De resistente bacterie rukt op

Stel dat antibiotica straks niet meer werken: dan kan een simpel schrammetje al fataal zijn. Hoogleraar Jan Kluytmans wil een steviger aanpak om resistente bacteriën bij de grens tegen te houden.

Zet het scalpel in de huid, en weg is de natuurlijke barrière; vrij baan voor ziekmakende bacteriën om het lichaam binnen te dringen. Daarom krijgen patiënten rondom een chirurgische ingreep uit voorzorg antibiotica toegediend. Maar stel dat die straks niet meer werken, omdat bacteriën er ongevoelig voor zijn geworden. Wat dan?

Gevoel voor drama valt de Wereldgezondheidsorganisatie niet te ontzeggen. Het einde van de geneeskunde zoals wij die kennen is aanstaande, vreest de gezaghebbende VN-instelling in Genève. Het hele medische bouwwerk rust op het fundament dat infecties voorkomen of behandeld kunnen worden. Zonder dat vertrouwenwekkende fundament geen veilige routine-ingrepen. Zelfs een schrammetje kan al fataal zijn.

Laat hoogleraar Jan Kluytmans, expert op het gebied van resistente bacteriën, net zijn hand in een groezelig verband hebben. Een fietsongelukje. En dan staat er ook nog 'Besmettingsgevaar' op de deur naar zijn afdeling microbiologie in het Amphia Ziekenhuis in Breda.

Pas maar op met die hand.

"De WHO heeft het niet over West-Europa maar over landen als India en China. Feitelijk is daar het post-antibioticatijdperk al aangebroken. Er komen daar op grote schaal bacteriën in de bevolking voor waar antibiotica geen vat meer op hebben. Dat komt doordat antibiotica massaal worden geslikt, goedkoop en zonder recept, of mensen ze nu nodig hebben of niet. Tegelijkertijd zijn in een land als India de hygiënische omstandigheden ver achtergebleven. Mensen poepen op straat, schoon water en riolering hebben velen niet. Een ideale voedingsbodem voor het ontstaan van resistente bacteriën. Zoals NDM-1 bacteriën: die reageren vrijwel niet meer, op geen enkel antibioticum."

Waar zitten die bacteriën?

"In het water van de Ganges, het straatvuil van New Delhi. Toen ze een paar jaar geleden werden ontdekt, waren ze al overal. Hoeveel levens dat kost, is onduidelijk. De sterfte door infectieziekten neemt toe in die landen, dat weten we. Maar harde cijfers over doden door resistente bacteriën zijn er niet, er wordt daar veel te weinig aan diagnostiek gedaan om dat betrouwbaar uit te zoeken."

Een rotprobleem, maar: ver weg.

"Toen ik in 1995 hier in Brabant begon, was resistentie een non-probleem. Eens per jaar hadden we een patiënt met MRSA, de bekendste resistente bacterie. Nu zie ik dat wekelijks tot dagelijks. We hebben MRSA in de hand, nog steeds. Per jaar krijgen in heel Nederland naar schatting veertig patiënten een bloedbaaninfectie met MRSA. Daarmee doen we het heel goed, alleen al omdat één op de 1000 Nederlanders nu eenmaal drager is van die bacterie. Vlak over de grens, in Noordrijn-Westfalen, krijgen jaarlijks ruim 1100 mensen een ernstige MRSA-infectie, op een bevolking van 18 miljoen mensen. En toch staat dat niet bekend als een echte brandhaard. Ga er van uit dat van die 1100 Duitse patiënten er 150 tot 200 overlijden. Dat voorkomen we dus met ons Nederlandse beleid. Met daarbij wel een relativering. Het zijn vaak oudere, zieke patiënten die anders ook zouden zijn overleden, maar later."

In Nederland is MRSA beheersbaar?

"Ja. Door allerlei maatregelen. We testen bijvoorbeeld standaard patiënten die vanuit een buitenlands ziekenhuis worden overgeplaatst. We voorkomen verspreiding en het ontstaan van infecties. Als we een varkensboer opereren, screenen we hem eerst op MRSA en geven hem zonodig een neuszalf. Zo voorkomen we dat hij een infectie oploopt met zijn eigen bacterie. Dit preventieve beleid kost ons per ziekenhuisopname vijf tot zes euro. Omdat je minder infecties hebt, bespaar je geld. Per saldo levert het ons ten minste tien euro op.

Een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van resistentie is het grootschalige antibioticagebruik in de veesector. Ik was sceptisch over de afspraken die voormalig minister van landbouw Gerda Verburg met de branche heeft gemaakt over het terugdringen hiervan. Maar het is de afgelopen jaren daadwerkelijk gelukt het te halveren. Dat is fantastisch. En we proberen de veesector ertoe te bewegen om niet die paar antibiotica te gebruiken die we hard nodig hebben om resistente bacteriën bij mensen te bestrijden. Ook dat loopt."

En ESBL?

"Dat is een stuk moeilijker. Rond de eeuwwisseling waren er nog vrijwel geen ESBL-bacteriën in Nederland, maar sinds 2005 nemen ze sterk in aantal toe. Nu zitten ze overal. In 90 procent van het kippevlees, ontdekten we in 2009 tot onze stomme verbazing. Maar ze zitten ook, in mindere mate, in kalfs- en rundvlees. Tien procent van de inwoners van Nederland heeft inmiddels ESBL-bacteriën in zijn darmen. Een waanzinnig reservoir. Als het probleem bij ontdekking al zo groot is, dan zijn er geen simpele oplossingen. In dit ziekenhuis worden elk jaar 50.000 mensen opgenomen, waarvan er dus 5000 drager zijn van ESBL. Die kunnen we niet allemaal isoleren."

Wat kunt u wel?

"ESBL-bacteriën zijn voor gezonde mensen relatief onschadelijk. Ze worden vervelend als mensen langdurig verzwakt raken, bijvoorbeeld door chemotherapie. Die maakt patiënten vatbaar voor allerlei infecties omdat hun weerstand onderuit wordt gehaald. Daarom krijgt een deel van deze patiënten standaard antibiotica. Als zij desondanks gedurende de behandeling ziek worden, zou dat door de resistente ESBL-bacterie kunnen komen. Dan beginnen we direct met toedienen van het enige antibioticum dat daar nog wel tegen werkt. En als vervolgens uit bacteriekweek blijkt dat het toch geen ESBL is, stoppen we daar direct weer mee. Door dat enig overgebleven effectieve medicijn hoog op de plank te houden, kunnen we er nog een tijdje op vertrouwen."

Een tijdje - dat klinkt niet geruststellend.

"Nederland heeft een zeer afgewogen beleid tegen resistente bacteriën, met weinig overbehandeling. Dat werkt. Maar het staat ook onder druk als je moet bezuinigen. Diagnostiek is duur, antibiotica zijn spotgoedkoop. En juist omdat we MRSA zo goed beheersen, lijkt het probleem niet zo groot. Zo word je slachtoffer van je eigen succes. Terwijl de enige remedie is: 'search and destroy' (spoor op en vernietig). Voor ESBL zijn we te laat, die krijgen we niet meer weg. Maar het houdt niet op met ESBL. Ik noemde al NDM-1 bacteriën, uit India. Die zijn inmiddels in Zwitserland, in de Rijn, gevonden. Dan heb je nog de Oxa-48 bacterie uit Noord-Afrika. En de KPC-bacterie die vanuit Amerika naar Israël is overgestoken, en van daaruit naar Griekenland en verder noordwaarts. Allemaal bacteriën waar antibiotica niets, of bijna niets meer uithalen. Dat zijn de bacteriën waarover we ons nu druk moeten maken."

Kunnen we die hier buiten de deur houden?

"Dan zullen we daar meer aan moeten doen. 'Vlees goed doorbakken', zei minister Schippers een paar weken geleden in reactie op het nieuws over de ESBL-bacteriën in kalfs- en rundvlees. Een goed advies, maar laat ze het daarbij? Of gaan we ook ons best doen om nieuwe resistente bacteriën in een vroeg stadium op te sporen en aan te pakken? Ik zie dat nog te weinig gebeuren."

Waar blijven de nieuwe antibiotica?

"Die zijn al lange tijd niet op de markt gekomen. De strijd tegen infectieziekten is gestreden, was rond 1970 de gedachte, met de antibiotica en vaccins die we toen in handen hadden. Dat is in een heel ander daglicht komen te staan. Maar nieuwe antibiotica zijn nog niet in aantocht. Het eerst ontdekte antibioticum is penicilline, in 1928. Dat is een afscheidingsproduct van schimmels. Een natuurlijke stof dus, net als alle antibiotica die daarop volgden. Daarvoor is de aarde met veel succes afgestruind, tot in de jaren zeventig. Toen droogde die bron op. De farmaceutische industrie neemt nauwelijks meer de moeite om nieuwe stoffen te ontwikkelen. Er moet genoeg aan te verdienen zijn en dat is kennelijk nog niet het geval. Ook al omdat je antibiotica een week, hooguit twee weken voorschrijft: daar verdient de industrie niet zoveel aan."

Kan de mensheid zonder antibiotica?

"Ja, alles kan. In India groeit de bevolking nog steeds, ondanks resistente bacteriën, dus in die zin kan de mensheid het blijkbaar wel hebben. Resistente bacteriën zijn in principe niet gevaarlijker of agressiever dan andere bacteriën. Maar infecties worden er moeilijker behandelbaar door, of zelfs helemaal niet meer. Lang niet iedereen overlijdt aan zo'n infectie. Maar neem een land als Griekenland, waar het resistentieprobleem veel groter is dan bij ons. De sterfte op de intensive care is daar de afgelopen jaren fors toegenomen. Dat is moeilijk precies te duiden. Maar vast staat: toegenomen resistentie betekent dat meer mensen ziek worden, en de ziekenhuizen minder veilig."

Een patiënt met MRSA gaat vanuit zijn geïsoleerde kamer naar de operatiekamer.

Dat ESBL-bacteriën in het grootste deel van het kippevlees zitten, was al bekend. Onlangs voegde de Consumentenbond daar aan toe de resistente bacterie te hebben aangetroffen in 40 procent van het kalfs-, en 13 procent van het rundvlees. Wat moet de consument met deze informatie? Het vlees goed doorbakken, zoals minister Schippers adviseerde?

Dat biefstukje mag binnenin best rood blijven, dat is het probleem helemaal niet. De bacterie zit namelijk aan de buitenkant, dus die is na een paar minuten in de koekepan wel weg. Maar voor liefhebbers van filet americain en steak tartaar (rauwe gehakte biefstuk) is bakken helemaal geen optie. Zij kunnen misschien vertrouwen putten uit de keuze van de expert. Jan Kluytmans eet gewoon steak tartaar, dat vindt hij heerlijk.

GEEN BEGINNEN AAN
De ESBL-bacterie, redeneert Kluytmans, is zo alomtegenwoordig, daar begint de individuele consument weinig tegen. Ja, thuisblijven. Reizigers naar Afrika, Azië en ook Amerika lopen kans een resistente bacterie op te pikken en mee naar huis te nemen. Maagzuurremmers zijn ook een risicofactor, want ze doorbreken de eerste barrière voor de bacteriën in het lichaam: het maagzuur.

Maar eigenlijk is er wat Kluytmans betreft voor de individuele consument met bacterievrees geen beginnen aan. Scharrel- en biologisch vlees bevatten net zo goed ESBL-bacteriën als de kiloknaller, en zelfs vegetariër worden biedt geen garantie. De bacterie kan ook in groente zitten.

Wie is Jan Kluytmans?
Jan Kluytmans is hoogleraar microbiologie en infectiepreventie in het VUmc in Amsterdam. Kluytmans is daarnaast als arts-microbioloog verbonden aan het Amphia Ziekenhuis in Breda/Oosterhout en het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden