin niet nodig om hun huizen, hun geboortegrond en hun gezinnen met de inzet van hun leven tegen de Duitsers te verdedigen.

De verklaring voor het twintigste-eeuwse geweld in het Russische imperium zoekt Merridale hoofdzakelijk in drie factoren: het politieke systeem, de voortdurende noodtoestand en de niet aflatende wurggreep van de angst. Erg overtuigend brengt ze die verklaringen niet. Maar het siert haar dat ze niet haar toevlucht neemt tot de makkelijkste verklaring, een verklaring waar veel Russen ook zelf graag in geloven: de mythe van de aangeboren gewelddadigheid der Russen. Het idee ,,dat Russen van nature agressief zijn, dat het in hun genen zit, dat het een erfenis is van de Tataren, een vloek die hun is opgelegd door het onmenselijke klimaat waarin ze moeten leven', noemt Merridale een vorm van 'zelfvernederend racisme'. Ze betreurt het dat dat zelfbeeld zelfs vandaag de dag nog en de mode is, bijvoorbeeld in kringen van Moskous gewelddadige maffia.

Merridale beseft dat haar pogingen tot een verklaring niet toereikend zijn. In het mooie laatste hoofdstuk van het boek tracht ze de lezer gevoelig te maken voor de culturele kloof die er nog altijd tussen Russen en westerlingen bestaat. Die kloof maakt het moeilijk om door wat mensen haar vertelden héén, te vernemen hoe ze werkelijk met de ervaring van zo veel geweld en het verlies van zo veel dierbaren omgaan.

Uiteindelijk, zo concludeert ze-en ze verontschuldigt zich voor het cliché- hoorde ze alleen maar een loodzware stilte. De lezer die het boek tot aan die slotzin heeft uitgelezen, begrijpt iets meer van die stilte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden