De remmen gingen even los Jan Jutte wint Gouden Penseel voor pretentieloze zomertekeningen En hij kan nog ieder moment vader worden ook

ARNHEM - Alweer de bel. Alweer een boeket. “Van wie nu weer?”, roept Jan Jutte, winnaar van de Gouden Penseel, naar zijn vrouw. Volgens het kaartje van de Werkgroep jeugdboekenschrijvers. “Daar zit ik niet eens in”, zegt de illustrator verbaasd. “Maar er zijn vast nog veel meer werkgroepen die mij willen feliciteren. Zet het bad maar aan.”

JOLAN DOUWES

“Prijzen zijn vreselijk”, had jeugdboekenschrijver Toon Tellegen, die dit jaar opnieuw een Gouden én Zilveren Griffel krijgt, ooit tegen hem gezegd. “Vooral het gedoe eromheen.” Jan Jutte kon het nauwelijks geloven, maar hij had ook nog nooit iets gewonnen.

Tot vorige week bekend werd dat zijn illustraties in het door Rindert Kromhout geschreven boek 'Lui Lei Enzo' de beste zijn van het jaar 1993. Sindsdien staat zijn leven op zijn kop. En hij kan nog ieder moment vader worden ook.

Sinds hij zich in 1983 voor het eerst waagde aan 'Het beertje Pippeloentje' van Annie M. G. Schmidt heeft Jan Jutte ruim zestig kinderboeken geïllustreerd. Waarom dan juist nu een prijs voor 'Lui Lei Enzo'? “De jury heeft blijkbaar gekozen voor iets kleins: een fris en vrolijk boekje zonder enige pretentie. Ik heb het snel getekend, als het ware op een mooie zomeravond. Met de remmen los en een vrijheid-blijheids-gevoel in het hoofd.”

De remmen móesten ook even los, want Kromhout en Jutte hadden net een groot project achter de rug. Samen hadden ze maanden lang gewerkt aan 'De paljas en de vuurvreter', een boek in de sfeer van het oude Italiaanse volksvermaak. Daarvoor hadden ze zich eerst grondig verdiept in de Commedia dell'Arte. Ze hadden beschrijvingen en illustraties van Pulcinella-figuren bestudeerd en waren zelfs samen naar Venetië geweest.

“Dat grote boek was meer een voorbeeld van 'dadendrang' dan dit bekroonde werkje. Ik zat ook meer in een keurslijf, omdat ik de personages niet totaal anders wilde tekenen dan zij er uit hoorden te zien. Net als Peter Vos zocht ik wel mogelijkheden om er mijn eigen draai aan te geven. Zoals hij bij een slapend figuurtje een feestneus laat hangen, zo gaf ik wel eens iemand een te grote neus. Maar meer vrijheden wilde ik mezelf niet permitteren.”

Toen 'De paljas en de vuurvreter' af was, barstten de schrijver en de tekenaar nog van de ideeën. Ze besloten meteen in dezelfde sfeer door te gaan voor een boekje uit de Sterreeks van uitgeverij Zwijsen. De serie is bedoeld voor kinderen die net kunnen lezen.

Het gegeven is heel simpel, volgens Jan Jutte zelfs een beetje 'Theater van de Lach-achtig'. Een jongetje rent steeds heen en weer tussen twee luie zwervers. Elke keer moet hij iets voor ze doen: een fles wijn halen voor de één, koekjes voor de ander. Een stuk taart van de één naar de ander brengen, een glas wijn van de ander naar de één. Tot hij een leugentje verzint. En zo ontmoeten de twee zwervers elkaar op de brug.

“De tekst leest als een liedje. Er zit niet alleen ritme en snelheid in, maar ook een refrein die bestaat uit het heen en weer geloop van het jongetje. Ik vind het heel knap dat Rindert zoiets kan maken binnen de strakke regie van een boekje voor beginnende lezers.”

Uit de tekst blijkt geen moment dat het verhaal zich afspeelt in Venetië. Maar op de plaatjes stikt het van de bruggetjes, bootjes en balkonnetjes. Al zijn ze nooit zo herkenbaar getekend dat je meteen weet waar je ze in het echt zou kunnen vinden.

“Die illustraties zijn een samenraapsel van indrukken tijdens mijn eerste bezoek. De kleur van de huizen en de vorm van de ramen zitten er allemaal in, maar er komt geen San Marco-plein in voor. Dat vond ik ook niet nodig; Canaletto en andere kunstenaars met geparfumeerde handjes hebben dat al zo prachtig in beeld gebracht. Wat heb ík daar nou aan toe te voegen?”

Tussen de schotse en scheve huizen loopt een grappig jochie met een geel kostuum, een hoge hoed, puntschoenen en een feestneus met elastiekjes achter zijn oren. 'Een inside-grapje', noemt Jan Jutte hem. “Maar wat wil je, als je net een paar maanden grote neuzen hebt zitten tekenen. Dan vind je standaardneuzen veel te gewoon.”

Na een aantal boekjes in de sfeer van 'Lui, Lei, Enzo' werd het weer tijd voor iets compleet anders, vond Jutte. Dus stopte hij met de losse lijnen en pakte hij de dikke penseel.

Zo verandert hij voortdurend van stijl. Van vrolijk naar venijnig, van teer naar toverachtig. Of juist weer grof en somber, zoals zijn tekeningen bij de Oostgroningse sage van Els Pelgrom in 'Ongeboren Roulf' (1992). Al is hij daar achteraf niet zo tevreden over.

“Aan die illustraties kun je zien dat ik in die tijd een beetje zwaarmoedig was. Nu is dat verhaal ook niet bepaald vrolijk, maar ik heb de lelijke mensen die Els beschreef veel te letterlijk genomen. Ik had de dikke huismeid beter met een etherisch lijntje kunnen tekenen, gevuld met lucht in plaats van vet. Dat had een mooi contrast opgeleverd.”

Ach, Jan Jutte zou wel zoveel willen overdoen. 'Het beertje Pippeloentje' bijvoorbeeld. Hij kreeg die opdracht nadat collega Sylvia Weve zijn eerste tentoonstelling in Arnhem had gezien. De volgende dag sprak ze directeur Ary Langbroek van uitgeverij Querido. En weer een dag later zat Jan Jutte bij hem op kantoor.

“Ik had me voor die tijd nog nooit in de kinderboekenwereld verdiept. Wist ik veel dat Wim Bijmoer er net zo bij hoorde als Brinta-pap. En nu ging snotneus Jan Jutte nieuwe tekeningen bij Annie M. G. Schmidt maken - en nog in kleur ook! Volgens de eerste recensie die ik te zien kreeg, leden de uitgever en ik zelfs aan een tijdelijke hartverzakking. Ik had beertje P. namelijk andere kleren aangetrokken.”

Moet kunnen, vindt Jan Jutte nog steeds. Maar hij zou het beertje Pippeloentje ('heeft geen sok en heeft geen schoentje. . .') graag nóg eens onder handen willen nemen. Die versie zou dan een commentaar kunnen zijn op zijn eerdere werk. Harrie Geelen is hem echter voor. Hij kreeg de opdracht om een aantal jeugdboeken van Annie M. G. Schmidt van nieuwe plaatjes te voorzien.

“Ik vind het jammer dat uitgevers niet verschillende versies naast elkaar laten bestaan. In de muziek bestaan toch ook duizenden variaties op één thema. Lijkt me in de jeugdliteratuur ook heel interessant.”

Voorlopig is er toch geen tijd voor herinterpretaties. Jan Jutte gaat eerst illustraties maken voor een boek van Sjoerd Kuyper, die dit jaar ook voor het eerst een Griffel krijgt. Verder werkt hij met Rindert Kromhout aan een verhaal 'waarin veel wordt gegeten'. En hij geeft twee dagen in de week tekenen en kunstgeschiedenis op een middelbare school.

“Weet je wat ik morgen eerst ga doen?”, zegt hij tegen zijn vrouw. “Geboortekaartjes tekenen.”

Familie en vrienden, verwacht geen schattige roze boreling van Jan Jutte. Want daar heeft hij er al genoeg van gefabriceerd voor Ouders van Nu of 'Oei, ik groei', een 'in-verwachting-boekje' hoog in de toptien. Een roodaangelopen schreeuwlelijk maakt ook geen kans. Want die siert al een gedicht in 'Snottebel Lies', het nieuwste jeugdboek van Mensje van Keulen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden