De repressie kan niet eeuwig duren

revolutie | Oud-diplomaat Jean-Pierre Filiu zag in het Midden-Oosten hoe repressieve regimes de weg effenden voor islamitisch extremisme.

Binnen enkele dagen groeide hij uit tot de vertolker van de sluimerende onvrede in Egypte : een tuk-tukchauffeur die de voorgehouden microfoon van een bekende tv-show aangreep om zijn gal over het regime van president Abdel Fattah al-Sisi te spuien. De man, die anoniem bleef, werd eerder deze maand gevraagd naar de stand van het land en ontstak in een minutenlange tirade. Hij hekelde de luxueuze levenswijze van Egyptische hoogwaardigheidsbekleders en het geld dat werd verkwist met onduidelijke projecten. Appellerend aan gekwetste nationale trots memoreerde hij de tijd dat Egypte een voortrekkersrol in de niet-westerse wereld speelde en zelfs leningen verschafte aan koloniale grootmacht Engeland. "En kijk nu eens. Op tv zien we Wenen, maar wie de straat op loopt ziet Somalië. Het land is een puinhoop, hoe heeft dit kunnen gebeuren?"

Voordat het fragment van de website van het televisiestation werd gehaald werd het miljoenen keren bekeken. Daarna vonden kopieën hun weg naar sociale media. De Egyptische autoriteiten wilden eerst met de tuk-tukchauffeur in gesprek. Maar toen hij zich niet meldde, werd hij alras in de staatsmedia besmeurd. Hij zou geld van de Moslimbroederschap hebben aangenomen om lelijke dingen over Egypte te zeggen. De broederschap was een van de drijvende krachten van de volksopstand die begin 2011 het einde inluidde van het 30-jarige bewind van president Hosni Mubarak. In Egypte heette het toen dat de 'muur van de angst' gevallen was.

Maar zo gauw als Al-Sisi door het leger naar voren werd geschoven werd die muur weer opgetrokken. Volgens mensenrechtenorganisaties kwijnen circa 40.000 mensen zonder proces in gevangenissen weg. Martelingen zijn aan de orde van de dag. Opposanten worden opgepakt en vervolgd, de man in de straat houdt wijselijk zijn mond. Toch is juist daarom een eenvoudige tuk-tukchauffeur die zich laat gaan voor het regime zo bedreigend. Economisch gaat het slecht met Egypte; iemand uit het volk die beschuldigend naar de autoriteiten wijst zegt in feite 'kijk, de koning staat naakt'.

Volgens de Franse arabist en ex-diplomaat Jean-Pierre Filiu tonen gebeurtenissen als deze de fragiliteit van de zogeheten Deep States (een staat in de staat). Daarmee bedoelt hij regimes als die van Al-Sisi, die steunen op een veiligheidsapparaat dat zich aan iedere democratische controle onttrekt. De golf van volksopstanden die in 2011 door de Arabische wereld raasde (toen nog hoopvol 'Arabische Lente' genoemd) ziet Filiu als een poging tot afrekening met deze Diepe Staten.

Cynisch

"Het was een ultieme inspanning van de Arabische bevolking om haar lot in eigen hand te nemen", zegt Filiu in zijn werkkamer van het vooraanstaande Parijse instituut voor politieke studies (Sciences Po). Vrijwel overal ging dat mis. Regimes bewogen weliswaar een beetje mee, maar ze konden niet hervormen. "Dat zag je in Egypte, waar het almachtige leger ogenschijnlijk de kant van de revolutie koos, maar die uiteindelijk zonder enige scrupules de nek omdraaide." Decennia van veldervaring in de regio leerden Filiu waartoe de Arabische regimes in staat waren. "Toch had ik niet verwacht dat ze bereid waren tot de mate van geweld tegen burgers zoals we dat de afgelopen jaren hebben gezien. In Syrië in de eerste plaats, maar ook in Egypte. Zó cynisch had ik het niet verwacht."

Wat is de achtergrond van deze Deep States? In zijn bij Oxford University Press verschenen 'From Deep State to Islamic State', laat hij zien dat de 'veiligheidsstaten' een lange geschiedenis in de regio hebben. Hij schetst de generatie Arabische leiders die vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw met staatsgrepen aan de macht kwam en daarna met de macht verkleefde. 'Moderne mamelukken' noemt hij hen, verwijzend naar de machtige militaire orde die de islamitische wereld gedurende de Middeleeuwen domineerden.

Mamelukken werden gerekruteerd uit capabele slaven en vormden een aparte kaste met eigen ceremonieel, privileges en protocol. "Net als de 'moderne mamelukken' stonden ze buiten de samenleving die ze bestuurden", schrijft Filiu. "Nasser, Boumediene en Assad sr. (oud-presidenten van respectievelijk Egypte, Algerije en Syrië, red.) waren bepaald niet de meest getalenteerde bestuurders. Maar ze waren meedogenloze overlevers in een omgeving van intrige en verraad. Ze leerden te doden alvorens gedood te worden."

Hun opvolgers, Mubarak, Bouteflika en Assad jr., opereerden in dezelfde geest. Als zelfbenoemde 'vaders van de natie' claimden ze te weten wat goed was voor volk en vaderland. Wie daar anders over dacht, stuitte op een apparaat dat iedere oppositie in een vroeg stadium de kop indrukte. Formeel waren er verkiezingen, een parlement, een constitutioneel hof, wat niet al. Daarachter trok een klein kliekje aan de touwtjes. Filiu laat overtuigend zien dat het in de Arabische wereld wemelt van dergelijke Deep States. Hun belangrijkste kenmerk is dat zij aan niemand verantwoording schuldig zijn, al helemaal niet aan de bevolking.

"Ze organiseerden ongekende repressie, maar effenden tegelijk de weg voor islamitisch extremisme, soms zelfs door het direct te steunen, zoals in het geval van Syrië." Na de Amerikaanse inval in Irak opende het Assad-regime de landsgrenzen voor honderden buitenlandse jihadsten die via Syrië naar Irak reisden. Doel was het rivaliserende buurland verder te destabiliseren. Filiu: "Na de opstand in 2011 zette het Assad-regime de gevangenissen open voor jihadsten in een naar achteraf bleek geslaagde poging de rebellie te radicaliseren. Op die manier kon Assad het Westen voorhouden dat hij het enige alternatief was." Een zeer risicovolle strategie, zo is gebleken."Als het monster van Frankenstein dat aan de controle van zijn schepper ontglipt."

Filiu kent Syrië als geen ander. In 2013 was hij nog in Aleppo, aan de kant van het sindsdien gemarginaliseerde Vrije Syrische Leger. Begin jaren tachtig bezocht hij de stad voor het eerst. "Er woedde toen al een oorlog waarover niemand sprak. De schaal is natuurlijk veranderd, maar ook toen al bestookte het Assad-regime de benedenstad vanuit de Citadel - symbool van de mamelukkenoverheersing." Zijn sympathie ligt bij de revolutie, de constante en tot dusver steeds falende pogingen tot zelfbeschikking van het Arabische volk. Eerst werd het onderdrukt door de Ottomanen, toen door Europese grootmachten en ten slotte door dictators van eigen bodem.

Vluchtelingen

Het maakt dat Filiu nog steeds kiest voor de Syrische oppositie. "Ondanks alles", zegt hij verwijzend naar de slechte reputatie van de rebellie, ook verdacht van moordpartijen. Maar steun je hen niet, zo redeneert hij, dan resteren uiteindelijk slechts de dictator en de jihadisten, en dat betekent: nog meer geweld, nog meer aanslagen en nog meer vluchtelingen. "De enige realisten zijn mensen als ik die zeggen dat je niet met dictators moet samenwerken, laat staat hen steunen. Overal waar de contrarevolutie zegevierde, zoals in Egypte, zie je een toename van jihadisme en vluchtelingen. Net als voor de opstanden van 2011 blijft de reflex van westerse leiders om iemand als Al-Sisi te steunen. Hij beschermt ons tegen migranten en terreur luidt het argument onveranderlijk. Hoe blind kun je zijn, vraag ik me dan af."

Hét probleem van de Europese houding ten opzichte van de Arabische wereld is volgens Filiu dat we niet onder ogen willen zien hoezeer onze lotsbestemming met die van landen als Syrië, Egypte en Libië verbonden is. "Denk alleen al aan veiligheid, of aan alle vluchtelingen en migranten die deze kant uitkomen." Ook hier constateert hij dat de reflexen vanuit het Westen nog steeds dezelfde zijn: "Toen de Berlijnse Muur viel en er vanuit Oost-Europese landen allerlei mensen deze kant op kwamen, beschouwden we die niet als vluchtelingen die onze samenlevingen zouden ontwrichten. 'Europa is weer een, die mensen zijn zoals wij', klonk het. Toen diezelfde landen onlangs populisten kozen, of nationalisten, zoals in Hongarije en Polen, accepteerden we in West-Europa dat het volk het laatste woord had." Hoe anders is dat, meent Filiu, in het geval van de Arabische wereld. "Daar zeggen we: dat zijn Moslimbroeders, die kunnen niet deugen, zelfs niet als ze door het volk gekozen zijn."

Over die gedeelde lotsbestemming schreef Filiu 'Les Arabes, leur destin et le notre' (De Arabieren, hun lotsbestemming en de onze, 2015). Waar hij zich in 'From Deep State to Islamic State' beperkte tot de voorbije decennia, richtte Filiu zich in 'Les Arabes', op de voorbije tweehonderd jaar en in het bijzonder op de zogeheten Nahda, de Arabische renaissance. Daarmee legt hij een hervormingsbeweging bloot die door de meer recente aderverkalking in de Arabische wereld grotendeels aan het zicht onttrokken werd.

De Egyptische invasie van Napoleon Bonaparte (1798) bracht het besef dat de islamitische wereld gigantisch achterop was geraakt op het zich snel ontwikkelende Westen. Technisch, wetenschappelijk, maar ook politiek en bestuurlijk. Vanuit Tunesië, Egypte en het latere Syrië werden studenten naar Parijs gestuurd. Ze namen kennis en inzichten mee terug. Pogingen werden ondernomen om de islam nieuw leven in te blazen, zoals door Jemal ad-Dîn al-Afghani en zijn discipelen. Parallel aan de Ottomaanse hervormingsbeweging Tanzimat (1839-1876) groeiden Damascus en Beiroet uit tot intellectuele centra van formaat. In Tunesië werd een grondwet naar Europees model aangenomen. Dankzij de spectaculaire toename van (spoor)wegen, dijken en havens duidde de Britse krant The Times in 1860 Egypte aan als 'een modern land'.

Volgens Filiu was het uiteindelijke doel van de Nahda autonoom zelfbestuur. Die ambitie strandde. Eerst op de Ottomaanse overheersing, en vervolgens op de kolonisatie door de Fransen en de Britten. "Maar ondanks de vele pogingen haar te frustreren, zie je dat de Nahda voortduurt tussen de twee wereldoorlogen, met vormen van parlementarisme en politiek pluralisme. Pas toen zich vanaf de jaren zestig repressieve regimes van eigen makelij vestigden, werd de beweging dusdanig op de proef gesteld dat zij bijna bezweek."

Einde van een cyclus

Maar volgens Filiu ging ze nooit helemaal verloren. De opstanden van 2011 zijn daar volgens hem het bewijs van. Ze kondigden een nieuwe periode aan in de geschiedenis van de Arabische wereld, alle restauraties en (burger)oorlog ten spijt. Waar het naartoe gaat durft Filiu niet te zeggen. "In landen als Syrië, Libië of Jemen is de chaos zo groot dat het onmogelijk is om te voorspellen welke toekomstige leiders zich daar zullen manifesteren. Elders is veel verborgen dissidentie. We moeten ons niet blindstaren op de Diepe Staat, maar op de Diepe Samenleving. Er is een sociale gelaagdheid die vanuit het Westen niet goed is waar te nemen, al was het maar omdat het nu vrijwel onmogelijk is om daar onderzoek te doen."

Wat de Deep State betreft, die loopt volgens Filiu op zijn einde. "Ze werd lang gefinancierd dankzij olie-inkomsten, maar de huidige olieprijs dreigt de repressieve apparaten van Egypte of Algerije simpelweg onbetaalbaar te maken. Ook de mate van geweld kan volgens Filiu niet voortduren. "Neem Syrië; als je daar slechts kunt regeren wanneer je de helft van de bevolking uitroeit of verjaagt, dan weet je dat je aan het einde van een cyclus bent gekomen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden